James Farm :: James Farm

Nonesuch, 2011
Warner

Highway
Rider
‘ van Brad Mehldau was een van de hoogtepunten in 2010.
Die eer had het niet enkel te danken aan de verbluffende
speeltechniek van de Amerikaanse pianist of de meeslepende
sturm and drang van het orkest. Een deel van het succes
was ongetwijfeld het werk van Joshua Redman. De saxofoonspeler
bezit een karakteristiek geluid dat voorlopig niemand lijkt te
benaderen. Mehldau zorgde voor een voltreffer door Redman in zijn
masterplan in te passen.

De solo-carrière van Joshua Redman heeft voorlopig nog geen hoge
vlucht genomen. ‘Compass’ uit 2009 was bijvoorbeeld een aardig
werkstuk maar miste de magie van de collaboratie met Mehldau.
Redman heeft al meer dan tien albums op zijn palmares staan maar
als frontman heeft hij vooralsnog niet getoond wat hij allemaal in
zijn mars heeft. Tot nu. Samen met Aaron Parks (piano), Matt
Penmann (bas) en Eric Harland (percussie) lijkt het voor het eerst
in jaren echt goed te zitten. ‘James Farm’ wekt het gevoel dat het
viertal al jarenlang samen musiceert.

Zonder echt het experiment op te zoeken, probeert James Farm
grenzen te verleggen door het melodische register te verbreden.
Iedere compositie heeft wel een aantal kronkels die beslist
eigentijds maar ‘anders’ aanvoelen en het innovatieve karakter van
het geheel in de verf zetten. Het blijft echter jazz pur sang,
gekleed in een bijzonder smooth ’n cool jasje. Het eerste
deel van het album is daar een uitstekend voorbeeld van. ‘Coax’ is
een mysteriespel dat zich nooit helemaal prijs geeft. De
verschillende instrumenten zijn mooi op elkaar afgestemd en
interageren voortdurend in een onrustig spanningsveld. Tijdens de
zeven minuten durende compositie zijn er verschillende
hoogtepunten: het pianospel van Parks dat constant blijft boeien,
de lange uithalen van Redman die kippenvel meermaals geven en de
meloritmische krach-momenten die op beslissende transities
opduiken.

‘Polliwog’ moet het niet van mysterie hebben. De compositie zit
wonderwel vanaf de eerste seconde op de juiste golflengte. Redman
heeft nog maar net de eerste noten geblazen, wanneer een
springlevende melodie als een trein voorbij raast. Het tempo is
opgewekt, het geheel swingt minutenlang. De saxofonist illustreert
zijn unieke technische beheersing. Slechts een handvol noten die de
luisteraar tot ontroering brengen. De warme en hese stem van Redman
weerklinkt in het zoete en charmante timbre van het instrument.
Zijn korte en sprankelende tussenstukken houden het geheel
energiek.

‘James Farm’ is een intrigerend luisteralbum. De instap is laag
genoeg om niet enkel fijnproevers over de streep te trekken maar
een groot publiek een glimp te geven wat moderne jazzmuziek te
bieden heeft. ‘Bijou’ is bijvoorbeeld een ballade die op het eerste
gezicht traditioneel wordt ingeleid maar toch datgene brengt wat je
niet onmiddellijk verwacht. De melodie sijpelt als water in holtes
waar je het niet voor mogelijk houdt. Het is fijn dat Redman en de
zijnen de bestaande tradities gebruiken om iets nieuws te brengen.
Zo brengt ‘James Farm’ verschillende werelden tezamen.

In tegenstelling tot wat u ondertussen vermoedt, is ‘James Farm’
niet zo maar een tussendoortje. Een aantal composities vragen een
grotere toewijding. ‘Chronos’ grijpt terug naar het spanningsveld
van ‘Coax’. De melodie is niet vast te prikken op één stijl. Een
oriëntaalse invloed doorschijnt in het geheel, zonder echt de
compositie te ontwrichten. Integendeel, de aparte benadering maakt
‘Chronos’ een intrigerend werkstuk. Pianist Aaron Parks kan zijn
technische grandeur rijkelijk aan de dag brengen terwijl
Redman op eigenzinnige wijze een beklijvende notenbrij tussen het
samenspel van piano, percussie en bas gooit. Ook hier is opnieuw
veel aandacht besteed aan de intermezzo’s, waar nieuwe elementen of
kleine details zich in de overheersende teneur mengen.

De uitgebreide behandeling van de eerste composities van ‘James
Farm’ zegt waarschijnlijk iets over de verhouding van het album.
Composities als ‘Polliwog’, ‘Coax’, ‘Chronos’ zijn van een
uitzonderlijke kwaliteit. Jazz waarbij je het gevoel hebt dat
binnen de kortste keren in de belangrijkste charts zal
opduiken. Hoe zit het dan met de overige composities?

‘Star Crossed’ drijft vooraleerst nog verder op de flow van het
eerste deel. De aanzet is voorzichtig maar in dat twijfelende
zoeken naar een richting, ontplooit zich een compositie die zich
kan meten met de cool jazz uit de jaren vijftig. Sobere interacties
tussen piano en saxofoon. Enkel de essentie van de muziek is
aanwezig en het werkt fenomenaal. ‘Star Crossed’ bloeit in zijn
trage tempoversnellingen om uiteindelijk uit te monden in een
ongelooflijke krachttoer. Let op de heerlijke blaastechniek van
Redman. Een klassiek recept met een garantie op succes.

Over ‘1981’ en ‘I-10’ kan er bondiger gesproken worden. Goeie
composities maar nét niet het niveau van het eerste deel. ‘James
Farm’ herstelt zich uiteindelijk met een stevige eindspurt.
‘Unravel’ grijpt terug naar het adagium “herkenbaar maar toch
apart”. ‘If By Air’ brengt een aantal fijne elementen bij elkaar:
een boeiende opening, een luchtig gevoel van spelen en overtuigende
uitloop. ‘Low Fives’ is een rustige maar gesloten compositie die
het album waardig afsluit.

Verdient ‘James Farm’ een finaal oordeel naargelang zijn
sterktes of zwaktes? Het eerste deel van het album is een
meloritmische pletwals. In iedere compositie zoekt het viertal een
manier om op elegante wijze conventies te doorbreken. Het geheel
klinkt bijzonder smooth maar prikkelt voortdurend in de
onderbuik. Een klassieker in wording? Het tweede deel kan die
status niet helemaal naleven. ‘James Farm’ is als geheel een zeer
overtuigende poging maar net niet revolutionair genoeg. Koop die
handel maar houd de superlatieven nog even in de kast voor de
opvolger.

http://www.myspace.com/jamesfarmband

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in