The Future

Performance artist, schrijfster,
regisseur, actrice en bad hair day-specialiste Miranda
July maakte zes jaar geleden haar filmdebuut met ‘Me and You and
Everybody we Know’, een ontoerekeningsvatbare, maar fascinerende
komedie, die heel wat mensen totaal vervreemdde, en anderen deed
watertanden voor meer. De fans hebben dan ook lang moeten wachten
op ‘The Future’, en nu hij er is, blijft het maar de vraag in welke
mate de prent aan de verwachtingen zal kunnen voldoen. Nog veel
meer dan ‘Me and You’ is ‘The Future’ immers bij uitstek een film
voor de happy few die in staat zijn om in te
tunen op de unieke mentale frequentie van July. Een kat
doet dienst als verteller van de film, één van de personages kan de
tijd stil zetten en op een bepaald moment voert July een soortement
interpretatieve dans uit, waarbij ze volledig in een
verbazingwekkend rekbaar t-shirt wegkruipt. Is dit een kunstfilm?
Ik dacht het wel. July duwt haar bizarre verhaallijnen,
raadselachtige personages en magisch-realistische interludes
ditmaal nog veel verder, tot ze een punt bereikt waarop je jezelf
wel moet afvragen hoeveel daarvan nog gemotiveerd is door de
inhoudelijke punten die ze wil maken, en hoeveel ervan gewoon
artistieke profileringsdrang is.

Hamish Linklater en July zelf spelen Jason en
Sophie, een koppel dat op hun 35ste al veilig is vastgeroest in een
bestaan zonder grote ambities of hoop. Hij werkt bij de tech
support
van een informaticabedrijf, zij geeft dansles aan
kleuters, en wanneer ze thuis zijn, zitten ze allebei achter hun
eigen laptop. De openingsscène spreekt overigens boekdelen over
relaties anno 2011: allebei in dezelfde zetel, allebei naar hun
computer aan het kijken, allebei te beroerd om op te staan en een
glas water te gaan halen.

Anyway, het koppel besluit voor het eerst
echte verantwoordelijkheid op te nemen door een kat te adopteren.
Omdat het beestje ziek is, zal het nog een maand duren voordat ze
haar kunnen gaan halen, en het vooruitzicht vervult hen met plots
opstekende existentiële angst. “Die kat kan nog vijf jaar leven,”
concluderen ze. “Tegen die tijd zijn we veertig. En veertig is
eigenlijk hetzelfde als vijftig, en op je vijftigste is je leven
écht wel voorbij.” Jason en Sophie besluiten hun leven, in die ene
maand die hen nog rest, helemaal om te gooien.

Die basisplot gebruikt July om heel wat thema’s in
meer of minder detail te bestuderen. Er is de vervreemding die
plaatsvindt tussen mensen dankzij computers – Sophie besluit het
internet te laten afsluiten, dus “als je nog iets moet opzoeken,
doe het dan nu, want over een uur kan het niet meer”. Jason kan
helemaal niks bedenken dat hij nog wil googelen. Er is de angst om
ouder te worden in een maatschappij die jeugd boven alles prijst.
En nog veel meer dan dat, is er de angst voor de toekomst (waar dat
ouder worden natuurlijk mee samenhangt). Jason en Sophie leggen
plotseling een enorme druk op zichzelf om in die dertig dagen nog
iets betekenisvol te doen; iets artistieks, zoals het dansen van
Sophie, of zelfs iets om de planeet te redden – Jason gaat van deur
tot deur boompjes verkopen die mensen in hun tuin kunnen planten.
En dat doen ze, omdat ze bang zijn om een betekenisloos leven
geleid te hebben, waarin ze niets gepresteerd of achtergelaten
hebben. Hun angst is zelfs zo groot dat Jason nog liever de tijd
letterlijk stilzet, dan slecht nieuws te moeten aanhoren. Hij kan
zich niet meer verbergen achter zijn computerscherm, en dus zoekt
hij andere, meer radicale manieren om van de werkelijkheid te
vluchten – zelfs een metafysische.

In dat opzicht heeft July dus een veel somberder
film gemaakt dan ‘Me and You’, hoewel ze het blijft presenteren met
een excentriek, gortdroog gevoel voor humor, dat sommigen hilarisch
en anderen gewoon irritant zullen vinden. Zelf werd ik regelmatig
in sneltreinvaart van het één naar het ander geslingerd: een man
van in de 80 die een vunzig gedichtje over een geile kerstman
vertelt, is echt ongelooflijk grappig. Telkens July in een
knarsende voice over de gedachten van de zieke kat inleest, zat ik
dan weer met enige plaatsvervangende schaamte te wachten tot het
voorbij was.

En dat typeert de hele film ook wel: July heeft een
aantal sterke scènes, een paar goeie ideeën en enkele interessante
thema’s. Het wachten is alleen nog op een extra schrijver, of op
zijn minst een degelijke monteur, die de moed heeft om die losse
elementen in een sterke structuur te gieten. July heeft duidelijk
het temperament van een kunstenaar: gooi zoveel mogelijk dingen op
dat scherm and see what sticks. Maar ze heeft niet de
discipline om genadeloos al die zaken tegen elkaar af te wegen en
dan te beslissen wat uiteindelijk zinvol is voor haar film. In ‘Me
and You’ werkte dat, hier krijg je dan weer voor elk geslaagd
moment en voor elk idee dat helder naar voren komt, twee of drie
tegenhangers die niet werken. Veel te vaak krijg je de indruk dat
July vooral zo excentriek en artistiekerig mogelijk wil
doen – als het maar onconventioneel is, dan is het goed.
Sporadisch, vooral wanneer July zich concentreerde op de relatie
tussen Sophie en Jason, moest ik denken aan ‘Eternal Sunshine of
the Spotless Mind’, ook een film die pijn van een liefdesrelatie op
een zeer eigenzinnige manier in beeld bracht. Maar zelfs de zotste
vondst van Charlie Kaufman en Michel Gondry in die film was perfect
te verantwoorden door het verhaal. Het paste allemaal in de puzzel
die de makers wilden leggen. In ‘The Future’ kreeg ik vaak de
indruk dat July zelf niet eens zicht had op de volledige puzzel,
maar dat ze de individuele stukjes gewoon mooi vond.

Ik durf ‘The Future’ niet volledig af te schrijven
als een flop. Daarvoor zijn er te veel sterke momenten, en is de
visie van July te bewonderenswaardig eigenzinnig. Oké, het blijft
dan wel niet allemaal plakken, maar ze heeft tenminste durven
gooien. Maar het is wel een teleurstelling dat ze voor haar
tweedeling haar eigen creativiteit blijkbaar minder kan controleren
en sturen dan in haar debuut.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in