The Ides of March

Julius Caesar werd er al voor gewaarschuwd in het
gelijknamige toneelstuk van Shakespeare: “beware the ides of
March!”.
Waarmee verwezen werd naar de vijftiende maart, de
datum waarop de Romeinse dictator werd neergestoken door zijn eigen
senatoren. Sindsdien is de uitdrukking een eigen leven gaan leiden,
om verraad en gevaar uit onvermoede hoeken aan te duiden, vooral in
een politieke context. En sinds kort is het dus ook de (ietwat
pompeuze) titel van George Clooney’s vierde film. Na een pijnlijke
uitschuiver in wat je noemt “het lichtere genre” (‘Leatherheads’),
keert Clooney terug naar de politieke arena waarin hij zich thuis
voelt, met een intelligent thriller-drama over vunzige deals,
verraden idealisme, schaamteloos opportunisme en verborgen
schandalen, achter de schermen van een verkiezingscampagne. Min of
meer de cynische, minder grappige versie van Mike Nichols’ ‘Primary
Colors’ dus.

Ryan “2011 is helemaal van mij en van niemand
anders” Gosling speelt Stephen Meyers, een jonge campagnemedewerker
van gouverneur Mike Morris (Clooney zelf), die een gooi doet naar
de Democratische nominatie voor het Witte Huis. Stephens geloof in
Morris is totaal (en komt zelfs een tikkel naïef over): met zijn
anti-Irakstandpunten, zijn milieubewustheid, zijn trots religieus
agnosticisme en zijn liberale ideeën over het homohuwelijk lijkt
Morris de presidentskandidaat die heel wat mensen ooit in Obama
zagen. Maar uiteraard is niet alles wat het lijkt. Stephen wordt
benaderd door Tom Duffy (Paul Giamatti), de
campagneverantwoordelijke voor de andere Democratische kandidaat,
met de vraag van kamp te verwisselen. Hij weigert, maar dat ene
gesprek is genoeg om een kettingreactie aan achterbakse manoeuvres
in gang te zetten. En ook zijn flirt met een jonge stagiaire (Evan
Rachel Wood) heeft onverwachte gevolgen.

Dat verhaal blinkt niet direct uit door
originaliteit – worden er smerige spelletjes gespeeld achter de
schermen van de grote politiek, wie had dat ooit kunnen denken?! –
maar Clooney en zijn coscenaristen Grant Heslov en Beau Willimon
geven er wel een intrigerende structuur aan, door Mike Morris zelf
zoveel mogelijk buiten beeld te laten. Clooney zelf heeft in
essentie een bijrol als de ogenschijnlijk brandschone politicus,
terwijl het script zich concentreert op de mensen die onder hem
staan, de mensen die zich bezighouden met de mechaniek van een
verkiezingscampagne. Het gevolg daarvan is dat we van Morris voor
het grootste deel van de film enkel het publieke imago zien – we
zien hem speeches geven, in debat gaan met zijn tegenstander en
heel af en toe zien we hem in eens discussie gaan met Stephen of
campagneleider Paul Zara (Philip Seymour Hoffman). Maar wat voor
mens hij nu echt is, blijft een open vraag tot kort voor het einde
van de film. We zien Morris zoals we politici in het echte leven
zien: zoals ze zichzelf en publique willen presenteren. En
gaandeweg wordt die uiterlijke schijn dan weggeschaafd, tot we aan
het einde van het verhaal eindelijk de mens achter de politicus
leren kennen.

Dat contrast tussen het publieke en het privéleven
is één van de thema’s van de film, maar nog belangrijker dan dat is
het verlies van onschuld (een Amerikaans thema if ever there
was one).
Zowel Stephen als Morris beginnen hun politieke
loopbaan met de intentie om anders te zijn dan de anderen. Om geen
deals te sluiten en hun idealisme te volgen. Maar uiteraard loopt
het zo niet af, gedeeltelijk omdat de politiek zo in elkaar zit,
maar gedeeltelijk ook omdat mensen gewoon zo in elkaar
zitten. Dat laatste is een boeiend idee, dat verder uitgewerkt had
mogen worden in de film, maar het zit er wel degelijk in: voor een
deel worden de personages inderdaad gemanipuleerd door puur
politieke intriges. Maar voor een belangrijk deel zijn ze ook het
slachtoffer van hun eigen natuur, hun eigen lust naar macht, status
en seks. Om je idealisme vol te houden moet je niet alleen vechten
tegen een systeem, suggereert Clooney hier, maar ook tegen je eigen
aard.

Boeiende, zij het niet meteen ongezien vernieuwende
ideeën, die verpakt worden in een praatthriller zoals Clooney ze
graag ziet en maakt – zijn eigen ‘Good Night and Good Luck’ was een
nog veel extremer voorbeeld van een soortgelijke dialoogfilm, en
ook de geest van prenten als ‘Michael Clayton’ is nooit veraf.
Clooney heeft dan ook de cast om zoiets leefbaar te maken – Philip
Seymour Hoffman, Paul Giamatti en Jeffrey Wright kan je desnoods
anderhalf uur lang laten voorlezen uit het telefoonboek en het zal
nog spannend zijn. Opvallender is de casting van Ryan Gosling in de
hoofdrol – samen met het (eveneens uitstekende) ‘Drive’ dat
binnenkort bij ons uitkomt, het mooie ‘Blue Valentine’ én zijn rol
in de aardige romcom ‘Crazy Stupid Love’ heeft Gosling zonder meer
dé doorbraak van 2011 beleefd. En dat is zeker niet onterecht: hier
en daar wordt hem verweten dat hij “te eentonig” acteert, maar leg
de personages uit zijn verschillende films naast elkaar, en je ziet
dat die allemaal volledig anders zijn. Waar hij wel consequent in
is, is het understatement dat hij telkens naar zijn
personages brengt, het lef om niet op z’n DiCaprio’s of op zijn
Christian Bales continu zijn talent te moeten bewijzen met intense
fronsen, grootse tirades of woede-uitbarstingen. Gosling doet het
met blikken, met lichaamstaal. En dat is genoeg. Ook speciale
vermelding voor Evan Rachel Wood, die meer en meer de overgang naar
volwassen cinema maakt (zie ook haar rol in ‘Mildred Pierce’ dit
jaar) en dat verrassend overtuigend weet te doen.

Een degelijke praatfilm met een geweldige cast, dat
zou eigenlijk genoeg moeten zijn. En dat is het in principe ook
wel: wat ‘The Ides of March’ op het scherm brengt, is absoluut meer
dan degelijk. Het enige probleem is dat je de film continu voelt
streven naar nog iets meer. Dit is geen film die mikt op “goed”,
het is een prent die mikt op “geweldig”. Eentje die voortdurend
probeert los te barsten in het één of ander onvergetelijk vuurwerk,
dat er uiteindelijk nooit van komt. En ik vermoed dat dat vooral
ligt aan de dialogen, die dan wel sterk zijn, maar nooit de
ratelende poëzie bereiken van andere politieke drama’s, in de stijl
van ‘The West Wing’. Afgaande op die serie, plus zijn werk voor
films als ‘A Few Good Men’ en ‘The Social Network’, kon ik me niet
van de indruk ontdoen dat Clooney zijn script beter nog eens naar
Aaron Sorkin had gestuurd om de teksten te polijsten. Ze hadden
iets gevatter, wat scherper gemogen.

Maar goed, we accentueren natuurlijk het
positieve, en dat is dat we hier een clevere politieke thriller
hebben, die durft te vertrouwen op de intelligentie van het publiek
en voor Clooney een return to form betekent na
‘Leatherheads’. We still love you, Georgio!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in