Patrick Wolf :: Lupercalia

Tom Cruise sprong hysterisch op en neer op de zetel van Oprah, toen hij jaren geleden zijn liefde voor Katie Holmes van de daken wilde schreeuwen. Een ander schrijft zijn of haar naam in grote letters op een eenzame schoorsteen langs de Rupel. Ja, Cupido doet gekke dingen met een mens, en niet altijd de meest verstandige. Een dolverliefde Patrick Wolf giet dat gevoel in een plaat, en vergeet daarbij dat andermans geluk soms heel vervelend kan zijn, zeker als muzikaal uit een weinig inventief vaatje wordt getapt.

Het gaat met ups and downs bij Patrick Wolf. Met The Magic Position hadden we al eens een uitzinnige, verliefde plaat — al was dat volgens hemzelf meer “about a Bony M kind of love” — daarna kwam de breakdown die in het harde en donkere The Bachelor resulteerde. En nu is het weer van dattum: deze zomer trouwt de Brit met de man van zijn leven (ene William Charles Pollock), en dus krijgen we nu alvast een plaat die niet alleen de openingsdans kan voorzien, maar meteen ook het feest op gang trekt.

Weg is dus het plan dat dit The Conqueror, het andere deel van het tweeluik dat met The Bachelor werd begonnen, zou worden. Overrompeld door de liefde besloot Wolf het roer om te smijten en dat concept te begraven. Lupercalia — genoemd naar een preromeins feest van de liefde, natuurlijk — staat op zichzelf. En huppelt daar maar wat te blinken en te glimmen. Verliefdheid, weet u wel.

En zo is “The City” een opener die al meteen bezweert “Won’t let this city destroy our love”. Met zijn ’hela-hola-het-is-zomer’-sfeertje en echo’s van disco en motown zit het al meteen in de juiste uitbundige mood om de toon te zetten. Hell, er zit zelfs een rasechte eightiessax in, maar niets bereidt ons voor op de ABBA-piano, laat staan op de Afrikaanse percussie, van “House” — 3’31’ huiselijk geluk getoonzet. Hij is er vaak dicht bij geweest, maar zelden heeft Wolf zo met de popmainstream geflirt; het is van een onstuitbaar, bijna rauw enthousiasme. We zouden bijna zeggen: een beetje zoals Cruise die keer bij Oprah.

Ook “Bermondsey Street” is zo’n erg toegankelijk nummer, handclaps en blazertjes incluis, maar heeft nu ook weer niet zoveel om het lijf. En daar begint het te jeuken, wat betreft Lupercalia: dit is allemaal wel heel transparant, weinig diepgravend, en ook: bij momenten zo vergeten. Dat geldt voor “The Future”, bijvoorbeeld, een flauwe song die nooit meer dan vulsel kan worden genoemd.

Wat weg is: de muzikale inventiviteit die vorige platen spannend hield. Ja, ook The Magic Position was pop, maar toen werd die tenminste gemaakt met het geluid van voetzoekers. En op The Bachelor schurkte Wolf aan tegen noisenicks als Alec Empire, om meteen daarna van folk te doen. Dàt kon boeien. Op Lupercalia merken we dat we slechts opveren bij het vijftal erg puike popnummers, om voorts in te dommelen. Zelfs “Armistice” — een bewerking van een Manx Gaelic traditional — kabbelt maar wat voorbij. Waarna “Time Of My Life” mag losbarsten; alweer een en al euforie, al zingt het dan — pre-William, dat spreekt — van “happy without you”.

Maar we raken Wolf snel weer kwijt met het slome “The Days”. In een onbewaakt moment dreigt zelfs het nochtans sierlijke “Slow Motion” zó voorbij te drijven. En dat is zonde, want in een andere context zou dit nummer een dót van een rustpunt kunnen zijn. Maar het wil niet echt lukken. Het is even het trage nummer te veel, en het vraagt al de geprogrammeerde beats van “Together” — iets dat Pet Shop Boys ergens rond de wisseling van eighties naar nineties hadden kunnen schrijven — en de bekentenis “I can do this alone/But we can do this so much better together” om ons uit de lethargie wakker te schudden.

Er is dus iets fundamenteels fout met dit Lupercalia, een plaat die brandt van liefde, maar slechts sporadisch wil opgloeien. Alsof de EP die Wolf bijeen heeft gejuicht (neen, Luc Versteylen, dit is geen metafoor) is opgerekt tot een langspeler, en hij even vergat dat er ook muzikaal iets te vertellen moet zijn. We vatten het voor alle gemak even samen: vijf popsongs die de tienermeid in u uitstekend zullen bevallen, en voor de rest middelmatige Patrick Wolfballads zoals u die al even kent. We weten niet hoe het met u zit, maar voor een man die al vier erg sterke platen schreef, vinden we dat behoorlijk flauw.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in