Killer Elite

In een zwakke poging tot sociale relevantie,
opent ‘Killer Elite’ met een inleidend tekstje over een
maatschappij in economische crisis en een uitzichtloze toekomst, om
dan eraan te toe te voegen dat het – spoiler! – 1980 is. Ha, 1980,
wat was het leven toch beter toen! Er liep alvast één cynische
enola-redacteur minder rond op deze aardkloot, van Twilight, Lady
Gaga of de alomtegenwoordigheid van Goedele Liekens was er nog geen
sprake, en ene Robert De Niro zat, na ‘The Godfather: Part II’,
‘Taxi Driver’, ‘The Deer Hunter’ en ‘Raging Bull’ op het absolute
hoogtepunt van zijn carrière. Na ‘Once Upon A Time In America’,
‘Brazil’ en ‘The Untouchables’ was zijn beste periode echter
voorbij, en kon hij enkel nog in sporadische uitschieters als
‘Goodfellas’ en ‘Jackie Brown’ zijn echte talent etaleren, om voor
de rest zijn charisma in te ruilen voor een dikke bankrekening in
films als ‘Analyze This’ (en vervolg), ‘Meet The Parents’ (en
vervolgen), ‘Showtime’ en andere wegwerpcinema. Hij moest al in
guilty pleasures als ‘Machete’ opdraven opdat wij, fan van
zijn oude werk, niet meewarig het hoofd zouden buigen en mijmerend
zouden mompelen dat het vroeger toch allemaal beter was.

Enfin, in ‘Killer Elite’ hoereert de man weer maar
eens de pannen van het dak. De Niro speelt Hunter, een
huurmoordenaar die eigenlijk vooral een collega is van Danny (Jason
‘ik heb het concept typecasting op mijn eentje
geherdefinieerd’ Statham), die na een niet volledig volgens plan
verlopen klus in Mexico besluit om er de brui aan te geven. Een
jaar later blijkt Hunter echter diep in de shit te zitten, en lijkt
Danny de enige die hem er weer uit kan halen. In opdracht van een
Arabische sjeik moet hij niet enkel de moordenaars van diens drie
zonen naar de andere wereld helpen, hij moet hen ook, op tape, een
bekentenis laten afleggen. Koud kunstje voor de ervaren Jason
Statham, zou je denken, ware het niet dat zijn doelwitten alle drie
lid waren van de SAS, een elitegroep van Britse soldaten, die niet
meteen om hun zachtzinnigheid bekend stonden. Wanneer Statham aan
zijn klus begint, is dit dan ook dik tegen de goesting van Spike
(Clive Owen met pornosnor), ex-SAS-er, en thans gefrustreerd
soldaat op rust.

‘Killer Elite’ is, naar eigen zeggen, gebaseerd op
een waar gebeurd verhaal, dat door ene Ranulph Fiennes op papier
werd gezet. Ik hoef u vast niet meer duidelijk te maken dat u dat
‘waar gebeurd’ met zo’n grote korrel zout moet nemen dat een mens
er dorst van krijgt, maar ik doe het toch. Kennelijk was de
waarheid niet waarachtig (lees: spectaculair) genoeg voor scenarist
Matt Sherring, die er dan maar een zwak, en in verschrikkelijk
clichématige flashbacks verteld, subplotje over Stathams
vriendinnetje aan toevoegt. Alsof het ook maar een beetje helpt om
die man emotionele diepgang te geven! Regisseur Gary McKendry, een
nobele onbekende, was vast even vergeten dat Stathams acteren zich
beperkt tot het kijken met staalharde blik en het praten met een al
even staalharde stem. Wat dan weer wel aan het echte leven lijkt
ontleend, is dat de prent veel te lang duurt, zij het niet door een
eindeloze saaiheid (het leven van een filmrecensent is niet zo
opwindend als u wel zou denken), dan wel door een plottwist of twee
te veel. Als u het mij vraagt, hoeven films als deze, die hooguit
naar een guilty pleasure-status hengelen, niet
veel langer dan anderhalf uur te duren. 116 minuten is dus gewoon
te lang.

McKendry heeft duidelijk nog geen overdosis aan
ervaring: de point-of-viewshots van Stathams personage zijn zo
grillig dat ‘Cloverfield’ plots even statisch lijkt als een
spaghettiwestern, en hoewel er zo nu en dan wel eens een geinige
actiescène durft te passeren – iemand die, vastgebonden op een
stoel, twee man te grazen neemt is altijd wel interessant – mist
McKendry duidelijk de eigenzinnigheid en ervaring om het geheel
origineel, meeslepend of gewoon echt knap te maken. Ik ben geen fan
het woord ‘panache’, maar het gebrek eraan is in ‘Killer Elite’
toch wel vrij opvallend.

En van Jason Statham kan je nu veel verwachten,
maar niet dat hij in zijn eentje de prent redt. Zolang hij de rol
moet spelen die hij altijd moet spelen, valt de man best te smaken,
maar zodra hij ook maar een beetje buiten de lijntjes moet kleuren,
valt hij door de mand. In een scène waarin hij mijmert dat hij
gestopt is met huurmoordenaar te wezen, in het ijle moet staren en
zijn staalharde blik even met een snuif melancholie moet verrijken,
gaat hij lelijk op zijn gezicht – al kan je je natuurlijk ook
afvragen of je als regisseur niet beter zo’n scènes eruit laat,
aangezien Statham je hoofdrolspeler is. Nog erger is Clive Owen,
nochtans geen kwade acteur, die hier zo’n leeg personage moet
spelen dat hij er nu eens totaal niets mee kan aanvangen, buiten
dan heel de film lang gefrustreerd rond te lopen – ik vroeg me
zelfs af of de frustraties bij zijn personage hoorden, dan wel bij
Owen zelf, omdat hij niets te doen krijgt. Feit is dat Owen niet
echt die hard boiled-toon bezit – in ‘Sin City’ viel hij
ook nogal licht uit tegenover Bruce Willis en Mickey Rourke – en
wanneer hij ‘B-I-N-G-fuckin’-O’ zegt, is het verdomd moeilijk om je
lach in te houden.

Ironisch genoeg is het De Niro die nog het best uit
de hoek komt. Gelukkig heeft hij zo nu en dan een zonnebril op,
zodat je de dollartekens in zijn ogen niet hoeft te zien, maar ook
al acteert de man op automatische piloot, en krijgt hij slechts
vijfentwintig minuten schermtijd, veel meer heeft hij toch niet
nodig om het meest gelaagde uit de film neer te zetten. Intussen
blijven wij hopen dat hij nog eens een ijzersterke rol in een
topfilm mag spelen, maar aangezien zijn volgende ‘Another Bullshit
Night in Suck City’ heet, durf ik er geen nier op te verwedden dat
die er meteen zit aan te komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in