U.S. Christmas :: The Valley Path

Bands lopen soms jarenlang met hun ideeën in hun achterhoofd voor die in de praktijk omgezet worden. Soms komen die er uit noodzaak en zijn ze net zo’n prangende kwestie voor de luisteraar. Dat een collectieve wens niet altijd leidt tot even interessante resultaten, bewijst U.S. Christmas met deze trip van een kleine veertig minuten.

Run Thick In The Night groeide uit tot een van onze favorieten van 2010 en was een werkstuk van maar liefst tachtig minuten dat zich voortbewoog volgens een parcours als een geërodeerde vallei die ooit in vorm gebracht werd door woest om zich heen slaand water en nu vooral doodsheids en kaalheid herbergt. Het had iets van de epische grandeur van een Neurosis, maar was aardser, grimmig maar niet gitzwart, verwant aan Amerikaanse woestijnrock met psychedelische inslag. Niet heavy als in ‘materiaal om op te headbangen’ of ‘de vuisten in de lucht te gooien’, maar toch goed om een serieuze domper op het gemoed te zetten.

Op The Valley Path wordt die sound en sfeer grotendeels doorgetrokken — nog steeds heb je hier die tergend trage, tribale ritmes, langgerekte solo’s en het begeleidende gejank van Meghan Mulhearns viool — maar de aanpak is nogal verschillend. De band wilde namelijk een coherente luisterervaring bieden, een road movie voor het gehoor en de verbeelding. Aanvankelijk wil dat best lukken, want de vanuit nachtgeluiden op gang getrokken riff van de eerste sectie zet meteen de trance-achtige toon. Dat de track met engelengeduld opgebouwd wordt, door kleine veranderingen en (vooral) toevoegingen, is niks nieuws, maar het werkt aanvankelijk prima.

Nate Halls zang is nog altijd niet je dat, maar er zit een gelooide verweerdheid in die past bij de weidse muziek van de band. Dat hij zich vooral hult in wat vage seizoensymboliek, is ook amper reden om te klagen. Je zou dan net zo goed een paar generaties postmetalbands van tafel kunnen vegen. Het probleem is vooral dat het album, zelfs ondanks die specifieke intenties, dynamiek ontbeert. Het hoeft geen probleem te zijn dat de song na het eerste luik (tien minuten ver) even aanmoddert en pauzeert in soundscapeland, maar twee, drie, vier minuten trappelen is wat veel van het goede.

De bijna even lome rock van het tweede stuk doet aanvankelijk wat denken aan het gortdroge werk van Come en later, als de gitaarlijnen uitgesponnen worden, lijkt het wel even alsof je een te traag afgespeelde plaat met J. Mascis hoort. Het is geen voluptueus gearrangeerde muziek, maar je kan evenmin spreken van kaalheid. Het is psychedelisch, maar ook geen wankfest. Je zou het haast nog best kunnen omschrijven als een combinatie van Willard Grant Conspiracy en de Neurosis van The Eye Of Every Storm. Die laatste referentie duikt nog maar eens op in het derde luik, als de band het hardst z’n gaspedaal induwt en zorgt voor een moment van bescheiden grandeur met meer dan een knipoog naar de Panavision-soundscapes van de postmetalvoorvaderen.

Aan het einde wordt teruggegrepen naar het eerste deel en komt de plaat even stil aan z’n einde als hij van start ging. Blijft het album bij een eerste beluistering nog overeind omdat het allemaal nieuw en mellow klinkt en je als luisteraar benieuwd bent waar het allemaal naartoe zal leiden, dan doen meerdere draaibeurten echter snel inzien dat The Valley Path niet meteen de meest geïnspireerde U.S. Christmas laat horen. Een fan van eindeloze jams vindt er vast zijn gading in, maar al de rest houdt het beter bij Eat The Low Dogs of Run Thick In The Night.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in