Never Let Me Go




Regisseur Mark Romanek begon zijn carrière als maker van
videoclips, voor onder anderen Janet Jackson, Madonna en David
Bowie, maar er is geen mens die deze achtergrond ooit zou vermoeden
door naar zijn fictiefilms te kijken. In 2002 maakte hij een
opgemerkt debuut met ‘One Hour Photo’, een thriller waarin Robin
Williams verraste met een ingetogen rol als glimlachende
psychopaat. De prent viel op door zijn relatief traditionele,
oerdegelijke constructie en het gebrek aan praalzucht van de
regisseur. Het heeft acht jaar geduurd voordat hij een nieuwe prent
klaar had, maar het resultaat was het wachten meer dan waard.
‘Never Let Me Go’, gebaseerd op de prachtige roman van Kazuo
Ishiguro (schrijver van ‘The Remains of the Day’), is een
ingehouden, perfect uitgebalanceerd noodlotsdrama.

Misschien is de film wel zodanig subtiel dat hij onder de radar
blijft van sommige mensen – in de VS waren de recensies eerder
gemengd, voornamelijk omdat sommige critici hem “onderkoeld”
vonden, maar mij lijkt dat eerder een nevenreactie van de bij
uitstek Amerikaanse neiging om emoties nadrukkelijk in het gezicht
van het publiek te smijten. ‘Never Let Me Go’ gaat veel
geraffineerder te werk – Romanek vraagt aan zijn publiek om geduld
op te brengen en op te letten. En als je dat kunt, zul je merken
dat de regisseur een emotioneel tijdbommetje in je hart plant, dat
aan het einde van de film prachtig tot ontploffing komt. Geen
hysterisch geschreeuw, geen huilerige confrontaties of louterende
monologen, maar een nauwkeurig geconstrueerd, intelligent
drama.

Het verhaal speelt zich af in een alternatieve versie van
Engeland, van de jaren zeventig tot de jaren negentig. De medische
wetenschap heeft het klonen van mensen niet alleen mogelijk, maar
zelfs tot een courante praktijk gemaakt. Ettelijke honderden
kinderen worden jaarlijks op de wereld gebracht en daarna opgevoed
in speciale scholen, met maar één doel: eens ze volwassen zijn,
zullen hun organen verwijderd worden voor transplantatie naar
“gewone mensen”. De meeste klonen (die tactvol “donors” worden
genoemd) kunnen drie, tot zelfs vier organen afstaan vooraleer ze
sterven (waarvoor het eufemisme “afronden” wordt gebruikt). Kathy
(Carey Mulligan), Ruth (Keira Knightley) en Tommy (Andrew Garfield)
zijn drie zo’n kinderen, die moeten leven met de wetenschap dat ze
nooit veel ouder dan dertig zullen worden.

Dat alles klinkt als science fiction, en strikt genomen is de
premisse dat ook – in de meest letterlijke zin gaat ‘Never Let Me
Go’ over een wereld waarin wetenschappelijke praktijken
plaatsvinden die wij niet hebben. Hence: science fiction.
Maar vormelijk doet de regisseur geen enkele toegeving aan dat
genre. Het grootste deel van de film speelt zich af in een
ouderwetse Britse kostschool of op een boerderij. De technologie
die we te zien krijgen is op geen enkele manier anders dan degene
die echt bestond in het tijdperk van het verhaal. Het enige waar je
eventueel naar zou kunnen wijzen, is een armband die de gekloonde
kinderen dragen, en waarmee ze hun aanwezigheid kunnen registreren
door het omhoog te houden tegen een kastje aan de muur. Maar zelfs
dat lijkt technologisch niet veel geavanceerder dan een
elektronische tikkaart zoals die dagelijks wordt gebruikt door
miljoenen arbeiders overal ter wereld.

‘Never Let Me Go’ werpt enerzijds natuurlijk een blik op
medische ethiek: is het ethisch en moreel verantwoord om kinderen
op de wereld te zetten, enkel om ze achteraf te laten sterven? Die
discussie bestaat natuurlijk niet in de echte wereld in die
specifieke vorm, maar varianten er op hebben we al dikwijls genoeg
gezien – het gebruik van embryo’s voor stamcelonderzoek en ga zo
maar door. In de film wordt dat vraagstuk doorgetrokken tot in het
extreme. Je kunt je dan ook afvragen of Ishiguro (als
oorspronkelijke schrijver van het verhaal) tussen neus en lippen
geen pleidooi tegen dit soort onderzoek voert in het echte leven,
maar dat lijkt me spijkers op laag water zoeken.

Vooral omdat ‘Never Let Me Go’ nog veel verder gaat dan dat.
Ishiguro en Romanek gebruiken het ingekorte leven van de donors ook
als metafoor voor de beperkte tijd die we allemaal hebben op aarde.
Of het nu 30 of 130 jaar is, zoals Kathy het zegt aan het einde van
de film: “Sooner or later, we all complete.” We gaan
allemaal dood, en de vraag is dan hoe zinvol we ons leven invullen.
Oké, dat klinkt misschien een beetje melig en voor de hand liggend,
maar de ingehouden, stiff upper lip-stilistiek van de
prent weet perfect te vermijden dat ook maar het kleinste greintje
sentiment de film binnensluipt. En trouwens, er is nog meer aan de
gang: zo worden Kathy, Tommy en Ruth van kinds af aangemoedigd op
school op kunst te creëren. Tekenen, modelbouwen, schrijven, maakt
niet uit, als ze maar creatief zijn. Tegen het einde van de film
wordt duidelijk waarom dat zo belangrijk is voor hun directrice,
Miss Emily (Charlotte Rampling): de buitenwereld moet de klonen
immers zien als voorwerpen. Levende wezens, dat wel, maar
letterlijk “onmenselijk”: sub-menselijke creaturen, kopieën van
mensen, zonder hun eigen humaniteit. Want als ze dat niet doen, als
ze de klonen erkennen als mensen met een ziel, intellect en
emoties, dan is het ontnemen van hun organen niet meer of minder
dan moord. Door de kinderen kunstwerkjes te laten maken, probeert
Miss Emily aan de wereld duidelijk te maken dat ze wel degelijk
mensen zijn, met hun eigen identiteit. Gevolg: haar school wordt
uiteindelijk gesloten en het donorprogramma gaat ongehinderd door.
Op die manier worden film en boek ook verhandelingen over wat het
betekent mens te zijn.

En zo gaat het door, met de ene betekenislaag bovenop de andere.
De personages hebben bijvoorbeeld kansen genoeg om te ontsnappen
aan hun lot. Ze moeten alleen maar in hun auto stappen en
wegrijden, maar dat doen ze niet, omdat ze vanaf hun jongste jaren
zijn geïndoctrineerd met de gedachte dat ze het doel van hun leven
niet kunnen ontlopen. En op een hoger niveau kunnen we dat
natuurlijk allemaal niet – niemand kan aan de dood ontsnappen.

Een fikse hap dus, ‘Never Let Me Go’, maar het knappe is juist
dat de film nooit ostentatief wordt met zijn eigen ideeën. De prent
is al even gracieus met zijn thema’s als met zijn visuele stijl:
het zit allemaal prachtig in elkaar, maar het wordt nooit
nadrukkelijk in het gezicht van het publiek gesmeten. Het gebruik
van kleuren en de subtiele camerabewegingen zijn echter mooi
uitgecalculeerd om de nostalgische, ietwat weemoedige sfeer van het
boek tot leven te brengen in de film. De acteerprestaties doen daar
ook veel aan: na ‘An Education’ en ‘Wall Street’ levert Carey
Mulligan haar derde home run op rij af, met een vertolking
die een rijpheid verraadt die haar 25 jaar ver te boven gaat.
Sommige mensen hebben een oude ziel, blijkbaar. Carey Mulligan is
zo iemand. Keira Knightley is verrassend understated. Ze
heeft soms de neiging om over de top te gaan, met schreeuwerige
rollen (ik heb nog altijd een trauma van ‘Domino’), maar hier is ze
perfect geloofwaardig en, naar het einde toe, zelfs ontroerend in
haar rol. Andrew Garfield heeft net iets minder om mee te werken,
maar de manier waarop hij in de laatste scènes de wanhoop van zijn
personage steeds duidelijker weet te maken zonder sentimenteel te
worden, is ook weer indrukwekkend.

Net zoals de hele film, trouwens. Zonder te vervallen in
melodramatische clichés heeft Romanek hier een intelligente, maar
ook diep ontroerende film gemaakt die me alvast doet hopen dat hij
weer geen acht jaar wacht vooraleer hij aan zijn volgende
begint.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in