AUTUMN FALLS :: Scott Matthew + Still Corners + A Winged Victory For The Sullen :: 27 november 2011,

De Botanique gooit haar deuren wijd open op de laatste avond van deze tweede Autumn Falls. Er wordt afgesloten in stijl met een breed gamma artiesten. Goddeau ging op zoek naar het zondagavondgevoel bij een singer-songwriter, een verlegen filmmeisje en klassieke ambient.

In de categorie ‘Mannen Met Indrukwekkende Baarden’ scoort Scott Matthew erg hoog, en ook met zijn muziek — excuseert u ons de flauwe woordspeling — scheert de man doorgaans hoge toppen. Al drie platen lang maakt de Australische Amerikaan subtiele luisterliedjes, doordrongen van een muzikale geest die de tijdloosheid lijkt na te streven. Nee, Matthew is niet het indie snoepje van de dag, maar veeleer een vakman die zijn muziek maakt wars van hedendaagse trends en hypes. Dat was niet minder zo tijdens zijn korte set (een tiental nummers) in de Orangerie dan op zijn platen. Dit jaar bracht Matthew zijn derde plaat Gallantry’s Favorite Son uit, en het mag dan ook geen verbazing heten dat veruit het meeste materiaal van dit concert uit die plaat werd geplukt.

Desondanks is het wel jammer dat hij uit zijn andere twee platen (waarvan vooral nummer twee There Is An Ocean That Divides — de titel gaat daarna nog even door — een pareltje van formaat is) slechts een tweetal nummers speelde. “In The End” uit de eerste en “Community” uit de tweede. Matthew beweerde al verscheidene dagen wat ziekjes te zijn, maar daarvan was nauwelijks iets te horen en ’s mans typische stem maakte nog steeds danig indruk. Die stem is, samen met de intelligente arrangementen van zijn nummers, zowat het belangrijkste element dat de man een streepje voor geeft op andere singer-songwriters. Ze krijgt dan ook al de ruimte die nodig is om volledig tot haar recht te komen. Is de begeleiding op plaat al spaarzaam en bijzonder berekend, dan was dat live nog meer uitgepuurd. Matthew begeleidde zichzelf op ukelele of gitaar en werd daarbij bijgestaan door een tweede man op gitaar en cello en een derde man op basgitaar en piano.

Het leverde een erg mooi concert op, gebracht door een bijzonder sympathieke frontman die geregeld zichzelf relativeerde — een greep uit het aanbod: “Well, that was a load of melodrama.” , “I’m sorry. I’m a little off the planet. As Usual.” Muzikaal was er een goed evenwicht tussen lichter en donkerder materiaal, al liet hij de zwaarste dobbers uit zijn discografie zoals “White Horse”, “There Is An Ocean” en “Black Bird” wel achterwege. Hoogtepunten aanduiden in deze korte set is moeilijk, aangezien het niveau de gehele tijd erg hoog was. Niet verbazend dat je in de stille momenten van de songs dan ook een speld kon horen vallen in de zaal.

Still Corners is het soort bandje dat afgedaan kan worden als hippe droompop, ware het niet dat de band rond songsmid Greg Hughes stilaan de indruk geeft meer in zijn mars te hebben. Niet alleen is er het verbluffende Creatures Of An Hour, waarmee eerder dit jaar veelbelovend gedebuteerd werd, ook op het podium weet de band ondertussen, in tegenstelling tot tijdens Les Nuits, het publiek te betoveren.

De evolutie die de band het voorbije half jaar doormaakte, wordt op het podium nog eens overgedaan. Is Tessa Murray aanvankelijk nog een bedeesd meisje dat uit een oude film weggeplukt lijkt te zijn, dan is ze drie kwartier later een frontvrouw die het publiek kan onderhouden wanneer technische gitaarproblemen opgelost moeten worden.

Misschien is het verlegen meisje-onderdeel dan ook maar een pose, maar zelfs dan nog. Als tijdens “Cuckoo” onzekere zang zich vermengt met 60’s-pop en feedbacklicks, zié je Still Corners groots worden. Met een hemelse cover van Springsteens “I’m On Fire” en een verstild “The Twilight Hour” komen de hoogdagen van Belle And Sebastian vluchtig in herinnering, waarmee Still Corners tekent voor een even onverwacht als indrukwekkend hoogtepunt.

A Winged Victory For The Sullen beloofde aan het begin van het concert “seven songs about death and broken hearts” te spelen. Dat zal zo ongeveer wel de lading gedekt hebben, zeker als je weet dat dit project bestaat uit de Amerikaanse neoklassieke pianist Dustin O’Halloran en de in Brussel wonende Adam Bryanbaum Wiltzie, oftewel een helft van het vermaarde ambientduo Stars Of The Lid. De debuutplaat van dit superproject was dan ook geen echte verrassing, en wist niet echt meer te bieden dan de som der delen, al was die som wel van bijzonder hoog niveau. Ook live werden er geen innovatieve potten gebroken (misschien zelfs nog minder dan op plaat, waar de geluidstapijten hier en daar wat rijker zijn), maar werd er slechts een oerdegelijk ambientconcert afgeleverd.

Dat was bij momenten indrukwekkend, vooral in de luidere stukken waarin het strijkerstrio (viool, altviool, cello) en de zwaar vervormde elektrische gitaar van Wiltzie geluidsgolven vormden die doorheen de zaal denderden op z’n Sunn O)))’s. Op veel andere momenten was het vooral muziek van het soort dat veeleer inwisselbaar is, en werd er vaak op gelijkaardige texturen rondgedwaald. Nooit minder dan genietbaar weliswaar, maar mocht dit concert in de Rotonde geweest zijn in plaats van de Orangerie was het waarschijnlijk beter tot z’n recht gekomen. Desondanks, echt uitdagend kon het bezwaarlijk genoemd worden. Er zit dan ook meer in dit project, dat er zowel op plaat als live niet helemaal wordt uitgehaald.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in