DOSSIER GRUNGE: De erfenis van grunge

Met een dramatische knal maakte Kurt Cobain in april 1994 de facto een einde aan de euforie rond Seattle en zijn muziekscene. Elke groep had een tweede plaat uitgebracht sinds de grote doorbraak, was een vaste waarde geworden, en de opwinding verdween sowieso; het nieuwe was eraf. Rest de vraag wat er nog overblijft nu de kruitdamp al jaren is opgetrokken en de echo van dat schot is weggedeemsterd.

Om te beginnen, een reeks klassieke albums: Nevermind, natuurlijk, maar ook Ten (Pearl Jam), Superunknown (Soundgarden), Dirt (Alice In Chains), Live Through This (Hole), en opnieuw Nirvana met In Utero. En dan zwijgen we nog over de klassiekers die niet in Seattle werden geschreven, maar dankzij de hele hype rond alternatieve muziek ook plots een groter publiek vonden dan ooit gedacht. Zo noemen we bijvoorbeeld Siamese Dream (Smashing Pumpkins), Blood Sugar Sex Magic (Red Hot Chili Peppers), Angel Dust (Faith No More) …

En die puntjes staan voor nog heel wat gitaargeweld dat in dat begin van de jaren negentig plots van een kleine zweterige club in het grotere concertciruit terechtkwam. Als de hele grungeperiode immers één verdienste heeft, dan wel dat: dat alles wat al jaren in de Amerikaanse ondergrond woelde, plots verkoopbaar werd geacht, en dat in al zijn weerbarstigheid plots ook bleek te zijn. Een generatie ontdekte “goeie” muziek, en omarmde die vol vuur; punk was niet langer iets voor die weirdo met zijn veiligheidsspelden en hanenkam.

Zonder grunge, geen Afrekening zoals we die vandaag kennen, kortom. Maar uiteindelijk is de balans toch dat “het systeem” de boel wel degelijk klein heeft gekregen. Na veel debatten werden een paar songs op In Utero door Scott Litt toegankelijker hermixt, uiteindelijk zou Pearl Jam weer videoclips laten maken en zijn tickets via TicketMaster laten boeken. En werd alternatieve rock iets dat even gestroomlijnd werd door platenfirma’s als hun andere producten. Ze hadden er mee leren omgaan, de nieuwe praatjes geleerd, en uiteindelijk een gekuiste versie gekregen die ze aan kritiekloze pubers konden verkopen.

Grunge gaf, met andere woorden, de doodsteek aan alternatieve muziek. Net door het verkoopbaar te maken, leerde het jonge bands de lokroep van het geld, die sterker kon zijn dan het heilige vuur. En dus werden principes al snel opgeborgen, werd mediatraining ook voor een zogezegde undergroundband vaste prik, en verdwenen de scherpe kantjes en het sarcasme al snel. Dat werd plots ironic; een minder schadelijke, weinig betekenende en dus veilige variant.

Rauw gitaartestosteron was verkoopbaar gebleken, en het resultaat bleek uiteindelijk nu-metal te heten. Groepen als Limp Bizkit en Puddle Of Mud lieten zich voorstaan op hun bewondering voor Kurt Cobain, maar brachten een karikatuur van ’s mans sentiment, muzikaal werd gekozen voor een platte variant, opgeleukt met hiphopbeats. Want ook dat deed het goed bij de tienerbevolking.

Misschien is het dus het beste om terug te kijken op het begin van de jaren negentig als op een heerlijk naïeve oase; een vrijhaven waarin alle regels op hun kop werden gezet en er heel even revolutie in de lucht hing. De gevestigde orde bleek uiteindelijk sterker en kapselde de beweging in tot het gevaar geweken was, maar de klassiekers blijven. Het is ook niet erg, zo gaat het altijd: what goes up, must come down. Maar de platen die toen zijn gemaakt neemt niemand ons af, en ondergronds broeit het ongetwijfeld verder; klaar om ons binnen vijf of tien jaar opnieuw uit onverwachte hoek te verrassen. Want teen spirit never dies.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =