I Love Techno :: 12 november 2011, Flanders Expo

Wisselvallig en weinig origineel. Zo oogde de affiche van I Love Techno 2011. Het zou een
editie worden waar weinig tot geen uitschieters konden vallen. Desondanks stond dat oerdegelijk
feestgedruis en enkele kwalitatieve hoogstandjes niet in de weg.

De organisatoren van Europa’s grootste indoor beatsfestijn houden de laatste jaren dezelfde
formule aan. Neem enkele klassiekers uit het genre, type Laurent Garnier en Carl Craig, combineer
hen met wat hip en trendy is (en vooral te vinden in de Orange Room aka dubstepzaal) en zorg
daarbij dat je toch enkele namen uit de belangrijkste subgenres en opkomend talent juist doseert. Op
voorhand was het uitkijken geblazen naar Agoria, Gesaffelstein en Len Faki. Vraagtekens rezen dan
weer bij de meerwaarde van een zoveelste terugkeer van Crookers, Fake Blood en Steve Aoki.

Wie vroeg genoeg in Flanders Expo aanwezig is, kan het amper 17-jarig Frans draaitafelwonder
Madeon aan het werk zien. De knul heeft een EP’tje uitgebracht, is een hit op YouTube en
bereikte enige faam door Deadmau5 en Pendulum te remixen. Op I Love Techno werpt Madeon
zich op als een veelbelovende aftrap in de Blue Room, waar hits van Madonna, Daft Punk en
flarden Gossip gezwind in elkaar worden geweven.

Wie op hetzelfde moment het jong grut naar de Orange Room volgt, wordt meteen
ondergedompeld in de wereld van subbassen, drops en wobbles. De Britse dubsteprevelatie
Jakwob lijkt op het eerste gehoor een typische feest-dj: eigen werk wisselt hij af met
moddervette klassiekers van Caspa, Rusko en Sub Focus. Helaas komen er veel knip -en plakwerk
en vreemde overgangen aan te pas. Een explosief sfeertje van begin tot einde zit er dan ook nog niet
in.

“We’re gonna have a hell of a party” klinkt het bij Totally Enormous Extinct Dinosaurs, een act die we ervan verdenken toch vooral een gimmick te zijn: de hell of a party komt er,
ondanks het dinosauruspak, simpelweg niet. Hoewel TEED enkele fraaie EP’s op zijn cv heeft en
als live-act aangekondigd staat, gebeurt er niet veel opwindend op het podium. Tegen het einde
van zijn set staat TEED dan ook voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Tijdens de beste momenten
is dit effectief aanstekelijk, maar doorgaans wordt niet meer gebracht dan achtergrondmuziek
voor een receptie. Daar kunnen zelfs de confetti in het rond knallende gezelschapsdames niets aan
veranderen.

Dan liever Fritz Kalkbrenner, de jongere broer van Paul en sinds het verschijnen
van de prent Berlin Calling eveneens dienst collega. Kalkbrenner laat het publiek, voor
zover dat nog niet het geval zou zijn, kennis maken met werk van zijn vorig jaar verschenen eerste
langspeler Here Today Gone Tomorrow en weet met songs als “Right In The Dark” al vroeg
op de avond een ochtendlijk-clubbinggevoel op te roepen.

Alvorens broer Paul op het podium verschijnt, geven we toe aan een ongezonde
nieuwsgierigheid en nemen een kijkje bij Katy B, dubstep- en popsensatie die
met “Louder” in geen tijd de Orange Room op sleeptouw neemt, maar ons niet echt weet te
beroeren.

Het verbaast niet dat voor Nero, die andere dubstephype, de Orange Room volledig
vol loopt. Van zodra de eerste baslijnen in onze buis van Eustachius dringen is het baden in een
loeiend hete sauna. In tegenstelling tot duizenden devote aanhangers, die de armen roekeloos in de
lucht aan het gooien, zijn we niet altijd onder de indruk. Opnieuw horen we Sub Focus, en zelfs The
Bloody Beetroots en Justice; er wordt te overhaast geswingd tussen verschillende genres (een beetje
hetzelfde euvel als bij Jakwob). De spannende opbouw naar de prachtige climax in de hit “Feel So

Close” weet ons wél in vervoering te brengen. Na dit bescheiden hoogtepuntje verkiezen we echter
een pintje boven een honderdste dubstep-drop.

Opnieuw naar een Kalkbrenner: een ware volkstoeloop rept zich naar de Green Room om de
electronicasensatie uit Berlijn aan het werk te zien. Daarbij valt op dat de man -of de apparatuur
waarmee hij aan de slag gaat gerust een steekje mag laten vallen, het publiek gaat “Sky And Sand”-
gewijs ongestoord door met het opgaan in de avond. Twee uur lang werkt Kalkbrenner in op het
publiek, en niet zonder resultaat. Als er één artiest op de line-up aangeduid kan worden als de
topper van dit jaar, dan deze man.

Ondertussen trekt Sébastien Devaud, aka Agoria, resoluut de old school kaart in
een aanvankelijk dun bevolkte Red Room. We treffen er vooral oudere technofans en door
roesmiddelen bedwelmende party animals aan. De verschillen met de verstikkende Orange
Room zijn opvallend, zowel qua temperatuur als geluidsvolume. De decibelmeter in de enige echte
technozaal op het festival gaan eindelijk een beetje de hoogte in. Met zware, pompende bassen en
atmosferische synthlagen werkt Agoria zowel oorverlammend als hypnotiserend. Van “Code 1206”
is het met de ogen dicht genieten. Dit is Detroit techno zoals het moet zijn.

Drop The Lime zou eventueel ook in aanmerking kunnen komen voor het etiket
topper, mocht het nog 1993 zijn. Snoeihard en met een trancy ondertoon, zo gaat de New Yorker er
tegenaan in een aanvankelijk matig gevulde zaal. Pas tegen het einde van de set zal het publiek de
weg naar de blue room vinden, zij het om ostentatief op Digitalism te beginnen wachten.

Een gewaagde zet, gezien de band met I Love You Dude een teleurstellende tweede
plaat uitgebracht heeft. Maar daar is vanavond weinig of niets van te merken. Heftige versies
van “Idealistic” en “Circles” illustreren perfect waarom Digitalism zo’n geweldig gezelschap is.
Nog steeds is dit een van die electronica-acts die een indrukwekkend live-gevoel kunnen opwekken,
niet in het minst dankzij de mokerende drums die hun impact niet missen. Misschien die nieuwe
plaat toch nog eens een kans geven.

Crookers lijkt meer op veilig te spelen en zich te profileren als een act voor jong en
oud, die rustig van climax naar climax kabbelt, waardoor I Love Techno even iets weg heeft van
een Rock Werchter: veilig, gezellig en op maat van het hele gezin.

Het contrast met Birdy Nam Nam kon amper groter zijn. Het vierkoppige DJ-
gezelschap zorgt voor een withete en roodgloeiende set die doet afvragen waarom dit gezelschap
niet gigantisch is? Te weinig meezingbaar voor een massapubliek? Of omdat het collectief zich
vandaag opwerpt als instandhouders van oertechno? Aan Flanders Expo zal het niet gelegen
hebben: dat gaat zonder meer, en volkomen terecht, uit het dak voor de geflipte beats van Frankrijks
best bewaarde geheim. Al kan daar, met een beetje geluk, met het pas verschenen Defiant
Order
weldra verandering in komen.

Want geef toe: Cassius mag dan wél uitgegroeid zijn tot een supersterstatus, de carrière
van het dj-duo vertoont net iets te veel ups en downs om die als echt gerechtvaardigd te zien.
Vandaag tonen Boom Bass en Philippe Zdar zich echter van hun sterkste kant. Subtiliteit wordt
door het tweetal resoluut aan de kant geschoven: zo klinkt “The Sound Of Violence” zelfs als een
loeiharde stamper. Die aanpak werkt, maar heeft ook zijn mankementen: zonder de glitterkantjes
missen de flarden “Love You So” en “Feeling For You” die door de set geweven worden aan
kracht, waardoor dit vooral een dansmoment is zonder dat daar dieper over nagedacht moet worden.
Soms is dat echter voldoende.

Op dezelfde leest gaat Boys Noize, een van de absolute toppers van de avond verder.
Alexander Ridha neemt, schijnbaar moeiteloos, de yellow room op een duizelingwekkende
rollercoasterrit. “Ecstacy One For Me” blijkt het startschot van een set die het verschil weet te
maken. Hoewel hij niet veel meer doet dan letterlijk een rookgordijn optrekken, zorgt Ridha met
visueel spektakel voor een totaalpakket dan indruk maakt. De man staat op scherp en zorgt er voor
niet permanent rücksichtslos te beuken, maar met zijn robotgedreven beats een discotheek-upgrade
van Kraftwerk de zaal in te sturen. Dat lijkt werkt moeiteloos, zij het dat de meisjes die al een ganse
avond in een hoek van de zaal staan te hoelahopen, door de mokerende beats hun speelgoed plots
als moordwapen beginnen te gebruiken.

Steeds meer dronkaards zwalpen door de hal, of zij die er slechter aan toe zijn worden
afgevoerd. Het uur van de gekte lijkt stilaan aangebroken, wat het uitgelezen ogenblik is om te
checken of Gesaffelstein zijn hipsterstatus waardig is. Het klinkt als iets vies, een indruk
die nog versterkt wordt door de festivalganger die ongevraagd, maar doodernstig komt verkondigen
dat er een punt tijdens de avond komt, waar een broek dragen er te veel aan is. De jonge Franse
producer bracht enkele laaiend onthaalde EP’s uit en in afwachting van eerste langspeler, die
voorzien is voor begin 2012, komt Mike Levy, zoals de man in werkelijkheid heet, in Gent zijn
naambekendheid verstevigen.

Gesaffelstein heeft bij momenten wat weg van Kraftwerk, maar komt ook progressief
en modern over. Zo hebben de scherpe en snelle bleeps, die in de oren als mitraillettevuur klinken,
iets vintage, terwijl de pompende electro met minimalelementen en vuile breakdowns aan
Soulwax doet denken. Het verrast niet dat de Fransman door de gebroeders Dewaele uitgenodigd
werd voor hun jaarlijks kersfeestje. Dat belooft voor december.

De Duitse geluidsartiest Len Faki grossiert al jaren in vuile minimal techno. De
verwachtingen zijn dan ook hooggespannen voor de reus uit Berlijn. Door de non-stop donderende
beats gaan de haartjes in de gehoorgang trillen en wordt de hartslag naar 180 gejaagd. Party
like it’s
I Love Techno 1995, lijkt het motto. Elk nummer, en vooral “Death By House”, is een
lekker ouderwetse adrenalinestoot. Met subtiele aanmoedigingen krijgt Len Faki de volledige Red
Room mee, ‘nuff said?. Een laat maar welgekomen toppertje.

Old school lijkt het ordewoord bij de toppers van I Love Techno 2011. De beats zijn van een
solide kwaliteit dat de pre-electrodagen van begin deze eeuw terug voor de geest komen. Met een
groove die ranzig aanstekelijk is en stampende beats, laten Gesaffelstein en Len Faki zich opmerken
als een van de onbetwiste hoogtepunten van wat verder een weinig verrassende, bijna gemoedelijke
editie van I Love Techno is.

Met het ontbreken van voor de hand liggende namen als Justice, Japanese Popstars of een
meer experimentele aanpak met Zola Jesus, Agent Side Grinder of Austra liet I Love Techno
sommige bezoekers een beetje op hun honger zitten. Ook meer eclectische elektro -en technoacts
als Extrawelt, Nosaj Thing, Plaid en Pantha Prince zouden de affiche wat meer kleur kunnen geven.
En als er een ding is dat de Orange Room bewijst, dan is het wel dat er weinig verschil in kwaliteit
is tussen de recentste dubstepboom en een doordeweekse studentenfuif. Voor de murw gedanste
en straalbezopen massa is de hevige set van Flux Pavilion, waarin zelfs flarden darkstep
vallen, het ideale slotfeestje om de laatste restjes energie er uit de dansen. Dat het licht bij goddeau
vervolgens snel uitgaat, is niet meer dan normaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in