Mercury Rev + The Walkmen

Dat de programmatie van Les Nuits Botanique niet altijd van een
leien dakje loopt, ontdekten we al toen de intieme muziek van Josh
T. Pearson (LINK) helemaal overstemd werd door de beats uit een
aanpalend zaaltje. Dat de acts op de affiche ook niet altijd
evenzeer op elkaar afgestemd zijn, merkten we een dag later bij het
vreemde amalgaam dat The Walkmen en Mercury Rev vormden. Een band
die ondanks enkele geniale albums, waaronder het magistrale
Lisbon‘, nog
steeds niet helemaal doorgebroken is tegenover een band wier
hoogtepunt al zover achter hen ligt dat het zelfs met een telescoop
moeilijk te spotten valt.

Niet alleen gaapt er tussen The Walkmen en Mercury Rev een kanjer
van een generatiekloof, ook muzikaal liggen hun stijlen mijlenver
uit elkaar. Om de vele fans die voor een potje nostalgie in de vorm
van Mercury Rev naar het Koninklijk Circus waren afgezakt niet al
te zeer voor de borst te stoten, had frontman Hamilton Leithauser
zijn set dan maar drastisch aangepast. De vinnigheid die
The Walkmen op plaat kenmerkt, was hier volledig
zoek en in ruil kregen we makke versies van zowel oude als nieuwe
songs. ‘Blue as Your Blood’ toonde een band die ook zelf een haast
aristocratisch stijve houding aannam en in ‘138th Street’ gaf de
drums een naderende climax aan die er uiteindelijk nooit
kwam.

“Patience will keep you alive” zong Leithauser in een gloednieuw en
voorlopig titelloos nummer, dat ook effectief ons geduld voor een
eerste keer bescheiden beloonde met een interessant spel van steeds
opnieuw uitgestelde hoogtepunten. Tijdens de bindteksten bewees
Leithauser overigens wel degelijk een aimabel frontman te zijn,
maar toch moeilijk te kunnen wennen aan spelen voor een zittend
publiek. ‘While I Shovel the Snow’ bleek zelfs voor het oudere
publiek een te suf nummer te zijn – toch cudos voor het
gebruik van de triangel! – en enkel in afsluiter ‘The Rat’ ging de
band voluit. Het enige hardere nummer uit de set bleek ook het
enige te zijn dat volledig kon overtuigen; gemiste kans.

De ironie van het lot wil dat The Walkmen netjes hun best hadden
gedaan om de scherpe kantjes van hun muziek af te veilen, terwijl
Mercury Rev zich daarna verrassend ontpopte tot
een loeihard rockende band. Niet dat frontman Jonathan Donahue zijn
gevoel voor dramatiek in de jaren negentig had achtergelaten, verre
van. Tijdens opener ‘Holes’ leek hij wel in een ander universum te
vertoeven en hield zijn performance het midden tussen die van een
mimespeler en een koorddanser, maar voor ‘Tonite It Shows’ toonde
hij zich een volleerd dirigent. Het soort psychedelische muziek met
rijke arrangementen dat Mercury Rev brengt dreigt al snel in chaos
te verzanden, maar Donahue hield zijn zevenkoppige band strak in
het gareel.

Chaotisch werd de muziek dus nooit, maar over the top was
het bij momenten wel. Het refrein van ‘Opus 40′ bewees dat de
muzikanten achter Donahue makkelijk met pakweg The Mars Volta
konden wedijveren als het op lang uitgesponnen instrumentale
bombast aankomt – de afro’s hadden ze trouwens ook. Dat de mimiek
en lichaamstaal van Donahue soms vervaarlijk op het randje van
hilariteit aanleunden had misschien ook wel iets te maken met de
enorme teugen die hij in het donker van zijn fles nam, terwijl de
band tijdens een indrukwekkend lichtspel de instrumentale
interludes als ‘I Collect Coins’ en ‘The Happy End’ voor hun
rekening nam.

Nadat het hele ‘Deserter’s Songs’ erdoor gejaagd werd, volgden
volgens een welingelichte bron nog een aantal bisnummers. Die heeft
ondergetekende echter moeten missen om haar trein te halen, maar
het Koninklijk Circus uitwandelen op de laatste tonen van ‘Delta
Bottleneck Stump’ – met Donahue op wat toch wel een van de meest
onderschatte instrumenten ooit moet zijn: de zaag – zorgde in elk
geval ook voor genoeg energie en verbijstering om in geen tijd in
het Centraal Station te staan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in