Ron Sexsmith

Handelbeurs Gent, 4 mei 2011

Zelden zo jong en zo veelvuldig gevleid gevoeld als woensdag in de
Handelsbeurs tijdens het concert van Ron Sexsmith. Jong, omdat de
gemiddelde leeftijd van het doelpubliek van de Canadese troubadour
blijkbaar iets hoger ligt dan bij pakweg Vampire Weekend of
zelfs The
National
. Gevleid, omdat Hannelore Bedert, die
het voorprogramma verzorgde, ons er meermaals op wees dat we wel
echte kenners moesten zijn om de Grote Ron Sexsmith te komen
aanschouwen. Hannelore hoopte dat het kennerspubliek ook haar met
open armen zou ontvangen, en dat gebeurde wel degelijk. Bedert
brengt vooral breekbare nummers in de lijn van Ani Difranco of
The Frames,
maar was volgens ons op haar best in het plat West-Vlaams en in een
verrassend stevig nummer over goesting.

Of de Gentse Handelsbeurs al dan niet bevolkt werd door een publiek
van experts, daar spreken we ons niet over uit. Wel staat
overduidelijk vast dat de muziek van Ron Sexsmith
niet meteen tot de mainstream gerekend kan worden. Fans in
overvloed bij de Groten der Aarde – het lijstje is eindeloos, maar
namen als Elvis
Costello
, Bob
Dylan
of Emmylou Harris kunnen
alvast tellen – maar bij het gepeupel dat de billboards bepaalt, is
Sexsmiths muzikale genie nog niet volledig doorgedrongen. Op
Long Player Late
Bloomer
‘, de plaat die hij woensdag kwam voorstellen, blijkt
Sexsmith zich terdege van die status bewust en dat vertaalde zich
ook op het podium. Sexsmith – overigens in een potsierlijk kostuum
– bleef het hele optreden door erg onwennig, nam sporadisch een
klein sipje bier en bleek in zijn bindteksten bovendien een
tikkeltje verward over de nationaliteit van zijn publiek. ‘Allways
great to play in the Nether.. uhm Belgium’.

Gelukkig spreekt Sexsmiths muziek voor zich. Het openingstrio
‘Hearts Desire’, ‘Get in Line’ en vooral ‘Reason Why’ maakte meteen
diets dat hier een begenadigd popprins op het podium stond. Met
‘Thinking Out Loud’ haalde Sexsmith daarop het tempo aardig naar
beneden, maar ontroeren deed hij ook door het nummer vrijwel met de
ogen toe te prevelen. De perfecte popmelodie volgde met ‘Hard
Bargain’, een nummer als een zeepbel, maar dan van het type dat
niet barst, door de muzikanten die perfect op elkaar ingespeeld
waren.

Veel interactie met het publiek was er niet – meer dan een zuinig
“thank you, thank you very much” kreeg Sexsmith vaak niet over zijn
lippen – maar toch toonde de bedeesde zanger zich ook een
verrassend cynicus. Over ‘Believe It When I See It’ vertelde hij
tijdens de eerste tonen dat hij met dit nummer aardig in de buurt
van een hit single gekomen was, om daarop te concluderen dat “the
world must be coming to an end”. Nochtans schakelde de set al snel
een versnelling hoger, met ‘Brandy Alexander’, vooral bekend in de
versie van landgenote Feist en ‘Gold In
Them Hills’, een van de sterkere b-kantjes uit Coldplays back
catalogue.

Rustiger werk volgde toen Sexsmith de helft van de band van het
podium stuurde en enkel hij en manusje-van-alles David Matheson
overbleven. In die beperkte bezetting ging een grotendeels
geneuried ‘Nowadays’ pas echt door merg en been, om nog maar te
zwijgen van ‘Tomorrow in Her Eyes’ dat Sexsmith opdroeg aan zijn
vrouw. ‘Idiot Boy’ zong Sexsmith moederziel alleen, om daarna de
volledige band er weer bij te halen voor een apotheose met onder
andere het weergaloos eenvoudige ‘Strawberry Blonde’ en ‘Secret
Heart’, waar het getokkel op piano en gitaar perfect met elkaar
versmolt.

Ook tijdens bisnummers ‘Tell Me Again’, ‘Not About To Lose’ en
‘Everytime I Follow’ bewees Sexsmith nog maar eens de gave onder de
knie te hebben sublieme popsongs te schrijven. Reken daar nog eens
de perfect op elkaar ingespeelde begeleidingsband bij, en het is
een wonder waarom de Handelsbeurs woensdag niet uitverkocht was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in