Cars 2




Twee sterren voor de nieuwe van Pixar, op de pagina’s van uw
felbeminde enola? Watskeburt?! Commercie, datskeburt! De 25 jaar
lang onberispelijke pareltjes afleverende animatiestudio boorde
vijf jaar geleden ruw goud aan met ‘Cars’ en kiest na gedurfde
projecten als ‘Wall-E’ en zelfs de meer dan geslaagde sequel ‘Toy
Story 3’ voor het makkelijke geld. Dat eerste kwartier van ‘Up’ mag
u dan tot een stuiptrekkend hoopje pure ellende hebben herleid, van
die montage moeten de eerste bedovertrekken nog in de rekken
belanden. Van ‘Cars’ echter vliegen nog steeds iedere dag duizenden
mokken, potloodslijpers, brooddozen, placematjes, poppetjes,
t-shirts, rugzakken, slippers en voor mijn part zelfs
flippin’ fruitpersen over de toonbank. Genoeg reden dus,
om te komen aanzetten met ‘Cars 2’, een visueel aantrekkelijk, maar
verder totaal te negeren filmvehikel.

Bij Pixar moeten ze alvast door hebben gehad dat Lightning
McQueen (Owen Wilson) bepaald geen ultraboeiende hoofdfiguur was,
want voor deel twee schuiven John Lasseter en de zijnen resoluut
Mater (Larry the “zucht” Cable Guy) naar voren als protagonist.
Helaas vervangen zij daarmee kleurloos door irritant, maar wij
bespeuren op zijn minst al moeite. Voor de rest van het
debiele verhaaltje werd overgeschakeld op automatische piloot.
Mater wordt per abuis ingelijfd door de stijlvolle spy car
Finn McMissile (Michael Caine) en de bevallige bolide (see what
we did there?
) Holley Shiftwell (Emily Mortimer).
Kiddie-vriendelijke namen ten spijt is wat volgt een
opeenvolging van spastische toevalligheden ‘F.C. De Kampioenen’
waardig en holle 3D-actie over de halve wereldbol. Want, kleine
kindertjes, het maakt niet uit waar jullie wonen, als jullie maar
allemaal braafjes de nieuwe merchandise kopen. Wedden dat
die geüpdatete knuffel van Lightning McQueen er nog veel cooler en
koddiger uitziet dan de originele?

Toegegeven, de openingssequens – een James Bond-proloog met
auto’s – is behoorlijk cool en de plaatjes die Pixar op uw scherm
tovert (dat Italiaanse raceparcours!) zijn bijwijlen prachtig om
naar te kijken, maar wég is de magie die wij tot in onze kleine
teen voelden tintelen toen Carls ballonnenhuis opeens de lucht in
ging, Remy voor het eerst aan een smeuïge kaas mocht snuffelen of
Wall-E voor de tigste keer zijn versleten videocassette in de lader
schoof. Weg zijn de droeve universele thema’s en volwassen
subteksten die wij zo graag associëren met Pixars beste werk en
weg, ook, zijn de personages waar je een lor om kan geven. ‘Cars 2’
stinkt – in zijn fletse eco-boodschap, maar ook in het vol
toilethumor gepropte scenario – naar platte toegeving. Alles om de
ukkies te bekoren en niets meer dan dat. Tja, missie geslaagd
zeker?

Het gegeven van Mater-de-spion wordt uit pure armoede opgehangen
aan een internationaal complot om een racetornooi waaraan Lightning
deelneemt (en dat dient ter promotie van een nieuwe,
milieuvriendelijke energiebron) te saboteren. Niets mis met een
film met een boodschap, maar net zoals alle aspecten van ‘Cars 2’
is het ecologische aspect ervan zodanig dumbed down dat
het al snel op de heupen begint te werken. Dat de plot daarrond ook
totaal geen steek houdt, helpt ook niet. (Spoiler alert.) Om ervoor
te zorgen dat iedereen groene energie definitief afzweert,
ontwikkelen de slechteriken een nieuwe soort brandstof, Allinol
genaamd, die olie zogenaamd zou moeten vervangen. Wanneer op het
racecircuit alle auto’s met Allinol ontploffen, moet voor het grote
publiek dan duidelijk worden dat benzine veel veiliger is. Dat
iedereen in de eerste plaats al op benzine reed, doet
daarbij blijkbaar weinig ter zake. Mij lijkt het vooral veel moeite
voor niks.

Geen enkel personage komt bovendien echt uit de verf, en zelfs
de wereld waaraan Pixar hier vorm geeft, lijdt – voor de eerste
keer in vijfentwintig jaar – aan serieuze bloedarmoede. Wij
beginnen ondertussen te klinken als de oude zaagwijven die u op een
ongelukkige dinsdagmiddag kan aantreffen op de dorpsbank om
commentaar te geven op alle voorbijgangers, maar wij kunnen het ook
niet helpen: wij missen de voelbare vriendschap tussen een Woody
(no pun intended) en een Buzz, de onweerstaanbare charme
van een familie Incredible, de magie van banale plekjes die zoals
in ‘Ratatouille’ worden omgetoverd tot heuse sprookjestaferelen. De
uniciteit, met andere woorden, die Pixar onderscheidt van andere
animatiestudio’s, die willen wij terug, nondedoeme!

Even overwogen wij om ‘Cars 2’ anderhalve ster te geven. Omdat
wij van Pixar dus véél verwachten, omdat ze het – óók met sequels –
kunnen doen werken, omdat onze verwachtingen ondanks de
negatieve berichten ook tamelijk hooggespannen bleven en
omdat onze teleurstelling achteraf dus des te groter was. Maar dat
zou nu ook weer niet eerlijk zijn. ‘Cars 2’ is zeker niet slechter
dan ‘Kung Fu Panda 2′; ’t is zelfs nipt de betere film. Máár: ‘t
moet allemaal zoveel beter. ‘Cars 2’ is niets meer dan ‘Spy Kids’
met auto’s: de allerkleinsten zullen van de film smullen, de rest
zal zich in het beste geval niet vervelen. Benieuwd wat dat in de
toekomst nog gaat geven, bij het opkomende fantasy-epos ‘Brave’
bijvoorbeeld. Als u ondertussen écht auto’s wilt zien vroemen op
het grote scherm, gaat u beter nog even langs bij ‘Fast Five’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in