Tricycle :: Queskia?

Als we het een beetje correct in het oog gehouden hebben, dan is dit nog maar het derde album van Tricycle, na Orange For Tea uit 2004 en King Size uit 2006. Slechts drie albums in een bestaan van meer dan een decennium wil bij deze veelzijdige heren weinig zeggen. Bovendien staat de rijke kwaliteit in schril contrast tot de povere kwantiteit.

Natuurlijk heeft voorman Tuur Florizoone ook wel het geluk het juiste instrument gekozen te hebben. De accordeon is immers een vaste waarde in de chanson- en musettewereld, iets waarin je deze muzikant zeker kan thuisbrengen, maar hij is ook zo veel meer dan dat: een jazzmuzikant en uitstekend improvisator die zich bovendien kan vinden in de popmuziek, de wereldmuziek (vooral die van de Balkan en het Midden-Oosten) en de folk. Binnen de jazz heb je een figuur als Richard Galliano en binnen de geïmproviseerde muziek heb je ook nog Guy Klucevsek, maar dan heb je het bijna gehad wat algemeen bekende accordeonisten betreft. Florizoone behoort trouwens nog steeds tot het handvol Belgen dat al mocht aantreden op releases van het Tzadiklabel.

De moeilijk vast te pinnen sound van Tricyle – world jazz, musette, een vleug Oost-Europese volksmuziek, minimalisme, exotische folk, het zit er allemaal in – is natuurlijk niet enkel de verdienste van Florizoone, want ook rietblazer/fluitist Philippe Laloy en bassist Vincent Noiret zijn als muzikant niet vies van een avontuur in de jazz én de folk en in de meest uiteenlopende andere contexten. Het mooie is echter dat er een duidelijke identiteit schuilt achter de groepssound, die ongetwijfeld te danken is aan die ongewone combinatie van instrumenten: of ze nu uitpakken met sterk ritmische dansmuziek of ingetogen, meditatieve stukken, Tricyle laat z’n muziek bijna altijd baden in een aardse, schijnbaar spontane elegantie.

De plaat straalt bovendien een filmische kwaliteit uit, is rijk en voldoende suggestief om de aangereikte schetsen verder in te laten vullen door de luisteraar. Ook dat hoeft niet te verbazen, aangezien Florizoone, die nu en dan dubbelt op piano, dat aspect al ten volle (en met succes) mocht uitproberen voor het bekroonde Aanrijding in Moscou. Terwijl een aantal composities uitpakken met voluptueus uitgewerkte stukken waarbij het vaak de bas is die de bezwerende thema’s introduceert (let vooral op binnenkomer “Queskia?” met z’n imposante sopraansax en het verleidelijk swingende “Positiv”, waardoor je je heel even op een terrasje langs een Parijse boulevard waant), hebben heel wat andere songs een meer open karakter.

Die geduldige manier van musiceren, zoals in het weemoedige “To Autumn” (perfecte titel) en het langzaam ontvouwende “Siesta”, zou in de handen van mindere muzikanten kunnen leiden tot een vermoeiende reis in monotonie, maar dat valt in het geval van Tricyle heel goed mee. Toegegeven, bij een eerste oppervlakkige beluistering lijkt dit misschien wat brave, wollige muziek in de lijn van de lichte klassiek die je op zondag rond het middaguur in menige Vlaamse huiskamer kan opvangen, maar dan ga je toch voorbij aan het bijzonder empathische spel, de verbeelding in de muziek en het vermogen van dit trio om op de proppen te komen met sterke composities waarvan er sommige meteen blijven hangen.

Bovendien is er voldoende variatie: in het door hem gecomponeerde “Les Enfants Rouges” speelt Laloy een bevlogen staaltje dwarsfluit, terwijl “Un, Deux” zo had gepast op een van Zorns Filmworks-volumes en “Valse Des Frimeurs” (net als “Cafe Terminal” een stuk uit de Aanrijding-soundtrack die in een nieuw jasje gestoken werd) dartel danst als een op hol geslagen potlood op een maagdelijk blad schetspapier. Queskia? is niet bepaald de meest opwindende plaat van het jaar (misschien hadden ze ook beter gekozen voor een meer uptempo afsluiter dan het wat aanmodderende “Kwa Heri”, dat het album wat bezadigd afsluit), maar het is er wel eentje die een heel mooie symbiose van invloeden en sferen laat horen.

De sound is toegankelijk genoeg om een breed publiek aan te spreken (er is dan ook geen reden waarom deze band niet zou mogen aantreden op een resem zomerfestivals) en toch uniek genoeg om makkelijke categorisatie te weerstaan. Alsof de regionale afkomst van de muzikanten – het trio bestaat immers uit een Vlaming, een Waal en een Brusselaar – de muziek al even divers wilde maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in