Swooni

Het is een goed jaar geweest voor debutanten in de
Vlaamse cinema: Michaël R. Roskam deelde ons een uppercut
van jewelste uit met ‘Rundskop’, Hans Van Nuffelen leverde een
verrassend onsentimentele ziekenhuisfilm af met ‘Adem’, en Bavo
Defurne scoorde met zijn tedere gay coming of age
‘Noordzee Texas’. Het hoeft godzijdank dus niet iedere keer Jan
Verheyen te zijn. Kaat Beels vervoegt dat rijtje nu met ‘Swooni’.
De jonge regisseuse had al een paar kortfilms op haar cv staan (en
stond mee aan de wieg van de onfortuinlijke VTM-serie ‘Jes’, maar
laat ons daar stilletjes over zwijgen), en mikt meteen hoog met
haar eerste langspeler: ‘Swooni’ werd een mozaïekfilm waarin zes
personages (plus nog een stuk of wat nevenfiguren) worstelen met
hun relaties en zichzelf.

Alles speelt zich af in het Brusselse luxehotel De
Swaen I, waar Anna (Sara de Roo) en Hendrik (Geert Van Rampelberg)
te gast zijn op het huwelijk van Anna’s zus (Maaike Neuville, die
nu eens echt niets te doen krijgt in de hele film). Anna is uit
verveling een buitenechtelijke flirt begonnen, en langzaam maar
zeker begint het zelfs de niet bijster opmerkzame Hendrik te dagen
dat er misschien wel iets mis zit in zijn relatie.

Parallel daaraan volgen we de tienjarige Joyeux
(Vigny Tchakouani, en laat het me geen twee keer typen), die samen
met zijn vader illegaal België is binnengekomen vanuit een
ongespecificeerd Afrikaans land. Joyeux raakt gescheiden van zijn
vader, en trekt daarom maar het hotel in, door hem verbasterd van
De Swaen I tot Swooni, vanuit de overtuiging dat daar ergens een
oom van hem werkt. Hij wordt gevonden door Vicky (Natali Broods),
een kamermeisje dat zelf zwaar overhoop ligt met haar stervende
moeder Violette (Viviane de Muynck).

De stilistiek van een mozaïekfilm heeft Beels in
ieder geval al mee. De beeldvoering (afkomstig van director of
photography
Frank van den Eeden, een grote meneer in zijn
vakgebied), is classy en vindingrijk. Een openingsequens,
waarin alle personages een eerste keer getoond worden terwijl de
steadicam zwierig door de gangen van het hotel glijdt, zal
misschien geen originaliteitsprijzen winnen (hallo Paul Thomas
Anderson?), maar is technisch wel knap in elkaar gestoken en,
vernieuwend of niet, het wérkt. Bovendien spelen Beels en van den
Eeden continu met de focus van hun beelden: voorwerpen op de
voorgrond out of focus zetten terwijl de achtergrond
scherp in beeld is of net omgekeerd, het blurren van de
randen van het scherm, of simpelweg het bijtrekken van de focus
tijdens het shot… Dat zijn visuele truken van de foor die al snel
geaffecteerd kunnen overkomen en op de zenuwen gaan werken, maar de
makers vinden een goed evenwicht in het gebruik van die
technieken.

Jammer dat dit evenwicht veel minder in het
scenario aanwezig is. Beels mikt, met verhaallijnen over kanker,
een uiteenvallend huwelijk en zelfs illegale migratie, duidelijk op
grote thema’s en grote emoties. Maar ze geeft haar film niet genoeg
diepgang, waardoor die thema’s nogal hol overkomen en de emoties
grotendeels uitblijven. Beels is enerzijds nog geen Robert Altman,
die met een ongelooflijke lichtvoetigheid en een zeer menselijk
gevoel voor humor van het ene personage naar het andere trippelt
(‘Short Cuts’ was in essentie een komedie). Maar anderzijds heeft
ze ook niet de grote dramatische, bijna operateske flair van een
P.T.A (de enige man die zijn personages drie uur lang hysterisch
tegen elkaar kan laten roepen en het toch boeiend houden).
Bijgevolg landt ze met ‘Swooni’ ergens tussenin. Om even ‘This is
Spinal Tap’ te citeren (en elke gelegenheid daarvoor is een goeie):
als Robert Altman ijs is en Paul Thomas Anderson is vuur, dan is
‘Swooni’ lauw water. Er worden genoeg dramatische situaties
aangeleverd, en sporadisch vliegen de personages elkaar zelfs
letterlijk in de haren, maar het komt allemaal te berekend over, te
schematisch. Te flauw, te lauw. Om op nauwelijks 100 minuten die
zes personages elk hun eigen evolutie te laten doormaken, moet
Beels te veel informatie op te korte tijd naar het publiek
telegraferen, wat het moeilijk maakt om een reële impact te geven
aan individuele gebeurtenissen.

Er valt zelfs een zaak voor te maken dat ‘Swooni’
uiteindelijk een vrij paternalistische agenda heeft. Wanneer
Hendrik aan de vader van Joyeux toevertrouwt dat zijn vrouw hem
bedriegt, verzekert de man (vergeet niet, een illegale vluchteling)
hem dat “ça, c’est pas un problème!”. Die repliek is
grappig, omdat dat personage met één zinnetje meteen de hele
plotlijn rond Hendrik en Anna weg relativeert. Ze is dramatisch
relevant omdat ze twee belangrijke figuren bij elkaar brengt in het
verhaal. Maar meer dan dat, is er ook de suggestie dat in het licht
van échte wereldproblemen, onze relationele en andere
beslommeringen eigenlijk maar klein bier zijn. Ga tegen een
asielzoeker maar eens uitleggen dat je triestig bent omdat je vrouw
met een ander heeft liggen vozen en kijk eens op hoeveel sympathie
je kan rekenen. Dat zal wel zo zijn, maar dergelijke scènes komen
bij mij ook min of meer over als een mama die haar kinderen
verplicht om hun groentjes op te eten, omdat “de kindjes in Afrika
niks hebben”. Heel goed bedoeld, ongetwijfeld, maar niettemin een
tikkel neerbuigend, een mild gevalletje van reflexmatige white
man’s guilt.

Er wordt stevig geacteerd in ‘Swooni’ – vooral de
wisselwerking tussen Natali Broods en Viviane de Muynck is aardig
om naar te kijken – en nee, je verveelt je niet, maar ik kon me
niet van de indruk ontdoen dat ik naar een emotioneel vuurwerk zat
te kijken dat maar niet los wilde barsten. ‘Swooni’ had moeten
knallen, het had een mokerslag moeten zijn. In plaats daarvan is
het een milde tik op de vingers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + veertien =