Morning Glory




In 1987 maakte regisseur James L. Brooks de film ‘Broadcast
News’, een tragikomedie over liefdesperikelen tussen medewerkers
van een nieuwsprogramma. Naar goede James L. Brooks-gewoonte werd
het een nogal manipulatieve prent, die het vooral moest hebben van
zijn uitstekende vertolkingen, maar je kon hem tenminste niet
verwijten dat zijn doeleinden niet nobel waren. Tussen neus en
lippen gaven de makers immers kritiek op de neiging om informatie
op tv te herleiden tot hapklaar infotainment. Tijdens de
voorbije 25 jaar is de toestand, zeker in de VS, er niet beter op
geworden. Zogenaamd “harde nieuwsprogramma’s” worden gemaakt
volgens het motto “if it bleeds, it leads”, om toch maar
een maximum aan sensatie te kunnen scoren, en voor het overige
krijg je vooral luchtige trivia tot je oren er van
bloeden. Die tendens is zelfs meer en meer bij ons doorgedrongen –
néé, het is echt geen nieuws dat Knut de ijsbeer dood is, lieve
mensen.

‘Morning Glory’, de nieuwe film van ‘Notting Hill’-regisseur
Roger Michell, is in zekere zin een opvolger van ‘Broadcast News’ –
het is opnieuw een komedie over liefdes- en andere perikelen tussen
medewerkers van een nieuwsprogramma. Maar de tijden zijn veranderd:
het misschien naïeve, maar sowieso nobele pleidooi voor een beetje
inhoud op tv is zo goed als volledig verdwenen, om plaats te maken
voor een veel pragmatischer mentaliteit. De mensen zien graag
luchtige trivia, dus bij Jehova, gééf hen dan luchtige
trivia! Niet zeuren en vrolijk de vervlakking in,
hoppa!

Rachel McAdams speelt Becky, een enthousiaste tv-producer die er
van droomt om bij NBC de Today Show te mogen maken. In de
tussentijd zit ze echter opgescheept met Daybreak, een concurrerend
ochtendprogramma dat op sterven na dood is. De kijkcijfers zijn
miserabel en zowel voor als achter de schermen is de moraal ver te
zoeken. Aan Becky om voor een frisse wind te zorgen bij Daybreak,
en dat doet ze door er Mike Pomeroy (Harisson Ford) bij te halen,
een serieuze journalist die al zowat alle denkbare prijzen heeft
gewonnen. Pomeroy is ziedend dat hij als nieuwsanker verhalen over
domme celebrities, donzige diertjes en tv-koks moet
brengen, maar contractueel heeft hij geen keuze. U wint geen geld
als u kunt raden of Pomeroy tegen het einde van de film toch zijn
goede hart zal laten zien.

Enkel bekeken als genrefilm, is ‘Morning Glory’ op zijn best
matig succesvol. Michell en scenarist Aline Brosch McKenna (“de
schrijver van ‘The Devil Wears Prada’!”, trompetteren de affiches
in koor, alsof dat een referentie is om trots op te zijn), hebben
een script geproduceerd dat sporadisch grappig is, maar over het
algemeen gewoon erg mild blijft, zonder noemenswaardige dramatische
hoogtes of laagtes. Om dat te compenseren, geeft McAdams een
vertolking die grenst op de rand van de hysterie – hoe minder
grappig de dialogen die ze moet debiteren, hoe drukker ze op en
neer staat te springen in een poging er wat leven in te blazen.
Tijdens haar sollicitatiegesprek om de job te bemachtigen, doet ze
zelfs zodanig overdreven enthousiast, dat haar baas (een
vermakelijke Jeff Goldblum) haar vraagt: “Je gaat toch niet
beginnen zingen?” Ja, ik weet het wel, uit dat soort teksten kan je
afleiden dat McAdams’ rol bedoeld was om een beetje over de top te
zijn, maar in de praktijk wordt de hyperactiviteit van de actrice
op den duur behoorlijk irritant, alsof ze met veel gesticuleren en
opgewonden afgeraffelde teksten de halfslachtigheid van het
scenario probeert af te dekken.

Nee, dan liever Harisson Ford, die hier zijn teksten gromt als
een bosbeer die ze net zijn homp vlees hebben afgepakt. Ford heeft
er al zijn hele carrière lang een handje van weg om met vijf
woorden méér te zeggen dan andere acteurs met een lange monoloog
klaarspelen, en hier is dat niet anders. Door onderkoeld te
blijven, slaagt hij waar McAdams faalt, en lukt het hem om een
regel tekst als “I can’t say the word fluffy” toch grappig
te maken. Diane Keaton is sympathiek, maar weinig memorabel als
co-presentatrice Colleen Peck – haar personage is weinig meer dan
decorvulling, dus hoewel de actrice met de jaren haar komische
timing nog steeds niet verloren is, kan ze ook weinig doen om haar
stempel op de film te drukken. Patrick Wilson (de vreemdgaande
huisvader uit ‘Little Children’) heeft nog meer reden tot klagen:
hij speelt de obligate love interest, die nu eens echt
absoluut niks te doen krijgt behalve thuis wachten tot McAdams nog
eens binnenspringt en over haar werk begint te praten.

‘Morning Glory’ is af en toe grappig en zeer vaak flauw, maar
dat nog tot daar aan toe. Wat mij problematischer lijkt, is de
mentaliteit die de prent aanneemt tegenover zijn onderwerp.
Gedeeltelijk gaat de film over de problemen die je moet
confronteren als één van de twee partners voor tv werkt (laat staan
als ze dat allebei doen), omdat die job zoveel van je aandacht
opeist. Maar Michell gaat niet echt op dat thema in, omdat Wilson
een zodanig engelachtige vent is dat hij zonder morren aan de
zijlijn blijft tot McAdams hem nodig heeft. Geen conflict, geen
thema. En dan is er natuurlijk nog het idee van “ernstige
journalistiek” tegenover lichtgewicht “infotainment”. Heel even
lijkt het nog alsof de film enige nuance wil aanbrengen, door te
tonen hoe een “saai” serieus nieuwsonderwerp van Pomeroy de
kijkcijfers omhoog sleurt, maar dat duurt niet lang. Uiteindelijk
komt het er toch maar op neer dat “hard news” allemaal
goed en wel is, maar dat de kijker eigenlijk vooral wil zien hoe
een prijswinnende journalist een ei bakt. Dus moet je toch al een
ongelooflijk pretentieuze zak zijn om je publiek dat genoegen niet
te gunnen. Handjes omhoog en gillen maar terwijl we op die
rollercoaster naar de totale banaliteit zitten!

‘Morning Glory’ is een matig onderhoudend filmpje, dat zijn veel
te schaarse charmante momenten voornamelijk te danken heeft aan
Harisson “waren het maar weer de jaren tachtig” Ford. Maar zelfs
Indiana Jones en Han Solo kunnen deze miskleun niet redden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in