Side A :: A New Margin

Hoewel Ken Vandermark bij onze laatste controle nog geen enkel album opnam in deze bezetting, is het trioformaat er eentje waar hij prima in gedijt. Wijlen The Vandermark 5, grote projecten als het Resonance Ensemble en de vele duoconcerten hebben een groot deel van z’n tijd opgeëist, maar we hebben ook altijd een zwak gehad voor Tripleplay, Free Fall, het DKV Trio en nu ook deze Side A, waarvoor hij samenwerkt met drummende stadsgenoot Chad Taylor en de Noorse pianist Håvard Wiik (ook bekend van o.m. Atomic en Free Fall).

Het boeiende aan Vandermarks gigantische discografie is niet enkel de kwaliteit ervan, maar de zelfreflectie die je er dankzij sociale media, uitvoerige liner notes en interviews bij kan krijgen. Weinig artiesten stellen zich publiekelijk zo vaak en (soms) genadeloos in vraag, hebben er zo weinig moeite mee om toe te geven dat ze zich soms verloren voelen op een podium en constant behoefte hebben aan verandering. De rietblazer neemt z’n kunst serieus en laat geen kans schieten om aangereikte mogelijkheden te grijpen. Het zijn net de uitdagingen, met de schijnbaar onmogelijke opdrachten op kop (hij schreef onlangs nog dat spelen met Lean Left hem meer dan ooit tevoren leerde om, uit noodzaak, alle aangeleerde tactieken overboord te gooien), die de man zo gedreven houden.

De link met de collega’s op A New Margin lijkt duidelijk, maar creëert toch van meet af aan een apart klinkend album, dat zich beweegt tussen verschillende genres en werelden. Ging Vandermark de voorbije jaren steeds meer tijd besteden aan vrije improvisatie en het gezelschap van Europese collega’s opzoeken, dan valt hier toch op hoe sterk er wordt gewerkt met gecomponeerd materiaal en genoteerde muziek. Het gaat daarbij niet om compleet uitgeschreven arrangementen, maar uitgesproken ideeën — thema’s en overgangen — die de muziek op het raakvlak van moderne jazz en de avant-garde zet, met enkele vrij eenvoudige structuren, maar net zozeer halsbrekende hoogstandjes vol weerbarstig rumoer en hectische interactie.

De blazer laat zich hier vooral gaan op baritonsax en klarinet, instrumenten waarmee hij een soms totaal verschillende indruk maakt. Geeft het op het kleine instrument, waarop hij eerder lijkt te neigen naar de Giuffre-school, vooral een cerebrale toets aan zijn muziek, zoals in “The Kreuzberg Variations” en “Permanent Sleeve (Walking Hand”), dan zorgt de kloeke bariton doorgaans voor een meer viscerale aanpak en lijkt het alsof je de soul- en bluesliefhebber in hem aan het werk hoort, met krachtig geronk en robuuste smeerpartijen. In combinatie met Taylor en Wiik zijn de resultaten echter zelden conventioneel, ook al zijn er heel wat nummers, met startduo “Boxer” en “What Is Is” op kop, die het niet te ver gaan zoeken.

Het eerste wordt volledig opgebouwd rond een herhaald pianomotief, waar Taylor z’n steeds intensere drumpatronen rond metselt en Vandermark steeds meer naar gestileerdnoir-terrein stuwt. Mooi om te horen hoe de exotiek steeds toeneemt en Wiiks denderende linkerhand steeds wint aan agressiviteit. Nog geslaagder, misschien wel het hoogtepunt, is het erop volgende stuk, dat vrij Europees aandoend start, met door ruime leegtes gescheiden aanslagen van piano en drums. Het is de komst van de blazer, na een minuut of drie, die het geheel een andere koers geeft, opgehangen aan een metronoompuls en een eenvoudig themaatje dat al snel overgenomen wordt door piano, waardoor het saxspel steeds woeliger kan worden.

Ook als het trio meer naar de traditie neigt, blijft het verrassen. Iets als “Trued Right” lijkt op papier verdacht dicht aan te leunen bij popjazz, maar van banaliteit is hier, door de nadruk op de ritmische en melodieuze inventiviteit, geen sprake. Van een formule is evenmin weinig te bespeuren: “Fold” bevat een expressief schitterstuk van Wiik en Vandermark en “Arborization” rondt de eerste albumhelft af op een ingetogen noot, terwijl het gestroomlijnde “Enclitics” de iets cerebraler tweede inluidt. Die lijkt bij een eerste beluistering minder samenhang en toegankelijkheid te hebben, maar kent ook z’n afwisseling tussen gespierd spel (“Cometing”) en alternatieve speeltechnieken (“Permanent Sleeve” en het door circulair baritongeronk op gang getrokken “Giacometti”).

Vandermarks oeuvre is even groot als divers, maar toch is Side A een van meest opmerkelijke recente projecten omdat het de muzikant opnieuw gedwongen heeft een andere aanpak te zoeken, die duidelijk tot de gewenste resultaten geleid heeft. Dit valt met geen enkele van zijn andere albums te vergelijken, of je zou het al moeten beperken tot een mooie balans tussen compositie en improvisatie. Het toont nog maar eens aan dat rusteloosheid en durf nog steeds de beste garantie zijn voor onverminderde creativiteit en sterke resultaten. Een zoveelste intrigerende plaat voor de betrokkenen. En de luisteraars.

Side A maakt op zaterdag 15 oktober zijn Belgisch debuut in de coStA (Antwerpen). Meer info en tickets via de website. Vandermark zal ook twee keer opdraven op Follow The Sound: met een andere nieuwe band, Made To Break, en als vierde man van The Thing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in