The Lion King




Het idee om een populaire film sporadisch opnieuw
uit te brengen in de bioscoop, is bij ons zo goed als onbekend,
maar in de VS is het een tamelijk courante praktijk. Nog maar
enkele jaren geleden werd ‘The Godfather’ daar in een kraaknette
nieuwe transfer in de zalen gebracht, voorafgaand aan zijn eveneens
gerestaureerde dvd-release. In principe valt die gewoonte alleen
maar toe te juichen, maar nu ‘The Lion King’, één van Disney’s
beste en meest populaire animatiefilms, opnieuw de cinema’s inrolt,
hangt er toch een onprettig, wat al te plat-commercieel smaakje
aan. Want wat is het selling point ditmaal? Niet dat een
jongere generatie een klassiek geworden film op een groot scherm
kan ervaren. Niet dat de prent op zich gerestaureerd of zelfs
gehermonteerd is. Maar wel dat ze ‘m in een 3D-jasje hebben
gegoten. Even eerlijk: hebt u tussen 1994 en het heden ooit, al was
het maar één keer, in een zatte bui, gedacht: “Goh, ‘The Lion King’
was goed, maar in 3D zou hij nog veel beter zijn?” Nee toch?
Nochtans rekent men nu gemiddeld 11 euro per persoon voor het
voorrecht om deze film, die u zeer waarschijnlijk toch al op dvd
hebt liggen, te kunnen bekijken met een brilletje op. En dan doet
men nog niet eens de moeite om hem fatsoenlijk te verdelen in zijn
originele versie: in de meeste steden kunt u ‘The Lion King’ alleen
in de Nederlandse dub bekijken, wat goed en wel is voor jonge
kinderen, maar de talloze volwassen fans in de kou laat staan.

Lieve mensen: ik ben er niet aan begonnen. In
plaats van me te ergeren aan 3D en Hollandse stemmen die de plaats
innemen van Jeremy Irons en James Earl Jones, heb ik gewoon de dvd
nog eens laten snorren. Ik schat dat het ongeveer de tiende keer
moet zijn geweest dat ik de film bekeek – de eerste keer was op
mijn veertiende, in de bioscoop, in glorieus 2D én in het Engels –
en de magie werkte nog steeds. Voor één keer dus geen uitspraken
over de kwaliteit van de 3D-transfer, want a) ik kan er niet over
meespreken en b) ik voel me bijzonder comfortabel in die
onwetendheid.

Heel even de feiten voor die twee wereldbewoners
die het nog niet moesten weten: ‘The Lion King’ gaat over Simba,
een welp wiens vader Mufasa (James Earl Jones) de koning is van
Pride Rock, een prachtig stukje savanne in centraal Afrika. Scar
(Jeremy Irons), de gemene broer van Mufasa, ziet met de geboorte
van Simba zijn kans op troonsopvolging aan zich voorbijgaan, en
besluit een staatsgreep te plegen. Hij vermoordt zijn broer en
overtuigt Simba ervan dat de dood van Mufasa zijn eigen schuld is.
Simba gaat op de loop en Scar zwaait de plak over Pride Rock. Maar
dan…

En wat er dan volgt, weet u allemaal al. ‘The Lion
King’ was het hoogtepunt van de revival van de Disney
Studio’s in de jaren negentig. Na een commercieel en artistiek
nogal magere output in de jaren tachtig, vond het Huis van
de Muis zijn tweede adem met ‘The Little Mermaid’, ‘Beauty and the
Beast’ en ‘Aladdin’, drie enorme hits op rij. ‘The Lion King’ werd
binnen de studio beschouwd als een soort “B-project”, een
tussendoortje in afwachting van ‘Pocahontas’, hun volgende grote
klepper, maar dat pakte anders uit. Het leeuwenverhaal werd een
klassieker, terwijl ‘Pocahontas’ de verwachtingen niet kon
inlossen.

Dat onvoorstelbare succes heeft gedeeltelijk te
maken met de verhaalstructuur van de film. ‘The Lion King’ heeft
plotelementen bij elkaar gejat uit ‘Hamlet’ en het bijbelse verhaal
van Jozef (die met z’n Amazing Technicolor Dreamcoat, weet
u wel), maar ook de Japanse tekenfilmreeks ‘Kimba the White Lion’
was absoluut een inspiratiebron. Dat creatief leentjebuur-spelen is
al vaak op kritiek onthaald, maar je kan niet ontkennen dat de
structuur ervan, hoewel traditioneel, erg knap gedaan is. ‘The Lion
King’ is één van de zuiverste voorbeelden van een
drie-aktenstructuur die je ooit zult tegenkomen. Eerste bedrijf:
Simba en zijn vader in Pride Rock. Dat eindigt dan in de eerste
grote plotwending: Mufasa sterft. Tweede bedrijf: Simba in
ballingschap, terwijl Scar heerst over Pride Rock. Dat eindigt in
grote plotwending twee: Simba ontmoet iemand van thuis, die hem
overtuigt om terug naar huis te keren. Derde bedrijf: Simba gaat
terug naar Pride Rock en gaat de confrontatie met Scar aan. Drie
bedrijven, gescheiden door twee fysieke verplaatsingen van het
hoofdpersonage. Netter kan een filmstructuur niet zijn, maar dat
analyseren is meer dan alleen een nerdy oefeningetje in
filmtheorie: die opbouw geeft de prent immers ook zijn
drive. Het zorgt ervoor dat ‘The Lion King’ continu
vertrouwd, maar tegelijk ook nieuw aanvoelt, en dat er een
ongelooflijk tempo in de prent zit.

Individuele verhaalelementen zijn dan weer relatief
gedurfd: de dood van Mufasa is de eerste keer in een heel lange
tijd dat er een “goed” personage on camera sterft in een
Disneyfilm. Zelfs de beruchte dood van Bambi’s moeder vond off
screen
plaats. De prent heeft een serieuze ondertoon, die hem
een zeker gewicht meegeeft, en die er bovendien in slaagt om niet
al te hard te botsen met de obligate comedy sidekicks,
Timon en Pumba – twee personages die sindsdien overigens
schaamteloos uitgebuit zijn in straight to video-sequels
en tv-reeksen allerhande, maar die in beginsel wel grappig
zijn.

Visueel speelt de film sterk met de contrasten
tussen de rijke, warme kleuren en zachte vormen van Pride Rock
onder de leiding van Mufasa, en de kille, duistere, uit scherpe
hoeken opgetrokken grot waarin Scar woont. Het beste voorbeeld is
wellicht de “Be Prepared”-sequens, waarin Scar zijn snode plannen
uitlegt via een liedje. Zijn handlangers, een bende hyena’s,
paraderen voor hem op een manier die rechtstreeks refereert aan de
nazi’s in ‘Triumph des Willens’. Scar zit hoog boven hen op een
puntige rots en dan… tja, dan lijken die rotsen plots te
groeien. Ze worden hoger en scherper, tot de realiteit
vrijwel volledig wordt achtergelaten. Naargelang het liedje naar
zijn climax toewerkt, wordt de setting zodanig gestileerd dat ik
moest denken aan expressionistische Duitse horrorprenten uit de
periode van de stille film. Het is verreweg de beste scène uit de
prent.

Het einde is wellicht het zwakste punt van ‘The
Lion King’; eens Simba terugkeert naar Pride Rock, moet het
blijkbaar allemaal opeens heel snel gaan, en wordt de finale wat al
te zeer op een drafje afgeraffeld. Maar goed, het kan de pret niet
bederven. Met een tijdloos, goed op poten gezet verhaal, knappe
visuals, memorabele personages en sterk stemmenwerk
(Jeremy Irons is onvergetelijk), blijft ‘The Lion King’ één van de
ultieme Disneyklassiekers. Nu te zien in prachtig 2D op een dvd
near you. Het voornaamste voordeel van de
3D-bioscooprelease is dan ook dat de bluray wellicht niet lang meer
op zich zal laten wachten.

Omdat het echt te goed is om te laten
liggen, nog even de “Be Prepared”-scène. Jeremy Irons
FTW!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in