Lloyd Cole :: Broken Record

Tijdloze klasse. Uitgepuurde schoonheid. Kristallen perfectie. Neen, toen de Engelse Lloyd Cole in 1987 met zijn toenmalige begeleidingsgroep The Commotions de plaat Mainstream op de mensheid losliet, waren wat ons betreft de superlatieven niet van de lucht. Of zo één van je absolute jeugdhelden meer dan twintig jaar nadien nog overeind blijft, is maar de vraag.

Wéken heeft het ons geduurd om deze recensie te schrijven. Niet verwonderlijk: middenin onze okselfris geschoren tienerblues, middenin onze eerste en meteen hevigste weltschmerz was Mainstream niets minder dan een baken, een medicijn, muzikale troost; handig verdeeld over tien sublieme songs die grossierden in bloedmooie melodieën en meesterlijke teksten, allemaal zo zacht als een kat die zich spinnend tegen je aanschurkt. Uiteraard is het even slikken als je moet concluderen dat één van je absolute jeugdhelden na al die tijd weliswaar nog steeds opereert in hetzelfde idioom — de kans dat Lloyd Cole ooit hardrock gaat spelen is nihil — maar dat de magie simpelweg, als een goedkope goocheltruc, verdwenen is.

Nochtans kan je met de slechtste wil van de wereld geen enkele song op deze Broken Record echt slecht noemen — daarvoor heeft de gewezen filosofiestudent meer klasse in zijn linkerpink dan wij in ons hele lijf. En dus ademt opener en titelsong “Broken Record”, met een mooi akoestisch gitaartje en een nog mooiere banjo, uit elke vezel een goudgele herfstkleur uit. Cole lijkt wel vastbesloten om het woord ‘melancholie’, weliswaar in zo kleine letters dat je ze eerder onderaan een contract verwacht, op de ziel van de argeloze luisteraar te krassen: zie ook single “Writers Retreat”: beetje meer uptempo maar even laidback, even nostalgisch als de rest van dit al bij al toch aangename schijfje.

En onze favoriete treurwilg blijft bij de les. Zie bijvoorbeeld “The Flipside”: een mooie Americana-sound, geschraagd door die typische stem van Cole, solliciteert vastberaden naar een permanente schuilplaats in uw trommelvliezen. Want daar staat, op de keper beschouwd, Lloyd Cole al zo’n slordige 27 jaar garant voor: weemoedige, intens mooie muziekjes die het leven even mooier maken, speldenprikjes achteloze klasse, parels voor de zwijnen. Alleen jammer dat hij het vroeger allemaal zoveel beter kon. Want sommige songs op deze Broken Record, zoals bijvoorbeeld “Why in the World?” zijn echt wel onderling inwisselbaar.

En zo gaat het dus maar door over de gehele plaat: allemaal zijn het songs, laat dat duidelijk wezen, die met stip uittorenen boven de middelmaat. En zo hebben wij nog geen beetje genoten van het iets meer rockende “Westchester County Jail”, “That’s Allright” en “Oh Genevieve”, over het met een accurate Hammond opgefleurde “If I were a Song”, het in een streep accordeon badende “Man Overboard” en het weeral met mooie banjo’s opgesmukte “Rhinestones” en hekkensluiter “Double Happiness”.

Een ruime voldoende dus voor deze “Broken Record”. Maar van een artiest die tot eind jaren tachtig altijd de grootste onderscheiding haalde met zijn platen, verwacht je net dat ietsje meer. Conclusie? Lloyd Cole biedt met zijn laatste muzikale wapenfeit nog steeds ruimschoots balsem voor de ziel en voor de absolute leek in ’s mans universum is dit plaatje zeker de aanschaf waard; wij daarentegen gaan ons minsten een week opsluiten met Colesplaten uit de jaren tachtig. Soms, héél soms, was het vroeger wel degelijk beter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in