Lena

Christophe Van Rompaey charmeerde drie jaar geleden
heel Vlaanderen – of toch minstens heel Gent – met zijn debuutfilm
‘Aanrijding in Moscou’, een prent die er zowaar in slaagde om
volks, maar toch niet plat te zijn (eat that, Jan
Verheyen!). Mooie dingen kondigden zich aan, tot het nieuws werd
bekend gemaakt dat Van Rompaey voor zijn follow up naar
Nederland trok – en dat voor een regisseur die schijnbaar zo
fundamenteel uit de Vlaamse klei getrokken was. Een vreemde keuze,
die dan ook heeft geresulteerd in een onwennige film. ‘Lena’ is een
bizarre mix van genres, die vol zit met bruuske toonwisselingen en
nog vreemdere plotwendingen.

Emma Levie speelt Lena, een eenzaam, mollig meisje
van 17 dat dik tegen haar zin bij haar bitchy moeder
woont. (“Het nijlpaard komt net binnen,” zegt mama doodleuk aan de
telefoon wanneer Lena thuiskomt.) Haar zoektocht naar affectie
geeft doorgaans alleen maar aanleiding tot vreugdeloze snelle
vrijpartijen, die de jongens in kwestie achteraf niet eens willen
toegeven. Maar haar geluk lijkt te keren wanneer ze kennis maakt
met Daan (Niels Gompert), een conventioneel knappe jongen die het
zowaar écht met Lena lijkt te menen. De twee beginnen een relatie
en Lena trekt zelfs in bij Daan en zijn suffe vader Tom (Jeroen
Willems). Tot blijkt dat Daan niet zo koosjer is als hij zich
voordoet.

De voornaamste drijfveer van het scenario is dus
niet wat je zou denken: ‘Lena’ is niet de lijdensweg van een dik
meisje dat bij niemand genegenheid kan vinden. Het is eerder het
verhaal van een personage dat zodanig blij is met de minste tikkel
aandacht, dat ze niet verder kijkt dan haar neus lang is. Op zich
is dat natuurlijk een geldige premisse voor een film – op zich is
quasi elke premisse geldig genoeg om een film van te maken
– maar Van Rompaey vindt nooit een manier om dat verhaal echt te
verzoenen met de personages die erin rondlopen. Om de plot
geloofwaardig te maken, zou Lena een naïef, onschuldig wicht moeten
zijn dat alles gelooft dat Daan zegt omdat ze niet beter weet. Maar
dat is niet de Lena die we in de film te zien krijgen; we zien hier
continu een sterk, mondig meisje dat zich op een krachtige manier
afzet tegen haar omgeving. Waarom laat ze zich dan inpakken door
Daan? Toch alleen maar omdat liefde blind maakt? Tja. Strikt
genomen is het niet onmogelijk – door de liefde ga je gekke dingen
doen – maar het is niet consequent, en daardoor moeilijk te
geloven.

Iets gelijkaardigs geldt voor Daan, die we nooit
helemaal doorgronden. Houdt hij van Lena of niet? In welke mate zit
hij echt in de criminaliteit? In hoeverre kunnen we eender wat
geloven dat hij zegt? Van Rompaey en scenariste Mieke de Jong
kunnen zich wat Daan betreft natuurlijk altijd beroepen op het
excuus dat de hele film door de ogen van Lena wordt gezien, en dat
ook zij haar eigen vriendje niet zo goed kent als ze graag zou
willen – maar ook hier is die mogelijke uitleg simpelweg niet goed
genoeg. Tenslotte gaat het om een hoofdpersonage, dat dus ofwel
duidelijker geschetst moet worden, ofwel moet je echt expliciet een
punt maken van het mysterie dat er rond hem hangt. In ‘Lena’ doen
de makers geen van beide – Daan is wie hij is, maar wie is dat
precies?

Op die manier krijg je een film waarin de plot een
bepaalde richting uitgaat, terwijl de personages continu
uitschreeuwen: “Dit zou ik nooit doen in het echte leven!”. De
grootste problemen komen er echter tijdens het laatste half uur,
wanneer het hele verhaal een onverwachte wending neemt, die geen
seconde geloofwaardig is. Vanaf dat moment nemen Van Rompaey en de
Jong een afslag richting tragedie die weinig gemotiveerd en al
helemaal niet overtuigend is. Het slot van de film komt dan ook
eerder potsierlijk dan tragisch over.

Op technisch vlak kiest de regisseur voor het
grootste deel van de film voor een naturalistische aanpak, die dan
sporadisch doorbroken wordt door korte scènes waarin Lena – God
help ons – aan line dancing doet. Op die momenten stapt
dat personage even uit haar werkelijkheid, om zich terug te trekken
in haar mentale wereld. We krijgen gestileerde slow motion shots,
met op de voice over de gedachten van Lena: “Het belangrijkste bij
line dancing is dat je nooit de tel kwijtraakt. Eén, twee,
drie, vier… Altijd bij de pinken blijven.” De parallel met haar
eigen leven ligt er wat al te dik op, maar goed, die scènes werken
nog wel. Voor het overige is de prent adequaat, maar zeker niet
memorabel in beeld gebracht. Van Rompaey heeft overigens gekozen
voor een 1.33 beeldformaat, wat ongeveer gelijk staat aan het beeld
van een oude, vierkanten televisie. Een bizarre, nogal aftandse
keuze – dat formaat wordt door zo goed als niemand nog gebruikt
tegenwoordig. Nu goed, misschien dat er een enorm goed doordachte
artistieke logica achter schuilgaat, maar dat ik hem vierkant
gemist heb. Er zijn wel gekkere dingen gebeurd.

De acteerprestaties zijn wel in orde, met Emma
Levie als uitschieter in de hoofdrol. Ze brengt een mooie
waarachtigheid naar haar personage, en is ook gewoon fysiek
behoorlijk moedig, door een aantal keer naakt te gaan in enkele erg
zakelijk in beeld gebrachte seksscènes. Let’s face it, als
iemand met het lichaam van een Jennifer Lawrence uit de kleren gaat
is dat misschien al niet makkelijk, maar Levie stelt zich nog
duizend keer kwetsbaarder op. Ik krijg in ieder geval bij voorbaat
al de griezels bij de gedachte dat ‘Lena’ volgend jaar in heel wat
schoolprogramma’s gestopt zal worden, en wat voor reacties er dan
op die scènes zullen komen. Anyway, groot applaus voor
Levie, die lef toont en de film moeiteloos draagt. Niels Gompert is
oké als Daan, terwijl Jeroen Willems een ondankbare rol heeft, waar
hij weinig mee kan aanvangen.

Ja, een tegenvallertje, deze ‘Lena’. Je merkt de
goede bedoelingen die er achter zitten, en sporadisch heeft Van
Rompaey ook wel een knappe scène te pakken, maar het is allemaal te
onsamenhangend en ongeloofwaardig om ermee door te kunnen. Volgende
keer toch maar terug naar Gent komen, Christophe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in