S.C.U.M. :: Again Into Eyes

De immer uptight zijnde Britse pers had weer een snoepje van de maand. Met de nadruk op de verleden tijd. Want net zo snel als ze deze Londenaars de sterren inschreef, deed ze hen weer af als pretentieuze artwankers.

Voor beide interpretaties waren er aanleidingen genoeg. Nog voor ze één plaat uit hadden, pleurde Portishead hen in 2011 op de affiche van het überhippe All Tomorrow’s Parties-festival. Sowieso had dit vijftal al een voet tussen de kantoordeuren van de A&R-bobo’s: bassist Huw Webb is het jongere broertje van Horrors-lid Rhys Webb en toetsenman Samuel Kilcoyne de zoon van Add N to (X)’s Barry Smith. Met de wind in de rug deden zanger Tomas Cohen en de zijnen meteen ook wel wat vreemde en gewichtige uitspraken en beweerden ze dat lang heengegane dadaïsten hen in hun dromen hielpen met het schrijven van songs. Nog waren, dixit Cohen, verschijningen van mysterieuze gedaantes die gestalte gaven aan verdrongen lustgevoelens verantwoordelijk voor de moodswings in diezelfde nummers. Ook beweerden ze dat de muziek op dit debuut door geen enkele andere band beïnvloed werd, ook al maakten ze van hun bewondering voor avantgarde-rockband Throbbing Gristle nooit een geheim.

Maar alleen “Requiem”, enerzijds een weemoedige, anderzijds een dreigende en feedbackende drone, doet echt denken aan de muziek van Genesis P-Orridge. En dadaïsten of geen dadaïsten, ook de eerste platen van New Order hielpen bij het schrijven van “Cast Into Seasons”; de ijle synths, het wat militaristisch aandoende ritme en de zeurderige zang van Cohen maken duidelijk voor welk moment deze song voornamelijk bedoeld is: een zonnige herfstdag. “Lead me down from where you shall lie, I can see that morning is calling our name”. Het is donker, koud en kil maar plots gloort het zonlicht door het zich nog in nevel hullende bos. Majestueus en ambitieus als Echo & The Bunnymen klinken “Days Untrue” en “Sentinal Bloom”; bedolven onder de schaamteloos met de jaren tachtig flirtende keyboards van Kilcoyne zijn het twee meeslepende indierockers die het goed zouden doen op een “Was het nu ’80, ’90 of 2000?”-fuif.

Niet zozeer eighties, maar wel very Arcade Fire en dus 2000 klinkt “Whitechapel”. En dat The Horrors veel invloed hebben gehad, bewijzen de aanzwellende synths, de tempowisselingen en de manier waarop Bradley Baker allerlei elektronica integreert in nummers als “Amber Hands” en “Summon The Sound” ten overvloede.

S.C.U.M. een copycat noemen van de hierboven vermelde band — zoals hier en daar gedaan werd — doet afbreuk aan de verdienste van deze jonkies. Net zoals hun eigen statement “door niemand beïnvloed te zijn” complete bollocks is. En niet dadaïstisch maar surrealistisch was de hype die in Engeland en omstreken rond dit debuut werd gecreëerd. De band heeft een goede, moderne New Wave-plaat gemaakt. Punt. En als Cohen en co straks niet écht gaan (of blijven?) denken dat de nulmeridiaan door hun gat loopt, wordt de opvolger ervan misschien wel een kandidaat voor de eindejaarslijstjes.

S.C.U.M. speelt op 1 februari in de AB Club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in