The Help

Zo gauw de zomer voorbij is, wordt bij zowat elke
dramatische film die er in Hollywood gemaakt wordt, stilletjes
gespeculeerd over zijn Oscarkansen. Dit is de tijd van het jaar dat
alle films die zichzelf profileren als Serieus of Relevant
(hoofdletters absoluut noodzakelijk) potentiële prijsbeesten zijn.
‘The Help’ is dat allebei en nog meer dan dat: hij is ook
Inspirerend, Feel Good en Historisch Verantwoord, wat de awards
buzz
alleen maar sterker maakt. De film wordt zelfs bestempeld
als “‘Forrest Gump’ voor vrouwen” (vreemd, ik dacht dat ‘Forrest
Gump’ al ‘Forrest Gump’ voor vrouwen was), en er zijn ook wel
realistische vergelijkingen te maken. Opnieuw gaat het over een
blik op de recente Amerikaanse geschiedenis, bekeken door een
lichtroze bril. En opnieuw is het een verhaal dat geworteld is in
de mentaliteit van de Deep South, waarin zelfs het racisme
van die tijd voorzien wordt van een klatergouden nostalgische
glans. Want hey, dat racisme was misschien niet om te lachen, maar
we moeten ons toch ook niet depressief laten maken, zeker?

Emma Stone speelt Skeeter Phelan, een Southern
belle
uit Jackson, Mississippi (u bekend omdat het hotter
than a pepper sprout
is), die na haar studies in het noorden
terug naar huis keert. Daar wordt ze ogenblikkelijk weer in het
keurslijf van het zuiden anno 1963 gedwongen: de universiteit was
allemaal goed en wel, maar nu verwachten haar vriendinnen en haar
moeder dat ze zo snel mogelijk een man strikt en kindjes begint te
produceren. Skeeter heeft echter andere plannen. Ze begint te
werken voor de plaatselijke krant en besluit een boek te schrijven
over de zwarte huishoudsters die het sociale leven in Jackson
ondersteunen. Daarvoor interviewt ze onder andere Aibileen (Viola
Davis) en Minny (Octavia Spencer), de meiden van haar
jeugdvriendinnen. De verhalen die ze te horen krijgt, zijn
choquerend: verhalen van ver doorgedreven racisme en constante
vernederingen.

Skeeter is behoorlijk van haar melk van wat de
zwarte huishoudsters moeten doorstaan, en de makers van de film
zijn dat duidelijk ook. Om zijn – toegegeven, ietwat laattijdige –
verontwaardiging te laten blijken, voert regisseur Tate Taylor
tijdens het eerste half uur een ware parade op van vooroordelen en
weinig subtiele hate crimes: Bryce Dallas Howard wordt
opgevoerd als queen bitch die haar meid zelfs tijdens een
orkaan buiten stuurt omdat ze de wc binnen niet mag gebruiken;
tijdens een diner wordt Skeeter expliciet aangeraden om zo snel
mogelijk te stoppen met werken en een man te vinden, en omdat ze
daar niet veel zin in blijkt te hebben, vraagt haar eigen moeder
haar angstig of ze misschien geen “tegennatuurlijke neigingen”
heeft (want daar bestaan naar ’t schijnt behandelingen voor). En
hop, zo hebben we binnen de dertig minuten racisme, seksisme én
homofobie afgevinkt. Erg subtiel is dat niet, maar het minste dat
je kan zeggen is dat de boodschap duidelijk is.

Daarna, eens de huishoudsters hun verhalen beginnen
te vertellen, vindt de film zijn ritme. Het tempo zit er beter in
en we krijgen zelfs een paar scènes die écht werken. Vooral de
verhaallijn tussen Minny en Celia, een verschoppelinge uit de
blanke social circle, heeft iets ontwapenends. Het helpt
daarbij ook dat er uitstekend geacteerd wordt. Viola Davis is één
van de beste actrices waar u nog nooit van hebt gehoord (check
vooral haar prestatie in ‘Doubt’, waarin ze met een enkele scène
Meryl Streep volledig van het scherm speelde). Ook hier brengt ze
een ontzagwekkende autoriteit naar de rol van Aibileen, en – nog
belangrijker – ook veel eenvoud. De meeste acteurs horen
action op een set, en denken dat dit betekent dat ze
vooral vanalles moeten beginnen doén. Davis, daarentegen, weet dat
subtiele toetsen en ingetogenheid vaak veel meer resultaat behalen.
Haar werk is telkens opnieuw een toonbeeld van
“minimalisme-waar-mogelijk en
openlijke-emoties-waar-het-echt-moet”. Emma Stone, op haar beurt,
heeft zich de laatste twee jaar een begenadigd comédienne getoond,
die hier zonder al te veel problemen haar mannetje staat in haar
eerste grote dramatische rol. Bryce Dallas Howard voert een
karikaturaal nummertje op als haast psychopatische bitch,
maar dat het een karikatuur is, kan je haar moeilijk verwijten. Dat
is eerder de schuld van de filmmakers. Jessica Chastain is de
laatste tijd vrijwel alomtegenwoordig (‘The Tree of Life’, ‘The
Debt’) en laat zich hier, als Celia, opnieuw van een andere, meer
tragikomische kant zien, die zeker interessant is.

Aan de acteerprestaties zal het dus niet gelegen
hebben, en af en toe heeft Taylor ook een zeer sterk momentje te
pakken. Het probleem is alleen dat het allemaal erg (no pun
intended)
zwart-wit blijft. Er is echt niemand die zich ooit
dreigt te vergissen tussen wie de goede en de slechte personages
zijn – zou het echt zoveel moeite zijn geweest om Howards personage
toch een beetje menselijkheid mee te geven? Of op zijn minst een
schim van een motivatie voor wat ze doet? ‘The Help’ reduceert een
enorm complexe tijd in de Amerikaanse geschiedenis – en de mensen
die er, al dan niet bewust, deel van uitmaakten – tot de simpelste
morele tegenstellingen. Racisten zijn blijkbaar gewoon racisten
omdat ze slechte mensen zijn, punt. Maar aan het einde van die
gedachte hadden de makers echt geen punt mogen zetten.

En dan is er nog het ‘Driving Miss Daisy’-syndroom
van de film; een soort goed bedoeld paternalisme waardoor het
verhaal van een minderheidsgroep toch altijd weer binnen het
perspectief van een blanke wordt getrokken. ‘Driving Miss Daisy’
ging uiteindelijk over hoe een zwarte chauffeur leert lezen dankzij
een blank oud vrouwtje. Hoera voor dat oud vrouwtje. En ook wel een
beetje voor die zwarte chauffeur. En net zo gaat ‘The Help’ over
een blank juffertje dat Jackson desegregeert. Hoera voor haar. Dat
tegelijkertijd zwarten overal in Amerika op straat kwamen en in hun
eigen naam spraken, wordt nauwelijks vermeld, behalve in vluchtige
nieuwsberichten. Het is een soort van damned if you don’t, and
damned if you do-
scenario, een onbewuste neerbuigendheid waar
elke “blanke” film over… nuja, over “niet-blanke” onderwerpen
last van heeft. Misschien dat de film authentieker was geweest als
hij gewoon effectief het verhaal van de blanke racisten had
verteld; hoe het status quo waarmee ze al jaren leefden stilaan
bedreigd werd. Dat is in essentie het verhaal dat de tv-reeks ‘Mad
Men’ vertelt, zij het in een andere context, en daar werkt het wél,
omdat de makers weten waar ze het over hebben.

‘The Help’ is niet slecht gemaakt en ja, de film
laat zich best bekijken. Maar hij ambieert wel wat meer dan alleen
maar dat. Een gemiste kans, maar nogmaals: Viola Davis, onthoud die
naam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in