Michel Houellebecq :: De kaart en het gebied

Wat de Franse schrijver Michel Houellebecq ook doet, het lijkt controverse te veroorzaken. Zijn vier grote voorafgaande romans maakten een deel van het traditionele lezerspubliek misselijk en Houellebecqs verfilming van zijn eigen roman La Possibilité d’une Île lokte gelijkaardige reacties uit in de filmwereld. Met La carte et la territoire zou de schrijver het echter over een andere boeg gegooid hebben en inderdaad, de vulgariteiten blijven deze keer grotendeels in de kast.

In het Nederlandse taalgebied was al een en ander te doen rond Houellebecqs nieuwste roman nog voor die in vertaling verscheen. De hele Wikipedia-hetze werd in onze media immers op de voet gevolgd. Houellebecq had namelijk anonieme bijdrages aan Wikipedia.fr letterlijk in zijn eigen roman overgenomen. De ontdekking betrof een technische beschrijving over hoe vliegen met elkaar copuleren. Houellebecq reageerde meteen heftig op de aantijgingen en repliceerde dat het verweven van het banaal-wetenschappelijke met zijn fictie deel uitmaakt van het experiment dat hij van La carte et la territoire wilde maken. Wie het boek vandaag leest, beseft inderdaad dat Houellebecq stijl en inhoud met elkaar wilde doen interageren en daarom dergelijke, quasi machinale beschrijvingen nodig had. De beschuldigingen hadden echter kwalijke gevolgen voor de Franse auteur: omdat hij letterlijk tekst had overgenomen van Wikipedia viel zijn boek plots onder de “creative commons”-licentie en enkele dagen later werd La carte et la territoire integraal (gratis) aangeboden via internet. Inmiddels werd de Franse auteur echter in eer hersteld dankzij de prestigieuze Prix Goncourt, die Houellebecq tegen alle verwachtingen in toebedeeld kreeg. Een zestal maanden na de Franse publicatie bracht Uitgeverij De Arbeiderspers een uitstekende vertaling op de markt van Martin de Haan, waarna het boek zijn triomftocht doorheen de Franse pers nog eens overdeed in onze media.

Is het boek al die lofbetuigingen waard? Daar kan over gediscussieerd worden. In ieder geval slaat Houellebecq met De kaart en het gebied een totaal andere richting in, zonder dat het boek een slap probeersel geworden is. De roman volgt beeldend kunstenaar Jed Martin, die verspreid over drie artistieke periodes een oeuvre creëert dat hem steenrijk maakt. Niet zonder ironie beschrijft Houellebecq hoe de kunst van Martin, die een brug slaat tussen het industriële en het kunstzinnige, als een bom inslaat op de kunstmarkt. De auteur verliest zich in lange beschrijvingen over fictieve kunstartefacten, laat Martin een consistente visie ontwikkelen op de kapitalistische/industriële overheersing en wijdt uit over copulerende vliegen en soorten auto’s. Men zou kunnen zeggen dat de ledigheid die deze tijden opwekken bij haar creatieve geesten, als een waas neerdaalt over de roman, die, hoewel bijzonder vlot geschreven, vanuit een soort industriële stijl geschreven lijkt. Bijzonder opmerkelijk is kortom de kruisbestuiving tussen vorm en inhoud. Houellebecq ontwikkelt een woordenschat, zinsbouw en structuur die vanuit de innerlijke karakteristieken van deze epoque lijken voort te spruiten. Daarbovenop komt, in het derde deel van de roman, een inhoudelijk experiment waarin de auteur, die zichzelf als personage reeds in het luik ervoor had opgevoerd, plots de focus verlegt en steeds alomvattender gaat werken.

Toch is het resultaat geen roman over het al. Houellebecq koppelt uiteindelijk bescheiden terug en besluit met een ingehouden bespiegeling over de mens achter de kunstenaar (of de kunst achter de mens). Het personage Jed Martin, dat gaandeweg de sympathie van de lezer voor zich wint, laat op die manier een ontroerende indruk na die zeker zal bijblijven. Desondanks laten de laatste bladzijden de lezer ook verdwaasd achter. De losse eindjes, zoals het opvoeren van het stereotiep Houellebecq, zijn overduidelijk ironisch van aard, maar bewijzen binnen het bestek van de roman niet helemaal hun waarde. Bovendien laat de auteur zijn personages af en toe geforceerde uitspraken doen vanuit een levenswijsheid die men als lezer zomaar moet aanvaarden. Ook de omschakeling van een filosofisch getinte roman naar een (voorspelbare) literaire thriller loopt niet helemaal gestroomlijnd. Waar is de ironie op dergelijke momenten?

Als roman is De kaart en het gebied dus niet helemaal in evenwicht. Dat is geen schande, want als experiment betreft het een bijzonder moeilijke roman waarin Houellebecq zich wonderwel uit de slag trekt. Toch laat dit boek niet de krachtige indruk na die Platform of De wereld als markt en strijd het label ‘meesterwerk’ opleverden. Deze zachtere Houellebecq moet het eigenlijk vooral hebben van zijn menselijke warmte (hoewel Houellebecqs opvattingen nog steeds gespeend zijn van romanticismen), intelligentie en vlotte leesbaarheid, waarmee de schrijver zijn bijtende toon van weleer achter zich laat. Met La carte et la territoire snijdt Houellebecq een nieuw lezerspubliek aan, hetgeen de fans van het eerste uur misschien niet helemaal gelukkig stemt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in