Peter Verhelst :: Zoo van het denken

Stilzitten zit schrijver, dichter en theatermaker Peter Verhelst niet in het bloed. Amper twee jaar na het verschijnen van zijn dichtbundel Nieuwe sterrenbeelden en een jaartje na het schrijven van de ambitieuze roman Huis van de aanrakingen, presenteert Verhelst alweer een nieuwe dichtbundel, Zoo van het denken. En eenmaal die goed en wel gepubliceerd is, stort Verhelst zich alweer op het theaterproject Nero bij het NTGent, dat midden mei reeds in première ging.

Hyperproductiviteit resulteert bij Verhelst in ieder geval niet in een eentonig oeuvre. Waar Nieuwe sterrenbeelden bijvoorbeeld kronkelde van passie, verlangen en verstilde liefde, bewandelt de dichter met Zoo van het denken alweer een ander pad. Onmiskenbaar is hier dezelfde stem aan het werk, maar deze bundel is hermetischer alsook gevarieerder opgevat. Black hole sun, Crash stills of de zesdelige muurcyclus waren enkele prachtige, op zichzelf staande eilanden binnen Nieuwe sterrenbeelden, maar de thematische of gevoelsmatige verwantschap lag voor de hand. De hele bundel leek in een ademteug van duizelingwekkende inspiratie geschreven en het effect op de lezer was juist daarom verpletterend. Men kon Nieuwe sterrenbeelden traag en nadenkend lezen, maar er evengoed doorheen razen en alle indrukken segmentair in zich op nemen. Zoo van het denken vraagt echter om een meer bedachtzame benadering en is dikwijls meer intellectualistisch opgevat.

De bundel opent met de cyclus Ladies and gentlemen, the zoo is burning, waarvan de afzonderlijke delen telkens naar een of meerdere dieren genoemd zijn. Typisch speelt Verhelst hier, en in feite doorheen de hele bundel, met leidmotieven (zowel in betekenis als in klank), waarvan ceder en varaan er twee zijn. Verhelsts toon is hier meteen profetischer en dwingender dan in veel van zijn eerdere dichtwerk, maar nog steeds vervult seksualiteit een erg belangrijke rol. Hij heeft hier echter geen expliciete verwoordingen voor nodig: door het concrete systematisch te omzeilen, worden zijn suggestieve ideeën – – net als in Nieuwe sterrenbeelden – – bijzonder sprekend. In Komodovaraan wordt de lezer dat bijvoorbeeld erg indringend gewaar.

Doorheen Whale spotting, de volgende serie, duikt de filmische stijl van Verhelst weer heel duidelijk op. Via het quasi simultaan beschrijven van handelingen waarvan de innerlijke samenhang op het eerste gezicht niet duidelijk is, tekent zich aan de einder een prachtig portret af waarin ontroerende details blootgelegd worden. Tweekoppig en Heraldiek zijn allebei als ode opgevat: de eerste voor Stefan Hertmans, in een kort, maar intens gedicht, het tweede aan het adres van schilder Rogier van der Weyden, waarbij de afzonderlijke gedichten de namen van uitgestorven diersoorten kregen. Hier duikt het gevoel van bij het begin van de bundel opnieuw op: het aangename soort gevoel van ontheemding waar Verhelst, door de taal zelf als het ware te abstraheren, de lezer van doordringt.

Met Kraanvogels en Cheetahs toont Verhelst zich weer veeleer romantisch, in twee lange gedichten met een sterk melancholische ondertoon. Strange Fruit lijkt dan weer concreter, maar Verhelst botst erin op de grenzen van zijn taal en wordt dikwijls verplicht datgene wat de catharsis van het gedicht zou moeten zijn, onbenoemd te laten. Het vierdelige De geschenken van het donker / zwarte kraai is dan weer meer bedachtzaam, waarin Verhelst heel secuur naar de juiste woorden zoekt, elke bruuskering van de realiteit volledig omzeilend. Adder van Palestina begint als een prozaïsch opgevat werk in de stijl van Alaska (en diens vervolg in Nieuwe sterrenbeelden), maar doorheen de cyclus voelt men hoe de dichter zichzelf gaat beperken, om uiteindelijk met enkele scherp geformuleerde, simpele zinnen een grote gevoelige essentie neer te pennen. Ook in De paarden (opgedragen aan Wim Vandekeybus, met wie Verhelst voor Nieuw / Zwart samenwerkte) treft men opnieuw een stijl aan die aan Alaska herinnert.

Tot slot zijn er nog Zoo van het denken en Het grote zonder. In eerstgenoemde hanteert Verhelst een ordening die aan een logboek doet denken, wat aanleiding geeft tot repetitieve mijmeringen en prachtige flarden tekst, waarin bovendien enkele literaire choreografieën werden ingebed. Het grote zonder is dan weer doordrongen van abstracte vragen en een impliciete lust, die van de smeuïge, maar nergens vulgaire woorden afdruipt.

Waar Nieuwe sterrenbeelden een staalkaart was van passie en overgave, toont Zoo van het denken een dichter in topvorm, een die de woorden behoedzaam uitkiest, maar niet in nodeloos intellectualisme of zweverig gezwans vervalt. Alweer meesterlijk en oneindig intrigerend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in