Rio





Met : Jesse Eisenberg, Anne Hathaway, Leslie Mann, Jemaine Clement,
George Lopez, Rodrigo Santoro e.a.

“Van de makers van ‘Ice Age'”, koppen de affiches van ‘Rio’
trots, hoewel je jezelf kan afvragen of dat wel zo’n overtuigende
aanbeveling is. De eerste film uit de ‘Ice Age’-reeks was leuk,
deel twee kon er nog net mee door en toen kwam de totaal overbodige
derde aflevering, waarin iedereen die daar nog aan twijfelde, kon
vaststellen dat de capriolen van Scrat nog afgezaagder waren dan
Markske van de Kampioenen die een dienblad met pintjes laat vallen.
(Oké, nee, da’s overdreven, niéts is afgezaagder dan de Kampioenen,
maar u snapt m’n punt.) Anyway, eerlijk gezegd vreesde ik
dat ‘Rio’ meer van hetzelfde ging zijn: een mager verhaaltje dat
voor zijn humor afhankelijk was van geforceerde referenties naar de
popcultuur, in pure ‘Shrek’-stijl. De beelden van kleurrijke,
dansende beestjes riepen trouwens ook niet geheel aangename
herinneringen op aan ‘Madagascar’ (I like to move it-move
it,
en dat tot je er uitslag van kreeg). Maar geen zorgen, het
is niet in dat bedje dat ‘Rio’ ziek is. Voor een publiek van twaalf
jaar en jonger kan ik me zelfs voorstellen dat de film een perfect
middagje bioscoop vormt. Alleen jammer dat iedereen die ouder is
dan dat, er waarschijnlijk maar weinig aan zal hebben.

Jesse Eisenberg levert de stem van Blu, een blauwe ara die
dolgelukkig in gevangenschap opgroeit bij zijn eigenaar Linda
(Leslie Mann). Hij leidt een luxeleventje, tot Linda gecontacteerd
wordt door de ornitoloog Tulio (Rodrigo Santoro). Blijkt dat Blu
één van de laatste twee levende blauwe ara’s is, en dat het dus
enorm belangrijk is om hem naar Rio te brengen, zodat hij kan paren
met het wijfje Jewel (Anne Hathaway). Wat bij mijn weten meteen de
eerste keer is dat de plot van een animatiefilm er rechtstreeks van
afhangt of twee belangrijke personages al dan niet met elkaar van
bil gaan. Anyway, Linda vliegt met Blu naar Brazilië, waar
hij en Jewel worden gestolen door smokkelaars. De twee vogels
ontsnappen en staan er nu alleen voor. Huisvogel Blu moet leren om
opnieuw in contact te komen met zijn instinct.

Je moet het de makers van ‘Rio’ nageven: in tegenstelling tot
voorgangers als ‘Madagascar’, ‘The Wild’ en ga zo maar door, wordt
er hier niet geïncasseerd op de meest voor de hand liggende
mogelijkheden. Als regisseur Carlos Saldanha en co lui waren
geweest, hadden ze gewoon duizend-en-één verwijzingen naar films,
muziek en celebrities in hun film gepropt, in de hoop slim
en hip te lijken. Het zou de eerste keer niet zijn geweest, maar
dat soort van lolligheden beperken ze tot een minimum (hoewel er
wel een paar terug te vinden zijn). In plaats daarvan proberen ze
hun verhaal op een zo rechtlijnig mogelijke manier te vertellen,
met humor die eigen is aan de situaties en personages die ook
effectief iets in de plot te zoeken hebben.

Het probleem is alleen dat die plot niet veel soeps is. Zoals
wel meer films, heeft ‘Rio’ wel een eerste en een derde akte, maar
geen sterk middenstuk om alles overeind te houden. Na ongeveer een
half uur komen Blu en Jewel op hun eentje in de jungle terecht,
waarna reële plotontwikkeling eigenlijk ophoudt, om plaats te maken
voor een resem scènes waarin ze achtervolgd worden, van grote
hoogtes moeten springen (terwijl Blu niet kan vliegen) of op een
andere manier iets meemaken waardoor Saldanha zijn exotische
setting kan laten renderen. In feite willen de makers
ogenblikkelijk van hun beginsituatie naar hun climax gaan, en die
finale dan drie kwartier laten duren. Bij kinderen kom je daar
waarschijnlijk mee weg, want hey, kijk eens naar die felle
kleurtjes en snelle bewegingen en luister eens naar dat geschreeuw
heel de tijd. Volwassenen die enige plot- en/of
personageontwikkeling wel kunnen waarderen, blijven daarentegen op
hun honger zitten. En kom me niet vertellen dat je dat soort dingen
niet van een film als ‘Rio’ mag verwachten: als Pixar – en zelfs
Dreamworks, met ‘How to Train Your Dragon’ -dat consequent in hun
projecten kunnen stoppen, dan kan Saldanha dat ook. Voor zover
‘Rio’ al een thema heeft, dan is het dat dierensmokkel niet oké is
en dat diertjes misschien denken dat ze gelukkig zijn in een kooi,
maar als het er op aankomt eigenlijk toch vrij willen zijn
(Amerikanen en hun freedom, het komt toch altijd weer de
kop opsteken). Ik heb andere critici al horen klagen over de
portrettering van Rio de Janeiro als een wonderlijk mooie stad waar
het constant carnaval is en iedereen dansend van vreugde rondloopt,
maar dat negeren van de werkelijkheid kan ik de prent nog wel
vergeven – je kunt niet van een familiefilm als deze verwachten dat
hij plots verandert in ‘City of God’.

Op die manier wordt ‘Rio’ sowieso een film met weinig cross
over
potentieel: genoeg energie en beweging om kinderen te
boeien, niet genoeg fond om hetzelfde te doen met hun
ouders. Het stemmenwerk is in orde, zij het ook niet uitzonderlijk
geïnspireerd. Jesse Eisenberg ratelt op zijn typerend
nerdy manier de rol van Blu vol en is vermakelijk, zonder
memorabel te zijn. Anne Hathaway gooit al haar energie in de rol
van Jewel, maar zoals ze in haar live action-films al
heeft bewezen, is ze grappiger wanneer ze zich inhoudt. Jemaine
Clement is wel in topvorm als schurk Nigel, en George Lopez is
geinig als familievogel die Blu en Jewel wegwijs maakt in Rio om
aan zijn dominante vrouw te kunnen ontsnappen – een situatie waar
vast wel ergens een door de kruiswoordraadselmakers van Denksport
goedgekeurde woordspeling met “ka” in verborgen zal zitten, maar
die mag u zelf verzinnen.

Enfin, laat ik vooral niet te veel woorden verspillen aan ‘Rio’,
want in essentie is het heel simpel: hebt u kinderen onder de
twaalf en u kunt er niets anders mee gaan doen, ga dan gerust naar
de film kijken. Uw gebroed zal zich beter amuseren dan uzelf. In
het andere geval: er zijn zoveel meer zinnige dingen te doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in