Het Varken van Madonna

Midden jaren negentig, voordat het opnieuw hip werd
om naar films van eigen bodem te gaan kijken, profileerde Frank Van
Passel zich als één van de interessantste Belgische regisseurs met
een double whammy om u tegen te zeggen. In ’95 kwam zijn
langspeeldebuut ‘Manneken Pis’ in de zalen, en twee jaar later
maakte hij ‘Terug Naar Oosterdonk’, nog steeds de beste Vlaamse
fictiereeks tot op heden. Het was wel vooral een kwalitatieve
double whammy, dat moet gezegd worden. Naar ‘Manneken Pis’
gingen nog geen 3.000 mensen kijken en ‘Oosterdonk’ werd
aanvankelijk weggemoffeld op het toenmalige TV2, op een onmogelijk
uitzenduur en zonder ondertitels (hoewel die serie achteraf zijn
publiek wel vond, dankzij heruitzendingen). Na de ambitieuze, maar
uiteindelijk mislukte europudding ‘Villa des Roses’, legde de
regisseur zich toe op zijn werk bij productiehuis Caviar en kwam
hij alleen in 2008 nog eens terug met ‘De Smaak van de Keyser’. Na
bijna tien jaar maakt hij nu zijn retour naar de cinema’s met ‘Het
Varken van Madonna’. En hoewel hij zijn hoogdagen niet kan
evenaren, doet het alvast goed om zijn frisse magisch-realistische
stijl nog eens door de zalen te voelen waaien.

Kevin Janssens speelt Tony, een vertegenwoordiger
die opgezadeld wordt met de deur-aan-deur verkoop van een bizar
product: Porki, een mechanisch varken dat lustopwekkende geuren
verspreidt. De bedoeling is om Porki los te laten in een
varkensstal, en daarna toe te kijken hoe de beren en zeugen elkaar
à la minute bespringen. Tony’s baas (gastrolletje van Frank
Focketyn) heeft een pure ‘Glengarry Glen Ross’-wedstrijd
georganiseerd: wie de meeste Porki’s verkoopt tijdens het weekend,
krijgt een nieuwe auto en dubbel loon. Wie er de minste verkoopt,
wordt ontslagen. Na een auto-ongeluk komt Tony vast te zitten in
Madonna, een onooglijk dorp in de Westhoek, waar zelfs een
functionerende telefoon niet te vinden is. Bij alle dorpelingen
lijkt een stevige vijs los te zitten, en dan is er ook nog het
spook van een soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, dat regelmatig
een babbeltje komt doen met Tony over de gruwelen die hij destijds
heeft meegemaakt.

Wie de vorige films van Frank Van Passel heeft
gezien, zal snel doorhebben dat zijn dada’s nog niet zijn
veranderd. Het surrealisme dat in al zijn vorige projecten (met
uitzondering van ‘De Smaak van de Keyser’) aanwezig was, keert ook
hier terug, niet alleen op een expliciet niveau, met plotwendingen
zoals die rond de dode soldaat, maar ook op subtielere manieren: de
120 jaar oude oma die weigert te sterven totdat het lijk van haar
man (dat spook dus) gevonden is. Het expressieve gebruik van
kostuums (felle kleuren voor Tony, meer effen kleren voor de
inwoners van Madonna) en belichting (het neonaureool van een
Mariabeeld, de opvallende contrasten tussen licht en donker). Alles
aan ‘Het Varken van Madonna’ is gestileerd; het is allemaal
minstens één stap verwijderd van de werkelijkheid (en vaak twee
stappen). Als je het ergens mee wil vergelijken, dan is een
gortdroge Scandinavische komedie waarschijnlijk nog de beste keuze,
of de cinema van Alex Van Warmerdam, hoewel Van Passel een hoger
tempo hanteert en ons op zijn minst een relatief “normaal”
hoofdpersonage geeft om de surrealistische uitstapjes mee te
verankeren.

Andere terugkerende thema’s zijn de Eerste
Wereldoorlog (die ook al in ‘Villa des Roses’ aanwezig was) en
vooral ook de tegenstelling tussen de aalgladde verkoper uit de
grote stad, die continu in de weer is met zijn iPhone, en de
boerenmensen uit Madonna, die de buitenwereld niet echt nodig
lijken te hebben. Van daar is het maar een kleine stap naar ‘Terug
Naar Oosterdonk’, over een dorp dat moet verdwijnen voor de
uitbreiding van de Schelde, voor de moderne tijd. Dat laatste thema
is overigens wel problematisch: Van Passel suggereert uiteindelijk
dat het grootsteedse leven van Tony zielloos is en dat er een
puurheid schuilt in het “leven met de beesten” zoals dat bestaat in
Madonna… Maar ten eerste is dat niet echt geloofwaardig in de
context van de film: Tony wordt door de mensen van Madonna
gewantrouwd, uitgebuit en bedrogen, maar wordt toch verondersteld
te smelten voor de charmes van het dorp (en vooral van plaatselijke
lerares Wine Dierickx). I dunno, kan je ’t hem kwalijk
nemen dat hij er zo snel mogelijk weg wil zijn? En ten tweede…
tja, films die het schone plattelandsleven bewierroken en zich
afzetten tegen de jachtige stad, is dat niet een beetje hypocriet
en achterhaald? Of zouden Van Passel en coscenarist Marc Didden
echt ergens op de buiten wonen, zonder computer of gsm? Nee
toch?

Het magisch-realisme waar de regisseur zo van
houdt, blijft per definitie een gedurfde keuze; tijdens het
grootste deel van de film weet Van Passel strak de controle te
bewaren en scoort hij zelfs hier en daar een momentje van poëzie.
Een spook dat een dansje placeert op ‘Born to be Alive’ – het hééft
wel iets. En ook de monologen van de dode soldaat (gespeeld door
Nico Sturm) mogen er zijn; de teksten zijn meeslepend en worden
overtuigend gebracht (hoewel het enigszins stoort dat iedereen in
de film West-Vlaams spreekt behalve hij en Tony; strikt genomen kan
dat natuurlijk, niet alle soldaten tijdens WOI kwamen uit
West-Vlaanderen, maar het zorgt voor een stijlbreuk met de rest van
de cast). Het probleem met dat surrealisme is echter dat, zoals ze
dat in het Engels zo mooi zeggen: a little of that goes a long
way.
Tijdens de laatste 15 minuten krijgen we een finale die
simpelweg te ver gaat – hij is te uitzinnig, te zeer losgeslagen
van de werkelijkheid.

Wat jammer is, maar de film daarom nog niet
helemaal doet zinken. De stijl van Van Passel is immers eigenzinnig
en boeiend, en waar hij faalt, faalt hij tenminste op zijn eigen
termen. Naar goede gewoonte is de fotografie weer om te smullen en
er wordt ook sterk geacteerd: Kevin Janssens maakt, na de serie
‘Het Goddelijke Monster’, steeds interessantere keuzes, om te
breken met zijn imago van eye candy. Wine Dierickx is
charmant, Wim Opbrouck is solide als altijd en vooral Nico Sturm
bewijst zich met zijn monologen. Peter Van den Eede wordt dan weer
getypecast als foeterende pastoor (met soutane, begot!)
die zowaar zijn schapen wel eens durft lastig te vallen. Wat je
noemt: een onfortuinlijke poging tot humor.

‘Het Varken van Madonna’ is dus zeker niet perfect,
maar hij is wel origineel en individueel, zonder te vervallen in
het behaagzieke toontje van maar al te veel Vlaamse films
tegenwoordig (zelfs ‘Hasta la Vista’ had daar last van: dat
constante op-en-neer-gespring van: “Zie mij graag! Zie mij
graag!”). Zo lang dat het geval is, is perfectie niet noodzakelijk
een vereiste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in