The Mechanic




Met zijn kale kop, hese stem en intense blik is Jason Statham
altijd al een acteur geweest die het meer moest hebben van zijn
présence dan van zijn aangeboren acteertalent. Diepe emoties of
subtiele subteksten zul je in zijn optredens niet snel aantreffen,
maar hij stààt er wel, liefst in een maatpak terwijl hij slow
motion
kogels afvuurt en er op de achtergrond een gebouw
explodeert. Je kan zeggen wat je wilt, maar Statham schijnt perfect
te weten wat zijn sterke punten en zwakheden zijn – in
tegenstelling tot maar al te veel actiesterren, heeft hij nog
nooit het risico genomen zichzelf belachelijk te maken in een drama
of komedie (hallo, Duane Johnson?). Hij daagt op, staart intens in
de camera, knalt de bevolking van een klein tot middelgroot land
omver en gaat naar huis om zijn geld te tellen. Tot zover de
carrière van de heer Jason Statham. In ‘The Mechanic’, een
routineuze pang-pang-film van Simon West (het creatieve genie
achter ‘Con Air’ en ‘Tomb Raider’), gaat het niet anders.

Statham speelt Arthur Bishop, een huurmoordenaar die werkt via
een soortement uitzendbureau voor professionele killers. Bishop is
– dat spreekt voor zich – de beste in zijn vak, die, naargelang het
je uitkomt, er voor kan zorgen dat zijn moorden lijken op uit de
hand gelopen erotische spelletjes of de schuld in de schoenen van
een ander kan schuiven. De zaken veranderen wanneer zijn mentor en
beste vriend (Donald Sutherland) sterft, en Bishop plotseling zorg
moet dragen voor diens knoeier van een zoon, Steve (Ben Foster).
Léon-gewijs leert Bishop Steve de knepen van het vak, zodat die een
moordenaar wordt waar zijn vader trots op zou zijn.

Dat alles is gebaseerd op de gelijknamige film van Michael
Winner uit 1972, waarin Charles Bronson de hoofdrol speelde (ligt
het overigens aan mij, of lijkt het u ook volstrekt ongeloofwaardig
dat er ooit een tijd was toen Charles Bronson serieus genomen werd
als acteur en filmster?). Naar verluidt – ik moet toegeven dat ik
‘m nooit heb gezien – ging die originele film dieper in op de
morele gevolgen van een leven als gun for hire, maar dit
is 2011, het leven gaat steeds sneller en wie heeft er tijd voor
diepgang? Op een bepaald moment vraagt Steve aan Bishop: “Denk je
wel eens aan de mensen die je hebt vermoord?” Bishop antwoordt:
“Nee.” En tot zover dan de emotionele bagage die onze antiheld met
zich meezeult. De menselijke toetsen moeten er komen door van
Bishop een estheet te maken, die zichzelf een afgelegen huis heeft
aangeschaft diep in de bayou van New Orleans, waar hij
naar Schubert luistert op LP, geniet van de duurste whisky en zorgt
voor de old timer in zijn garage. Misschien is dat op zich wel
betekenisvol: Bishop hecht meer waarde aan zijn bezittingen dan aan
andere mensen. Maar er wordt niet veel mee aangevangen. Bishops
kluizenaarsbestaan lijkt eerder een genrecliché, dat er voor zorgt
dat we niet opgezadeld zitten met al te veel nevenpersonages, en we
dus eens zo snel kunnen overgaan tot de orde van de dag:
pang-pang.

Nu goed, het moet gezegd worden: Simon West weet die pang-pang
vrij efficiënt in beeld te brengen. De hoogdagen van de shaky
cam
lijken godzijdank voorbij, en West geeft ons een
energieke, maar makkelijk te volgen cameravoering en montage.
Tijdens zijn beste momenten weet hij zelfs wat suspense in zijn
film te verwerken. Een gevecht tussen Steve en een gay
concurrent-huurmoordenaar wordt mooi opgebouwd, en ook een
shoot-out door een spiegel heen mag er zijn. Op technisch
en logistiek vlak is ‘The Mechanic’ een professioneel in elkaar
gebokst product, wat wil zeggen dat het tempo er in zit en dat
niemand zich hoeft te vervelen… Maar ook dat het allemaal niets
te betekenen heeft. De film is niet slecht gemaakt, maar hij heeft
geen enkele bestaansreden. Het verhaaltje is al duizend keer eerder
verteld (zelfs éénmaal in exact dezelfde vorm, in de originele
versie van de prent), de personages komen van het schap
“inwisselbare actiefilm-figuren” en elke kans om de
oppervlakkigheid van het script te doorbreken, wordt zorgvuldig uit
de weg gegaan.

Eén mogelijke reden om wel te gaan kijken, is de prestatie van
Ben Foster. Foster speelde een tijd lang mee in ‘Six Feet Under’ en
timmert sindsdien aan de weg met bijrollen in films als ‘3:10 to
Yuma’ en ‘The Messenger’. ‘The Mechanic’ zal niet zijn definitieve
doorbraak worden – daarvoor is de film in zijn geheel veel te
onopmerkelijk – maar hij brengt wel een kwetsbaarheid naar zijn rol
die Jason Statham nooit zal hebben. Wanneer Foster in een
gevechtsscène verzeild geraakt, is er nog geen garantie dat hij ook
zal winnen, wat altijd meegenomen is in een film die voor de rest
maar weinig variabelen weet toe te voegen aan een aloude
formule.

‘The Mechanic’ mag overigens nu al de prijs komen afhalen voor
de meest overbodige vrouwenrol van dit jaar. Mini Anden komt even
opdraven als prostituée, zij en Statham geven ‘m van jetje en als
oplettende kijker, niet onvertrouwd met een aantal genreconventies,
denk je dan: aha, het hoertje met het gouden hart dat Stathams
menselijkheid naar boven zal brengen. Maar nee hoor, niks daarvan.
Na het zweten en kreunen gaat Statham naar huis en dat is het wel
zo ongeveer. Veel later in de film zien we haar nog één keer terug,
wanneer Statham een chihuahua in haar handen komt duwen (no
kidding!).
Blijkbaar heeft West op een bepaald moment echt
gedacht: “We hebben nog geen tieten in onze film! We hebben tieten
nodig, en snel!”

‘The Mechanic’ is een verwaarloosbare film, met een paar aardige
actiescènes en een degelijke bijrol van Ben Foster. Over enkele
maanden ligt hij voor een paar euro op dvd in de budgetbak – als u
een paar uurtjes op overschot hebt die avond, kunt u ‘m net zo goed
dan eens meepikken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in