New Order

Anno
2011 zijn we wel het één en ander gewoon wat reünies betreft.
Groepen komen weer bij elkaar voor de lol, omdat hun ‘verhaal nog
niet af is’, omdat ze weer passen in de tijdsgeest of… voor het
geld. Toen we goed een maand geleden lazen dat niemand minder dan
New Order
twee comebackconcerten zou spelen, dan waren de motieven voor die
reünie voor ons van ondergeschikt belang. De eigenzinnige en
invloedrijke band uit Manchester zorgt al meer dan een kwarteeuw
voor de soundtrack van het leven van ondergetekende, dus daar
wilden – nee, moésten – we kost wat kost bij zijn.

Over de echte reden van deze comeback was de groep van meet af aan
erg duidelijk: de concerten in Brussel en Parijs moesten in de
eerste plaats de kassa doen rinkelen. Niet die van New Order zelf,
maar die van de zieke, Amerikaanse regisseur Michael Shamberg. Die
leidde in het begin van de jaren ’80 niet alleen het New Yorkse
filiaal van het legendarische Factory Records, maar maakte ook
enkele knappe clips voor de band.

Nochtans was deze comeback geen evidentie. Door het vertrek van
bassist Peter Hook (in 2007) was niet alleen een blikvanger én een
publiekslieveling weggevallen. Hij was ook een muzikant wiens
melodieuze basspel essentieel was voor de vaak gekopieerde
groepssound (‘Thieves Like Us’ heette een single uit ’84: een meer
dan profetische titel, zo bleek). In dat geluid sloot de
naargeestige postpunk uit de Joy Division-periode
een verbond met uitgekiende, warme laagjes synthesizer en beats,
afgemeten, strakke gitaren en vaak onderkoelde, niet altijd stem-
en toonvaste vocals.

Wanneer je het niet kan laten je gewezen makkers te pas en te onpas
af te zeiken (the other three en three little pigs
limited
waren nog de aardigste benamingen), dan moet je er in
het geval van Hook ook niet van versteld staan dat je ex-makkers
voor deze twee uitzonderlijke concerten een andere bassist
meenemen. De keuze viel op Tom Chapman, die ook bas speelt bij
Bad
Lieutenant
, de groep die zanger-gitarist Bernard Sumner
intussen oprichtte met New Order-getrouwen Stephen Morris (drums)
en Phil Cunningham (gitaar, keyboards). Er ook bij, na een
afwezigheid van tien jaar, was toetseniste Gillian Gilbert.

Ruim een uur vóór het concert kon je al over de koppen lopen in de
AB. Een echt voorprogramma was er niet, wel kregen we een korte
film te zien waarin hulde werd gebracht aan de zieke Shamberg. Toen
daarna een dj de temperatuur in de zo al broeierige zaal nog wat
kwam opvoeren, waanden we ons zelfs even in wijlen The Haçienda.
Zeker toen enkele clubclassics door de speakers knalden zoals
‘Shack Up’ van label-, stads- en generatiegenoten A Certain Ratio
en ‘Planet Rock’ van African Bambaata.

Geruggensteund door knappe visuals zeilde de groep anderhalf uur
lang doorheen haar eigen, kwantitatief eerder bescheiden maar
kwalitatief zeker indrukwekkende oeuvre. Dat oeuvre had gerust
groter kunnen zijn als de groep destijds niet meer dan haar lief
was had moeten toeren, met tegenzin, om de financiële putten van
Factory Records en The Haçienda te vullen. New Order heeft zich dan
ook altijd beter heeft gevoeld in de studio dan op een podium, waar
de songs minder tot hun recht komen dan op plaat.

New Order live is dan ook altijd een beetje ‘top of flop’ geweest,
vaak zelfs tijdens hetzelfde concert. Wat dat betreft zat het
maandag echter goed. De klank was niet perfect en aan sommige
nummers was te horen dat ze een hele tijd in de kast hebben
gelegen, maar de mensen waren niet gekomen voor loepzuivere,
plaatgetrouwe uitvoeringen van de hits, maar voor de beleving, de
vibes, om zich – naar alle waarschijnlijkheid – nog een
laatste keer in één ruimte te bevinden met hun helden.

Het applaus had dus niet zozeer te maken met de kwaliteit van de
nummers, maar wel met de herinneringen die eraan kleefden. Toch was
het concert geen langgerekte nostalgietrip; om dat te ontkrachten
verwijzen we u graag door naar nieuwe bands zoals The Whip,
Delphic en
andere Cut
Copy
’s die maar wat graag putten uit de muzikale erfenis van
New Order.

Beginnen deed de groep met het instrumentale ‘Elegia’, dat nog vóór
het z’n climax kon bereiken uitmondde in ‘Crystal’, een nummer van
de zogeheten gitaarplaat ‘Get Ready’. Na ‘Regret’ leken band en
publiek voldoende opgewarmd, en konden met ‘Ceremony’, ‘Age of
Consent’ en ‘Love Vigilantes’ de eerste semiklassiekers
bovengehaald worden. Dat ‘1963’ en ‘Krafty’ hierna een beetje flets
voor de dag kwamen, werd ruimschoots gecompenseerd door het
publiek, dat héél veel Britten telde die de songs van a tot z
meezongen.

De tweede helft van het optreden maakte echt duidelijk waarom New
Order een band is die de AB in minder twintig minuten wist uit te
verkopen. Eerst werd ‘Bizarre Love Triangle’ op de menigte
losgelaten, het enige nummer waarin Sumner zich waagde aan iets dat
van verre leek op een podiumact, daarna volgde ‘True Faith’, en met
een zuivere hattrick – ‘5.8.6.’, ‘The Perfect Kiss’ en een
formidabel ‘Temptation’ – werd de reguliere set afgerond. Even
voorspelbaar (en onweerstaanbaar) als een aflevering van ‘Keeping
Up Appearances’ was dat het vijftal terugkeerde voor een bisronde
met ‘Blue Monday’ en ‘Love Will Tear Us Apart’.

Dat Gillian Gilbert van bij haar eerste passen op het podium meteen
weer in de armen werd gesloten was geen verrassing. En ook al werd
Hook gemist, toch was er niemand die het in zijn hoofd haalde zijn
vervanger daar op af te rekenen. Tom Chapman liet zich op weinig
foutjes betrappen en probeerde ook niet meer dan nodig in het
voetlicht te treden. Het leverde hem zelfs een applausje op tijdens
‘Blue Monday’.

De gediplomeerde musicologen van onze kwaliteitskranten aanzagen
het met lede ogen en vonden het blijkbaar maar niets. De groep was
dan ook niet voor hen naar de AB gekomen. New Order wilde in
Brussel het nuttige aan het aangename koppelen; geld inzamelen voor
een zieke vriend én de fans vier jaar na de split dan toch het
afscheidsfeestje geven waar ze recht op hadden. Daar zijn ze met
verve in geslaagd. Al de rest is bijzaak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in