Immortals

Tarsem Singh is een raar ventje. Als notoir traagfilmer heeft de
voormalige videoclipregisseur tijdens zijn voorlopig elf jaar
durende loopbaan amper drie films op zijn cv gezet (voor
‘Immortals’ kwamen al ‘The Cell’ en ‘The Fall’): alle drie zijn ze
gesitueerd in somptueuze, magisch-realistische settings
met enorme decors, flamboyante kostuums en macabere details. Je kan
zijn werk zien als Zhang Yimou meets Zack Snyder, hemzelf
als een bloeddorstige Terrence Malick met een boontje voor bizarre
actie en David Lynch-fantasieën. Klinkt behoorlijk opwindend
allemaal, en als er één ding buiten kijf staat, dan wel dat Tarsem
knappe plaatjes op zijn scherm kan toveren. Alleen: een echte
topper heeft dat tot nu toe niet opgeleverd. Ook zijn nieuwste –
het in zijn promocampagne onbeschaamd ‘300’ plagiërende ‘Immortals’
– is vooral geslaagd als fabelachtige kijkdoos. Een héél mooie
kijkdoos, dat wel.

De plot dient in feite vooral om Tarsem een alibi te geven om al
zijn obsessies – barokke composities, clairobscurtaferelen, hoge
decors, schilderachtige beelden, uitzinnige kostumering en heel
veel bloed – de vrije loop te kunnen laten. Daarvoor is de
Klassieke Oudheid natuurlijk een uitstekend keuze. Specifieker werd
– met een lotje, zo nemen wij aan – gekozen om het verhaal te
vertellen van Theseus (Henry ‘Superman’ Cavill), al had daar
evengoed ‘Odysseus’, ‘Perseus’ of ‘Achilles’ kunnen staan. Hij
wordt in deze interpretatie van kindsbeen af opgeleid door Zeus
(Luke Evans) om de legers van de Hellenen aan te voeren tegen de
Kretenzische beul Hyperion (Mickey Rourke), die op zijn beurt op
zoek gaat naar de boog van Hercules om de Titanen – de vijanden van
de goden – op de wereld los te laten. As you do.

’t Is een slimme
beslissing van Universals marketingafdeling geweest, om in trailers
en op affiches de link met ‘300’ in het vet te zetten, nog eens te
onderlijnen en ze voor de duidelijkheid nog eens aan te duiden met
een fluostift. (Want – OH. MY. GOD. – de twee films delen dezelfde
producers.) Die gelijkenis zal allicht veel zielen in de
multiplexen krijgen, maar Tarsem heeft andere ambities dan Snyder
en je merkt meteen dat het de mens louter en alleen te doen is om
de aankleding, om de visuele pracht die hij in zijn hoofd heeft in
perfect uitgebalanceerde tableaus te gieten. In dat opzicht is
‘300’ een – aha! – godsgeschenk: die film stelt Tarsem in staat om
zijn ding te doen zonder dat hij zich voor zijn stijl hoeft te
verantwoorden tegenover de studio (‘300’ was immers óók
hypergestileerd). Het nadeel: als actiefilm schiet ‘Immortals’ te
kort en je krijgt al snel het gevoel dat sommige gevechten en
verhaalelementen er alleen maar inzitten als toegeving naar het
genre. De prijs om met honderd miljoen dollar aan de slag te mogen,
zeg maar. ‘Immortals’ is bovendien ook een pulpfilm, maar schijnt
dat zelf nooit te beseffen – Robert Rodriguez had met sommige
scènes toch méér kunnen aanvangen, me dunkt.

Dat neemt niet weg dat de film er wel ge-wel-dig uitziet: Tarsem
put vooral inspiratie uit de hoogdagen van de barok en de
renaissance. Zijn tableaus (sommige beelden zijn nét schilderijen)
lijken wel werken van Nicolas Poussin of Claude Lorrain, opgesmukt
met de harde kleuren van een Caravaggio. De digitale glans ziet er
hier ook een stuk mooier uit dan in ‘300’, al was dat veel meer een
visualisatie van een stripverhaal – een vergelijking die hier
alleen nog opgaat als je kijkt naar de fotogeniek rondvliegende
bloedspatten. Een link die veel minder gelegd wordt, maar eveneens
relevant is, is die met de decors en ensceneringen van historische
epossen uit de begindagen van de stille film. De set van het dorpje
waar Theseus opgroeit had zo in ‘Birth of a Nation’ van D.W.
Griffith gekund, of – als we het iets bescheidener stellen – in
filmpjes met een thema als ‘Ali Baba en de 40 rovers’. Niet
toevallig, overigens: die stille films werden op hun beurt óók vaak
geïnspireerd door classicistische schilderkunst.

Ondanks de 3D ziet alles er dus ook heel tweedimensionaal uit –
je zit vaak bijna letterlijk naar een scène te kijken – en
jammer genoeg geldt dat evenzeer voor plot en personages. Freida
Pinto heeft in de film eigenlijk niks te zoeken: als ze haar poep
laat zien, doet ze dat zelfs – flauw! – via een stand-in. Het
conflict tussen de goden is niks meer dan een voetnoot die – Zeus
zal het niet graag horen – nooit van de grond komt en ondanks de
grote dreiging die uitgaat van een vermakelijk in vierde
versnelling acterende Mickey Rourke voel je nooit echt alsof er
iets op het spel staat. De film speelt zich af binnen tableaus,
sets en kostuums, maar je voelt onder die façade nooit het
kloppende hart van een échte wereld. En dat is meteen de grote
zwakte van Tarsem: hij is zodanig bezig met prentjes maken dat hij
er nooit toe komt om ook een verhaal te vertellen.

Maar dat neemt niet weg dat u ‘Immortals’ best in de cinema gaat
bekijken. Als ‘300’ een comic book was, dan is ‘Immortals’
een schilderij: intelligenter, verfijnder en vaak mooier,
maar ook een stuk minder opwindend. Edoch: een blockbuster van
miljoenen en miljoenen dollars waarin een massale vechtscène
voorkomt die werd geïnspireerd door – say what?! – een
stukje van de Sixtijnse Kapel, dat moet u toch gezien hebben?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in