War Horse

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn er zo’n 15
miljoen mensen gestorven. Het was één van de dodelijkste conflicten
uit de wereldgeschiedenis, en zelfs degenen die overleefden, waren
daarna, in de meeste gevallen, nooit nog dezelfden. De term
shell shock werd daarna pas uitgevonden. Maar weet u wat
nog het ergste was? De paarden die gebruikt werden, hoe dié werden
behandeld! Niet te geloven. Dat is alvast wat Steven Spielberg ons
probeert wijs te maken met ‘War Horse’, zijn sentimentele,
overduidelijk Oscargeile epos over een moedig paard dat, begeleid
door John Williams’ meest inspirerende strijkers, hoop, moed en
vriendschap geeft aan iedereen die hij ontmoet. Na de geestige en
zwierige avonturenfilm ‘Tintin’ is Spielberg hervallen in al zijn
ergste instincten: hij herleidt een gruwelijke oorlog tot de
decoratieve achtergrond van een stroperig sprookje.

Het verhaal begint kort voor het begin van WOI op
het Britse platteland. De arme boer Ted Narracott (Peter Mullan)
besluit een duur raspaard te kopen, hoewel hij er eigenlijk het
geld niet voor heeft en hij sowieso eerder een simpele, sterke knol
nodig heeft om zijn ploegen te trekken. Mevrouw Narracott (Emily
Watson in sjofele moeder-modus) is niet goed gezind op haar man,
maar hun enige zoon Albert (Jeremy Irvine) kan zijn geluk niet op.
Hij traint het paard, dat hij Joey noemt, en ontwikkelt er het
soort emotionele band mee dat grenst aan het erotische (“Wij zijn
voor elkaar bestemd,” zegt hij bloedernstig tegen het beest). Na
enkele obligate “arme-mensen-in-regenachtig-Engeland”-scènes (een
huisbaas die zijn geld komt eisen, een mislukte oogst), ziet Ted
zich verplicht om Joey weer te verkopen aan het Britse leger, om in
te zetten in de pas begonnen oorlog. Albert en Joey worden van
elkaar gescheiden.

En dan zou je denken dat ‘War Horse’ het verhaal
van Albert is die probeert om zijn paard terug te vinden, het leger
ingaat, vreselijke dingen meemaakt enzovoort, maar nee. Want ‘War
Horse’ is helemaal niet het verhaal van Albert, maar wel dat van
Joey. Spielberg heeft hier een film gemaakt met een paard als
hoofdpersonage, wat in de praktijk betekent dat we een
fragmentarische opeenvolging van scènes krijgen waarin Joey van
eigenaar verandert. Hij wordt veroverd door de Duitsers, waarna
twee piepjonge soldaten hem gebruiken om te deserteren; een
ziekelijk Frans meisje adopteert hem, minzaam geobserveerd door
haar gul bebaarde opa (Niels Arestrup, u nog bekend uit ‘Un
Prophète’); hij wordt gebruikt om Duitse artillerie door de modder
te sleuren en ga zo maar door. Tussendoor krijgen we heel af en toe
Albert wel nog eens te zien, omdat Spielberg uiteraard toewerkt
naar een grote hereniging en we dat personage dus niet mogen
vergeten, maar in essentie is ‘War Horse’ dus een collage aan
taferelen. Dat paard gaat van mens tot mens en iedereen die hem
ziet, wordt er heel even gelukkiger door. Een beetje zoals Benji,
maar dan met een paard. En in de Eerste Wereldoorlog.

Die structuur heeft tot gevolg dat we geen
hoofdpersonage krijgen waarmee we een emotionele band kunnen
voelen. Albert komt het dichtste in de buurt, maar ook hij
verdwijnt meer dan een uur lang uit het verhaal. De ogen waardoor
we het verhaal zien, zijn die van Joey. Onze sympathie moet bij dat
paard liggen, want de menselijke personages komen en gaan. En dat
werkt niet – hoezeer Spielberg ook zijn best doet om dat beest
menselijke eigenschappen te geven, ik was er geen moment mee weg.
Een tweede nadeel van die structuur, is dat heel wat subplots niet
worden afgewerkt. Hoe loopt dat nu eigenlijk af met Ted en zijn
huisbaas? Geen mens die het weet, maar we zien hem aan het einde
van de film toch nog op zijn boerderij rondlopen, dus het zal wel
in orde zijn, zeker? Tijdens de voorlaatste scène komen we te weten
dat een belangrijk personage is gestorven, maar dat is weinig meer
dan een throw-away, een stukje informatie dat tussen de
soep en de patatten wordt meegegeven.

Maar dat alles is nog niet zo erg als het
schaamteloze sentiment van de film: we krijgen epische kraanshots
van sappige groene valleien in Engeland, ploeterende boeren die
niks verdienen en dan maar beginnen te drinken, zieke jonge meisjes
met hun gezellige opa, enzovoort. ‘War Horse’ is misschien wel de
meest zelfbewuste poging om een historisch epos te maken sinds Ron
Howards ‘Far and Away’. Geen cliché blijft ons bespaard (de scène
waarin Albert en Joey elkaar uiteindelijk terugvinden is een
uitschieter wat dat betreft), inclusief Duitsers en Fransen die
Engels spreken met een passend ‘Allo, ‘Allo-accent. En daar bovenop
krijgen we dan ook nog eens de score van John Williams, die als een
dikke saus over elke minuut van de film wordt gegoten en elke
oprechte emotie meteen verstikt.

En toch zijn er twee momenten in de film waarop
Spielberg schijnbaar even vergeet dat hij een oubollige
weepie aan het maken is. Een gevechtsscène waarin de
Britse troepen hun loopgraven uitkomen om de Duitsers aan te
vallen, is indrukwekkend geënsceneerd en behoorlijk hard – het
laatste shot van die sequens is zelfs onvergetelijk in zijn
eenvoud. En dan is er nog een segment waarin Joey vast komt te
zitten in prikkeldraad in niemandsland. Een Britse soldaat,
gewapend met een witte vlag, gaat hem losmaken, enkel om het
gezelschap te krijgen van een Duitser. De twee zetten de oorlog
even op pauze om het dier te bevrijden, wat een mooi moment
oplevert. Heel even laat Spielberg de situaties uitspelen volgens
hun interne logica, zonder al te hard op onze emotionele knopjes te
drukken. Het is zowaar een opluchting.

De visuele stijl, vol kleurrijke shots en een
klassieke mise-en-scène, refereert duidelijk aan de vroege films
van David Lean en vooral die van John Ford (check die eindscène!).
Op de ensceneringen valt in feite niets af te dingen: ze zijn
eindeloos professioneel; niemand moet Spielberg leren waar hij zijn
camera moet zetten. Maar tegelijk geven ze de film – geheel bewust
– een oubollig, retro-jaren veertig-sfeertje, dat je na 146 minuten
stilaan beu begint te worden. Over elk shot is duidelijk nagedacht,
en dat zie je. Maar dat is ook het probleem: je ziét het te
nadrukkelijk, je voelt de aanwezigheid van de regisseur en zijn
vaste cameraman, Janusz Kaminski. Spielberg laat je geen twee
minuten alleen met zijn verhaal, hij is er altijd bij om ons
emotioneel en visueel met onze neus op zijn techniek te duwen.

Voor wie is ‘War Horse’ gemaakt? Een ouder publiek,
denk ik, dat een flashback naar de oerklassieke cinema van de jaren
veertig, vijftig wel kan waarderen. En misschien ook pubermeisjes
die nog volop in hun manège-fase zitten. De meeste anderen, vrees
ik, zullen al snel stikken in de stroop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in