Mayer Hawthorne :: How Do You Do

Eigenlijk was het maar een grapje, die eerste diep in soul gedrenkte demo’s, en hadden ze de veilige kring van familie en vrienden niet mogen verlaten. Toch zou het niet lang duren voor Mayer Hawthorne, het pseudoniem van dj/producer/multi-instrumentalist Andrew Cohen, een eigen en opgemerkt leven zou beginnen te leiden.

Wanneer enkele songs op het bureau belanden bij Stones Throw, weigert men eerst te geloven dat het niet om re-edits gaat van weinig bekende vintage soulsingles. Eens duidelijk dat het wel degelijk nagelnieuw materiaal betreft, mag Cohen zijn alter ego bij het label laten debuteren met single “Just Ain’t Gonna Work Out” (2009). Met een geluid dat stevig teruggrijpt naar soulgrootheden als Isaac Hayes, Leroy Hutson en Smokey Robinson valt het op debuutalbum A Strange Arrangement inderdaad niet onder stoelen of banken te steken dat de zanger/producer een zwak heeft voor de muzikale erfenis uit Detroit.

Geen stijlbreuk op dat vlak op How Do You Do. Associaties met Barry White komen instant voor de geest wanneer het in opener “Get To Know You” laag brommend gaat van “baby, no, it doesn’t have to end here …” en wordt afgetrapt met een rondje sweet talking van het zuiverste soort. Die lage brom is wel nieuw in het totaalpakket, bediende Hawthorne zich niet vrijwel exclusief van de hoge falset? In het swingende “A Long Time” zijn ’s mans karakteristieke hoge uithalen echter meteen weer op het appel.
Met een minieme discosample wordt het tempo iets hoger geschakeld en wordt duidelijk dat ditmaal meer richting eerste helft jaren 70 wordt opgeschoven, aanschurkend tegen het geluid van mannelijke soulgroepen als The Stylistics of The Dramatics.

Het obligate duet, een onverwachte samenwerking met Snoop Dogg, levert dan weer een ontspannen west coast-soulgeluid op, een zonnige gloed die Hawthorne wel vaker over het album drapeert en waarmee hij de argeloze luisteraar geregeld grijnzend op het verkeerde been zet. In de heerlijke doo-wop single “The Walk”, suikerzoete backing vocals incluis, stuurt hij zo z’n liefje wandelen op een manier die aan de jubelendste lovesongs doet denken.

Met haardvuurwarme blazers in “Can’t Stop”, arrangementen die uit de catalogus van Motown Records lijken te zijn weggelopen en veelvuldig gebruik van mannelijke en vrouwelijke backingkoortjes (“Stick Around”), wordt voortdurend ingespeeld op de sleutelelementen uit het genre. Op de vakkundige productie valt op die manier niets af te dingen, maar dat het allemaal wat klinkt als een formule, valt op die manier niet te vermijden.

Een bedenking die ons wel vaker overvalt bij het beluisteren van dit album: knappe arrangementen, prima songs, een sexy geluid; verduiveld knap en volgens de regels van de kunst gemaakt, maar tegelijk ook allemaal wat bloedeloos en ook niet meer dan dat. Een superbe vorm die het moet stellen zonder inhoud of bezieling, waar het bij soul uiteindelijk toch om hoort te draaien. Zoals we Aloe Blacc afgelopen seizoen bij Lefto meermaals hoorden zeggen: “good music is simple, with heart”.

Bijster origineel kan het allemaal niet worden genoemd en het is dikwijls vervaarlijk balanceren op het randje van te glad en te gelikt, maar irritant doet het tegelijk vrijwel nergens aan. Gepolijst en perfect geproducet: perfect materiaal dus voor de dagprogrammatie op de radio. Voor soul die een hap uit het hart neemt moeten we evenwel blijven verwijzen naar Curtis en Smokey zaliger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in