Friends with Benefits

’t Is zeer goed mogelijk dat zowat elke recensie
van ‘Friends with Benefits’ zal beginnen met deze opmerking, maar
het is dan ook moeilijk om hem niét te maken: nog geen jaar geleden
waren Natalie Portman en Mila Kunis samen te zien in ‘Black Swan’,
waar ze niet alleen allebei hun steentje bijdroegen aan de beste
film van 2010, maar ook een lesbische scène deelden die voorbestemd
is een klassieker te worden. En verdomd als ze kort daarna niet
allebei krèk dezelfde romantische komedie gingen maken. Natalie
Portman deed mee in het suffe ‘No Strings Attached’, waarin ze een
dokter speelde die probeerde om een louter seksuele relatie te
onderhouden met Ashton Kutcher. En nu is er Mila Kunis in ‘Friends
with Benefits’, over een head hunter die probeert om een
louter seksuele relatie te onderhouden met Justin Timberlake.
Dude, it’s like… karma! Of het is gewoon een stom
toeval, dat kan ook. In ieder geval, hoewel we ‘Friends with
Benefits’ zeker niet willen uitroepen tot het één of ander
meesterwerk, mag het duidelijk zijn dat la Kunis de battle of
the ballerina’s
heeft gewonnen. Het werd een aantrekkelijke,
frisse, zij het ook vederlichte komedie, die succesvol is op een
aantal cruciale punten waar ‘No Strings Attached’ faalde.

Over het verhaal kunnen we kort zijn: Kunis speelt
Jamie, een jonge vrouw die door GQ wordt ingeschakeld om een nieuwe
grafische ontwerper te vinden. Daarvoor haalt ze Dylan (Timberlake)
naar New York. De twee kunnen het prima met elkaar vinden, en
worden al snel beste vrienden. Tot het onvermijdelijke gebeurt:
Jamie en Dylan duiken met elkaar in bed, onder de afspraak dat hun
relatie daardoor niet veranderd zal worden. Geen emoties, geen
romantische complicaties, alleen seks en vriendschap. Maar pssst,
twee keer raden: er komen wél romantische problemen.

Ja, beste heren van de samenleving: het klinkt erg.
Het klinkt als de ergste soort chick flick. Sterker nog:
het klinkt als ‘No Strings Attached’, en dat was ook niet echt om
mee te lachen. Maar geen nood, want ‘Friends with Benefits’ heeft
wel degelijk het één en ander te bieden. Om te beginnen is er
simpelweg de chemistry tussen de hoofdpersonages, die
aanzienlijk is. Kunis en Timberlake zijn goed op elkaar ingespeeld
en ze hebben een sterke komische timing; ze stralen een soort
affectie voor elkaar uit, die het makkelijk maakt om in de premisse
van de film te geloven. Zodanig zelfs, dat ik me sporadisch zat af
te vragen of bepaalde regels dialoog niet gewoon geïmproviseerd
waren (en van één hilarische repliek over Scientology ben
ik zelfs vrijwel zeker dat ze er ad-lib werd tussen
gesmeten). Wat ook helpt is dat Kunis, in tegenstelling tot Natalie
Portman, wél seksueel zelfzeker en assertief overkomt. Je ziet
Kunis en je ziet een pittige vrouw, je ziet Portman en je ziet een
jong meisje – precies die eigenschappen die Darren Aronofsky zo
goed wist te benutten in de beide actrices in ‘Black Swan’. In
‘Friends with Benefits’ helpt het om de relatie tussen de
personages min of meer geloofwaardig te maken. Kunis en Timberlake
zien er allebei zo goed uit en ze stralen zo’n oprechte
kameraadschappelijkheid uit, dat de vraag wordt: “waarom zouden ze
niét met elkaar in bed duiken?” In ‘No Strings Attached’ was de
vraag eerder: “wat doen die twee samen?”

Regisseur van dienst is Will Gluck, die vorig jaar
het onvolprezen ‘Easy A’ maakte, en zijn invloed hoor je
voornamelijk in de dialogen. Opnieuw krijgen we snel afgeratelde,
met popreferenties doorspekte teksten, die vrijwel continu
aanhouden – zelfs tijdens de seks houden Jamie en Dylan
geen twee seconden hun mond. Veel van die dialogen werken wel: de
zakelijke instructies die ze elkaar tijdens het vrijen geven (“Meer
in een cirkeltje bewegen!”) zijn zeer geestig, en ook buiten de
slaapkamer leveren de acteurs een onophoudelijke stroom aan –
grotendeels geinige – oneliners. Gluck en co lijken te mikken op de
sfeer van de oude screwball comedies, waarin de acteurs
ook aan honderd kilometer per uur hun teksten debiteerden. Dat
niveau halen ze niet, maar er zijn momenten waarop dat geratel een
zodanige manische energie bereikt, dat je haast niet anders kan dan
een stap achteruit te zetten en bij jezelf te denken: “wow,
kijk die acteurs eens gaan, hoeveel takes moeten daarvoor
ze wel nodig hebben gehad?”

Dat geldt allemaal voor Kunis en Timberlake. Waar
‘Friends with Benefits’ wel een belangrijke steek laat vallen, is
in de bijrollen. Woody Harrelson zet een campy homo neer
die Timberlake van advies voorziet en die soms grappig is, maar
veel vaker overkomt als een geforceerde poging van de makers om hip
te wezen. Replieken zoals: “I live in New Jersey and I ain’t
taking no ferry… Unless it’s out to dinner and a show!,”

zijn wat al te opzichtig cool, alsof de makers staan te schreeuwen:
“Kijk eens hoe oké wij zijn met gays!” Tja, prima zo, maar
om dat toch maar te bewijzen heb je ondertussen wel expliciet een
personage in je film gestoken dat geen andere functie heeft dan
homo te zijn, een beetje zoals elke Britse romcom ook een
excuus-zwarte in z’n cast heeft zitten. Patricia Clarkson speelde
in ‘Easy A’ al de moeder van Emma Stone, en keert hier terug als
die van Mila Kunis – een bezopen wrak van een vrouw die vrolijk
toegeeft dat ze wel eens lijm snuift en al lang niet meer weet wie
de vader van haar dochter was. Die hele rol ligt er wat al te dik
op (nog los van de vraag of het wel zo kies is om een komieke zatte
doos op te voeren, terwijl er wél expliciet met het vingertje wordt
gewezen naar sigaretten, want die zijn slecht voor je).
Anyway, Clarkson speelt de rol met zichtbaar plezier, maar
ze lijkt thuis te horen in een andere film.

Bovendien trapt ‘Friends with Benefits’ in de val
van het voorspelbare Hollywoodeinde, dat zelfs ‘Easy A’ nog min of
meer wist te vermijden. Will Gluck probeert hier een film te maken
die kritiek geeft op de conventies van de romantische komedie –
Kunis en Timberlake geven op een bepaald moment een hilarisch
accurate analyse van het genre – maar tegelijk ook aan diezelfde
conventies beantwoordt. Een onmogelijke balanceeroefening, zo
blijkt, en naar het einde toe krijgen we, zoals te verwachten was,
een melige monoloog gevolgd door een verplicht romantisch set
piece.
De film kan het zich een tijd lang permitteren om te
gniffelen met de wetten van Hollywood, maar als puntje bij paaltje
komt moet hij er zelf ook aan geloven.

Geen meesterwerk dus, en zelfs het niveau van ‘Easy
A’ haalt Gluck ditmaal niet. Maar Kunis en Timberlake zijn
eindeloos sympathiek, de dialogen knetteren en het tempo ligt
fenomenaal hoog. Het is geen kunst, maar iemand die op zoek is naar
een leuke zaterdagavond, kan het verdorie veel slechter
treffen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in