WERCHTER 2011: Elbow :: zaterdag 2 juli, Main Stage

One hour like that a year would see everybody right. Geen enkele andere groep wist afgelopen weekend zo te raken als Elbow. Het begint een gewoonte te worden, die echter door de band zelf nooit als zomaar een gewoonte zal aanvoelen.

Elbow heeft z’n innemende, beklemmende melancholie steeds meer gekruid met hoop, euforie en — live — ironie. Garvey praat tegen het publiek als zwanst hij aan de toog van de lokale pub tegen het andere clientèle. Als iemand die in het artiestendorp nog het boekje “volksmennen voor dummies” heeft gelezen en het net voor hij het podium betreedt met een knipoog achter zich heeft weggegooid. Het heeft iets ontzettend ontwapenend en vooral oprecht — misschien wel hét kernwoord bij Elbow. Het wordt een bedreigde bandsoort.

Het is een van de voornaamste redenen dat de weemoed van Elbow nooit schmalz wordt. Bij elke “Are you ok?” steekt de tong van Garvey dieper in de wang. “Let’s do one of those festival things” maant hij de weide aan met de armen te zwaaien tijdens “Mirrorball”. “Put your hands in the air. Just put one hand in the air if you have a beer in the other one. Priorities…” mompelt hij halfweg de set. “Move the fucking sex doll away, you totally fucking weirdo” smokkelt Garvey dan weer grijnzend in een zanglijn van “Grounds For Divorce” wanneer hij een opblaaspop opmerkt in de frontstage – “it’s distracting me”. Op zulke momenten lost Elbow even welgekomen de verstikkende greep op je keel.

Terwijl steeds meer Coldplay-fans de frontstage overspoelen als een ehec-bacterie en de rest van de avond duchtig verkloten met een nijpend chromosoomtekort verradend gedrag, is Elbow de laatste dam tegen onverschilligheid en lompheid. Al tijdens de majestueuze opener “The Birds”, nog dwingender en onontkoombaarder dan op plaat, opent de set zich als de armen van een voorheen onmogelijke en beaat glimlachende liefde. Een strijkerskwartet — steeds meer in de minderheid ten voordele van blazers werd duidelijk tijdens deze editie — verleent de song en set een eenzame gratie. Die echter nooit overhelt naar bombast.

“Mirrorball” en “The Loneliness Of A Tower Crane Driver” bewijzen in angstaanjagend perfecte versies dat de klassieke status van The Seldom Seen Kid nog steeds mounting is. Net op de juiste momenten mogen “Grounds For Divorce” (met een trommelende Garvey die een “kijk mama, zonder handen”-blik de weide in stuurt) en een opvallend fel “Neat Little Rows” enkele vuistslagen op de ziel uitdelen. Hét kippenvelmoment van Werchter 2011 is het zich tot hymne ontpoppend “Lippy Kids” – geschreven nadat Garvey zichzelf betrapte op verzuurde reacties op de jeugd van vandaag. Maar ook weidse anthems als “Open Arms” en uiteraard het afsluitende orgelpunt “One Day Like This” zijn een middel tegen verzuring als Dafalgan tegen rugpijn.

We zijn nu enkele dagen verder, kunnen wat afstand nemen en toch zeggen: jammer dat Elbow alleen uit de laatste twee platen putte. Met vijf platen van vergelijkbaar niveau heeft deze band een jaloers makend luxeprobleem maar op a day like this hadden een “Red”, “Switching Off”, “Fugitive Motel”, “Station Approach” and so on niet misstaan. Maar dat is voor het volgende zaalconcert, right? Voor nu was Elbow het pakkendste wat Werchter 2011 te bieden had.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in