Foo Fighters :: Wasting Light

Geachte meneer Grohl,
Beste Dave,

Eerst en vooral: proficiat met je prijs. Blijkbaar vinden de mensen van NME je een ’Godlike Genius’. Natuurlijk is de naam van die prijs enorm tongue-in-cheek en vooral niet al te ernstig te nemen, maar al lachend zegt de zot de waarheid, nietwaar? Je bent een rock-’n-rollmonument geworden en dat mag af en toe wel eens benadrukt worden.

Maar, Dave (ik mag toch wel Dave zeggen?), er moet mij iets van het hart. Ik wacht al een jaar of tien op een album van je. Eentje dat er niet gaat komen, vrees ik nu.

Nochtans zag het er even goed uit. Gelukkig zat ik op het werk toen ik de eerste keer "White Limo" hoorde, of ik was spontaan euforische vreugderondjes gaan lopen, en zelfs Bart De Wever of Alexander De Croo hadden een high five kunnen krijgen als ze op dat moment m’n pad gekruist hadden. Wat een smerig nummer! Wat een heerlijk stukje ondeugendheid! "Je zal het zien," zou ik uitgeroepen hebben, "dit wordt het album waarop Dave Grohl eindelijk het beest in zicht ontketent."

Maar blijkbaar vond je dat volstaan. De intro van "Bridge Burning" (overigens een aanstekelijke stadionrocker die zo op de plank mag naast "All My Life", "The Pretender" en (in mindere mate) de openingsriff van "Miss The Misery" tonen nog dat je best wel zou willen, maar het komt er niet uit. Nog steeds niet.

Want, Dave, om de een of andere vreemde reden kan je het niet laten om in die ideale-schoonzoonmodus te gaan. Dan ga je uit die spreidstand van je, berg je de riffs even op en haal je die manische grijns van je gezicht. Dan pers je er in het beste geval degelijke popnummers uit als "Rope" — een charmant breedbandrockertje volgens het boekje waar je eigenlijk niks tegen kan hebben, met hier en daar een gitaar die even mag loeien, zij het keurig binnen de lijntjes. Zo ook "Dear Rosemary", dat ik nu al een paar dagen loop te fluiten. Toffe nummertjes, maar daarvoor loop ik niet naar de platenwinkel.

Even vaak ga je dan van die inwisselbare vullertjes schrijven. "Walk" bijvoorbeeld, of "Back And Forth", of "Arlandria", van die nummers die je chirurgisch in m’n hoofd zou kunnen verankeren en die daar dan nog steeds niet zouden blijven zitten. Het zijn die nummers die van het beluisteren van een Foo Fightersalbum zo vaak een uitputtingsslag maken. De gitaren brullen wel, maar waarom precies, daar heeft een mens het gissen naar. Decibels without a cause.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over die vreemde hang naar klefheid die je pas de laatste jaren hebt ontwikkeld. "These Days" bijvoorbeeld. "One of these days your eyes will close / And pain will disappear". Mjaaaah. En dan heb ik het nog niet eens gehad over "I Should Have Known", dat veelbelovend begint als een catchy, rootsy bluesnummertje, maar al snel verdrinkt in 365-strijkers en alwéér die puberproza genre "Lay your hand in mine / Heal me one more time". Moest je Krist Novoselic, je ex-Nirvanabandmaatje dat op dit album even acte de présence mocht komen geven, nu echt opzadelen met dé sof van Wasting Light? Sneu hoor. Vreemd ook, voor een man die ooit een wereldsong als "Everlong" pende.

Het schijnt dat je Wasting Light in je garage hebt opgenomen, dat je Butch Vig (de producer van Nevermind) weer onder de arm hebt genomen en dat je Pat Smear nog maar ’s hebt ingelijfd als extra gitarist. En het schijnt dat je dat gedaan hebt omdat je terug wou keren naar de roots van de Foo Fighters, naar de hoogdagen van puike albums als The Colour And The Shape en There Is Nothing Left To Lose. Wel, dan vrees ik dat al die moeite vergeefs is geweest, want deze Foo Fighters klinkt gewoon weer exact hetzelfde als alles wat je de voorbije tien jaar gemaakt hebt.

Daarom vraag ik je met aandrang, Dave (als ik je nog steeds Dave mag noemen): wanneer maak je eens die vuige plaat die in je zit, daar ergens verborgen, mogelijks onder die woekerende bakkebaarden? Want dat die daar zit, dat is zeker: dat valt af te leiden uit die keren wanneer je je in een straal van dertig meter in de nabijheid van een drumstel bevindt. Dan ontstaat er een oerkracht, die zelfs de ruiters van de apocalyps wild galopperend naar af stuurt op het ritme van je furieuze roffels. Het is de cadans waarop Beëlzebub de liefde bedrijft.

En het is daar, precies dààr waar je die oerkracht opbergt op doordeweekse dagen, dat de plaat verborgen zit waar ik nu al zo lang op zit te wachten. Zo’n vettigemarcellekesplaat waarvan je het rughaar moet uitdunnen vóór gebruik. Zo eentje waarvan élke riff rijmt op "hell yeah", liever dan op "bwa ja". Want bwa-platen, die heb ik al genoeg staan onder de F in mijn alfabetisch geordende cd-kast.

Gewoon één keer. En als je dan, tijdens de opnames, weer de aandrang voelt om tweedimensionale poprocksongs te schrijven, zet die dan even aan de kant voor het volgende album. Of maak er voor mijn part een dubbel-cd van, waarvan de b-kant geperst is op recycleerbaar papier.

Want deze is het jammer genoeg alweer niet helemaal geworden.

Met respectvolle groeten,

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in