Aderlating :: Spear Of Gold And Seraphim Bone (Part One)

Een gulp auditieve kots van meer dan een uur: veel accurater zullen we dit album nooit kunnen beschrijven. Dit is immers zo compromisloos dat het haast idiote proporties aanneemt. Jammer dat we momenteel niet over die vochtige kelder beschikken om het helemaal compleet te maken.

Een naam als Aderlating (het medische synoniem flebotomie heeft meteen al een stuk minder dat aura van middeleeuwse martelpraktijken) draagt al aardig wat dreiging in zich. Met een vorige release als The Nectar Of Perversity Springs From The Well of Depression kom je ook al een heel eind. Spear Of Gold And Seraphim Bone (Part One) (het vervolg verschijnt normaal later dit jaar) sluit daarbij aan. Mories (bij het bevolkingsregister beter bekend als Maurice De Jong), die tevens de figuur achter Gnaw Their Tongues is, maakt met Aderlating soundscapes die verder gaan dan het kinderlijk gewelddadige van de metal, het volume van de drone en het extremisme van de noise. Hij gooit ze allemaal samen in een blender en de stinkende smurrie die er uit komt, is het soort prut dat je verafschuwt of waar je meteen in ligt te wentelen als een zwijn in een strontpoel.

Volgens de informatie in het (overigens prachtig vormgegeven) boekje is Mories de man van ‘Gravepiss and Flagellation’ en is z’n kompaan Eric die van ‘Templesong and Faeces’. Wat je te horen krijgt is dan ook een bombastische trip die zelfs de meest dolgedraaide junk niet bedenken kan. Je zou het kunnen zien als een soundtrack bij de transgressieve schrijfsels van volk als Dennis Cooper, een geluidsband bij verhalen over reizen naar een mentale duisternis die voorbij de grenzen van het aanvaardbare gaat: automutilatie, sadisme, coprofagie, kannibalisme. Dat soort bezigheden. Een echte skullfuck voor wie het niet zot genoeg kan.

Geen idee wat de ingrediënten precies zijn en wat ermee wordt aangevangen, maar vanaf “Black Emperor At The Temple’s Gate” wordt er meteen gerotzooid met synths, effecten, vervormingen, golven van ruis en noise met een densiteit die normaal enkel weggelegd is voor symfonische orkesten. Het is kille en wurgende muziek, pakweg zoals het werk van Khanate, maar tegelijkertijd ook uit z’n voegen barstend, gebukt gaand onder lagen en lagen noise, gemutileerde percussie en hier en daar misschien zelfs een doodsreutel. En dat wordt dan nog eens verder gezet met “Descending The Naraka I”, dat misschien een tintje desolater klinkt.

De blackmetalinvloed is dan weer duidelijker aanwezig in de titeltrack, met grotesk vervormde percussie, alsof machines uit de textielindustrie en verknipte drums om dominantie vechten in de drukste verkeerstunnel van een verdorven metropool. Het vierde stuk, “A Burial On The Slopes Of Mount Sinai”, biedt even rust, wijkt af van de onaflatende klankendiarree, maar het is één en al heimelijkheid, want de hellepoorten worden snel weer geopend en bereiden de weg voor de afmattende eindsprint van vijfentwintig minuten die de luisteraar dan nog te wachten staat. Dit album is niet bedoeld om te beluisteren in kleine dosissen, track voor track. Je ondergaat het zootje volledig of je negeert het, dat zijn de opties.

Jolige muziek voor jolige tijden, kortom. Aderlating is dan ook geen band/artiest. Je zou het een project kunnen noemen, maar dat klinkt dan weer zo gepland en zelfbewust. Daarvoor is de plaat te grillig. Te geïmproviseerd. Aderlating valt misschien nog het best te omschrijven als een aberratie, een daad van een halvegare, van een grijnzende maniak die van op de zijlijn staat te zwaaien met vleesmessen. “A clown can get away with murder”, sprak ooit een verkeerd begrepen man. Aderlating gaat ver in zijn duistere spektakel, met een gevaarlijke aantrekkingskracht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in