The Smurfs

‘Donnez-moi le … schtroumpf,’ zei André
Franquin, de geestelijke vader van Guust Flater en Robbedoes, toen
hij tijdens een etentje niet op het woord ‘zoutvat’ kon komen. Veel
meer had zijn collega Pierre Culliford, beter bekend als Peyo, niet
nodig om een hoop kleine blauwe wezentjes te bedenken die hun
beperkte woordenschat compenseren door te pas en te onpas het woord
‘schtroumpf’ te gebruiken. In onze regionen braken les
schtroumpfs
in 1958 door als ‘de Smurfen’, en niet veel later
zou de hele wereld ze kennen – de Chinezen als
Lánj?nglíng‘, de Spanjaarden als ‘Los Pitufos’.
Vanaf 1960 tot op de dag van vandaag zijn de Smurfen op zowat alle
mogelijke manieren tot bij ons gekomen: er was de bekende
stripreeks, er was de televisieserie, er was Vader Abrahams
‘Smurfenlied’, er waren de poppetjes, de koeken, en alle andere
merchandise die je al dan niet gratis bij de supermarkt kon
krijgen. En nu, meer dan vijftig jaar nadat ze voor het eerst het
levenslicht zagen in een album van Johan en Pirrewiet, zijn de
Smurfen – of ‘The Smurfs’ – er ook op het witte doek.

Tenminste, als we de animatiefilm ‘De Fluit met 6
Smurfen’ (1976) wegens totale onbekendheid (had u er ooit al van
gehoord?) buiten beschouwing laten. Geregisseerd door Peyo in
hoogsteigen persoon en gebaseerd op het stripalbum waarin onze
blauwe vrienden geïntroduceerd werden, durven we er echter vanuit
gaan dat ‘De Fluit’ dicht bij de roots en het oorspronkelijke
karakter van de stripreeks bleef. Met ‘The Smurfs’ is dat wel even
anders. Hoewel er terloops wel eens wordt vermeld dat de Smurfen in
België geboren zijn – iets wat velen vergeten, wegens het
universele karakter van de strips en de televisiereeks – voelt ‘The
Smurfs’ oer-Amerikaans aan. Het duurt nog geen kwartier vooraleer
zes van de blauwe schepsels, door toedoen van Clumsy – Klungelsmurf
– en op de hielen gezeten door hun nemesis Gargamel (Hank Azaria),
het Smurfendorp verlaten en in Manhattan belanden, meerbepaald in
de flat van de yuppie Patrick (Neil Patrick Harris) en diens
zwangere vrouw Grace (Jayma Mays). Pas wanneer er met hulp van
Grote Smurf – Papa Smurf – een blauwe maan verschijnt, kunnen de
Smurfen via hetzelfde portaal terug naar hun vertrouwde dorp.

Dat je van regisseur Raja Gosnell geen hoogstaande
cinema moet verwachten, was wel te denken, daar de man eerder
verantwoordelijk was voor films als ‘Scooby Doo’ en ‘Beverly Hills
Chihuahua’ (de titel alleen al!). Films die ondergetekende
(gelukkig) niet heeft gezien, maar waarvan het niveau ongetwijfeld
nooit hogere toppen scheert dan de lengte van de gemiddelde Smurf –
die, afgaande op de film, overigens drie appels bedraagt. Het is
dan ook des te pijnlijker dat ‘The Smurfs’ op geen enkel moment aan
mijn overigens zéér geringe verwachtingen wist te voldoen. Het
scenario is een aaneenschakeling van komisch bedoelde, maar gênant
uitdraaiende scènes, afgewisseld met geforceerd melige momenten die
zelfs de goedkoopste chick flick niet hadden gehaald. Een
Schotse Smurf – speciaal voor deze film verzonnen, trouwens – die
boven een windrooster gaat staan en je een blik onder zijn kilt
gunt? Sorry, niet grappig. Smurfette – van een stem voorzien door
de veel te alomtegenwoordige Katy Perry – die ‘I kissed a Smurf
and I liked it
‘ zegt? Sorry, niet grappig.

Wanneer je denkt dat je balanceert op de rand van
een indigestie aan ontzettend flauwe moppen (gekruid met het
oorverdovende gelach van een twintigjarige die kennelijk nog nooit
met het woord ‘niveau’ is geconfronteerd), moet het ergste echter
nog komen. Het is onmogelijk te zeggen wat de regisseur en zijn
team aan scenaristen heeft bezield, maar de scène waarin Patrick en
zijn zes Smurfentellende band Guitar Hero beginnen te spelen, is er
eentje waarbij je je schaamt in de filmmakers hun plaats. En het is
niet eens de enige: Neil Patrick Harris (de tv-geek onder u kent
hem uit ‘How I Met Your Mother’) die op de tonen van AC/DC zijn
looking tough-face opzet om Papa Smurf uit Gargamels
kasteel te bevrijden is een van de andere momenten waarbij je
ergernismeter donkerrood kleurt. En over het in Amerikaanse
sentimentaliteit gedrenkte einde wordt er best zo weinig mogelijk
gezegd.

Hetzelfde geldt overigens voor de personages: de
Gargamel die een ergerlijk overacterende Hank Azaria (u allen
bekend als één van de voornaamste stemmenleveranciers voor ‘The
Simpsons’) neerzet, is niet alleen bijzonder goedkoop gekostumeerd,
het is ook een personage waarvoor de superlatief van ‘karikaturaal’
ontoereikend is om het te beschrijven. De scènes waarin hij over
een stomend rioolrooster heen stapt om een ‘mysterieuze
introductie’ te maken of boos wordt op zijn rosse kater Azraël,
doen je afvragen of Gosnell eigenlijk ooit al een goede komedie
heeft gezien. De mannelijke Smurfen vallen nog mee qua
karaktertekening – in die zin dat ze je niet mateloos irriteren –
maar de oppervlakkigheid van Smurfette slaat dan weer alles; veel
leger dan dit wordt een personage niet.

Een van de vele andere gebreken, is dat Gosnell er
ook nog in slaagt om een overdosis goedkope filmreferenties
doorheen zijn 103 minuten durende mislukking te weven. De
opvliegende jurkscène uit ‘The Seven Year Itch’ is al eindeloos
vaak gekopieerd, maar het is nog maar zelden op een manier gebeurd
die het origineel eer aandoet. Dat Gosnell en zijn scenaristen ook
daar schromelijk in mislukken, hoeft dan ook niet te verwonderen.
Passeren ook nog de revue: de ‘Freedom!’-kreet uit
‘Braveheart’, de Achilles-aanvalssprong uit ‘Troy’, en, het ergst
van al: het moment uit ‘Lord of the Rings’ waarin Gandalf een mot
toefluistert om hem met de hulp van een adelaar te redden vanuit
Orthanc. Nooit zal ik die scène nog kunnen bekijken zonder dat ze
onaangename herinneringen aan een in een hoop vliegen gehulde
Gargamel zal oproepen.

Deed het visueel best wel aantrekkelijke
openingsshot me een seconde lang vermoeden dat deze film wel eens
beter zou kunnen uitdraaien dan ik had gevreesd, kon ik één uur en
tweeënveertig minuten (en dat zijn er veel te veel) later enkel
maar constateren dat het resultaat nog veel slechter is uitgedraaid
dan ik had durven denken. De goedkope overdosis mislukte moppen,
clichématige, melodramatische momenten, en een wel erg gemakkelijke
moraal, doen ons nu al huiveren voor het in 2013 geplande vervolg.
De aanwezigheid van de in witte broekjes gehulde blauwe figuurtjes
had zich beter beperkt tot de dialoog uit Donnie Darko
waarin Jake Gyllenhaal constateert dat Smurfen aseksuele wezens
zijn. Benieuwd of ik die film nog zal kunnen zien zonder aan deze
pijnlijke opeenstapeling van mislukkingen te denken…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in