Josh Rouse and The Long Vacations :: Josh Rouse and The Long Vacations

Waren we tot en met Nashville (2005) onvoorwaardelijk fan van de kleine bard uit de Amerikaanse Midwest, dan kreeg ons vertrouwen een serieuze knauw toen hij verkaste naar Europa en vanaf Subtitulo steeds flauwere albums ging maken. El Turista was zelfs zo’n opdoffer dat we het gewoonweg niet over ons hart kregen om een recensie over de plaat te schrijven. Maar kijk, met album #9 kunnen we weer genoegen nemen. Het is maar te hopen dat de neerwaartse spiraal voorgoed voorbij is.

De Rouse van debuut Dressed Up Like Nebraska is amper nog te vergelijken met die van de voorbije jaren. Ooit zat de songschrijver met anderhalf been in monochrome plattelandsamericana die eigenlijk meer gemeen had met de beduimelde vignetten van Damien Jurado dan met een update van Jobims bossapop. Klassieke pop werd een steeds grotere invloed op zijn songs, iets wat op 1972 en Nashville leidde tot albums die hem klaarstoomden voor een mainstream doorbraak. Die kwam er echter niet en Rouse ging onder invloed van een verhuis en een nieuwe liefde steeds luchtigere songs schrijven. Zo luchtig dat ze na een tijd gewichtloos werden.

Op deze nieuwe is dat eigenlijk niet anders. Het adjectief “luchtig” is hier wel nog steeds van toepassing, maar hij lijkt z’n sterktes opnieuw uit te spelen. Met amper negen songs en een zeer bescheiden duur van vijfentwintig minuten is hier alles in gereedheid gebracht om uit te pakken met een drooggetraind album dat zich meteen vasthaakt en niet meer loslaat. Zo’n vaart loopt het niet, maar van irritante of geforceerde experimentjes en nietszeggende riedels is nu amper sprake. Een aantal songs hebben niet veel om het lijf, maar er is altijd wel iets — een banjostukje, een onverwachte hook, een geinig vers — dat het van de middelmaat redt.

“Diggin’ In The Sand” heeft iets van Simon & Garfunkels “Cecilia” en laat horen dat de man nog steeds een neus heeft voor een killermelodie, die hier ingebed is in rammelende percussie, dansende piano en leuke vocale samples. Nog beter zijn “Oh, Look What The Sun Did!”, dat prima had gepast op 1972, en het sexy wiegende “Movin’ On”, dat een mooi evenwicht vindt tussen z’n in de jaren zeventig gedrenkte pop en een exoticatoets, die ook zorgt voor de subtiele zwier van “Fine, Fine” en “Disguise”, dat het album affluit met een verfrissend briesje.

Bovendien zijn er een paar nieuwe afwijkingen die naar meer smaken: het filmische, met blazers opgeluisterde “Friend” is een route die zeker verder verkend mag worden, terwijl het naar ouderwetse country swing knikkende “Lazy Days” een niemendalletje is dat al te snel over het hoofd gezien zal worden. Kortom: hij is er nog niet helemaal (er staat geen slechte song op de plaat, maar ook geen instant classic zoals hij er toch al een paar neerpende), maar het lijkt erop dat Rouse, die vijf albums lang voorbestemd leek om de popprins van zijn generatie te worden en plots alles verknalde om duffe prut en Espagñol te verkopen, opnieuw de draad heeft opgepikt. Laat het vervolg dan ook een écht vervolg wezen en het komt nog in orde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in