Das Pop :: The Game

EMI, 2011

Je zou het bijna durven vergeten, maar Bent Van Looy had ook een
leven voor hij meedeed aan De (Aller)Slimste Mens ter Wereld en om
een voor ons onbekende reden tot stijlicoon werd gebombardeerd. In
tegenstelling tot de trends die hij introduceerde – die snor! die
te korte broekspijpen! – heeft de muziek van Das Pop de tand des
tijds wel altijd met succes doorstaan. De Gentenaar en zijn uit de
hand gelopen vriendengroepje worden al drie platen lang op handen
gedragen door horden gillende tienermeisjes in hartjesshirts, en
daar zal hun vierde langspeler, ‘The Game’, niet veel aan
veranderen.

Op ‘Das
Pop
‘ was het door perikelen met de platenmaatschappij maar
liefst vijf jaar wachten – geduld dat overigens ruimschoots werd
beloond – maar nog geen twee jaar later ligt al een opvolger in de
rekken. Zelf bestempelt Van Looy ‘The Game’ als Das Pops “muzikale
blitzkrieg; het zat erin en het moest eruit” – de plaat is in amper
twee weken tijd opgenomen in de studio van bassist Niek Meul in
Stockholm. Dat is trouwens ook aan het resultaat te horen: daarmee
niets gezegd over de kwaliteit, maar de spontaneïteit en het
spelplezier druipen van het schijfje af. De nummers waarop niet in
de handen geklapt wordt zijn op één – ja, wat wil je – hand te
tellen en elk laatste beetje winterblues wordt vakkundig
weggespoeld.

Single ‘The Game’ is ondertussen niet meer van Stubru’s
playlist weg te denken, maar wij zijn hem nog lang niet
beu gehoord. Het nummer is uit net genoeg, maar nooit te veel
muzikale laagjes opgebouwd en is daardoor zo verraderlijk
aanstekelijk dat het je zin geeft in de rest van de plaat. ‘Skip
the Rope’ doet daar nog een schepje bovenop: de intro straalt het
eenvoudige kindergeluk van een partijtje touwtjespringen uit, maar
daarna barst het nummer helemaal los met een hardnekkige drumpartij
die in het refrein nog meer haar weerhaken achterlaat.

Met ‘Flowers in the Dirt’, ‘Yesterday’ en ‘I Me Mine’ telt ‘The
Game’ bovendien drie nummers met dezelfde titel als iets van de
Beatles of McCartney solo. “Het bloed kruipt waar het niet gaan
kan” volgens Van Looy, maar enkel dat laatste nummer ademt
eenzelfde sfeer uit als het Liverpoolse origineel. Net als in de
versie van George Harrison, werd Das Pops ‘I Me Mine’ zowat het
muzikale equivalent van de driftbui van een kleuter die een bord
spruitjes voorgeschoteld krijgt. ‘Flowers in the Dirt’ is
daarentegen één van de weinige rustigere nummers op de plaat, met
toch een opzwepende piano en Brian Wilsonachtige melodieën, en daar
waar het ‘Yesterday’ van de Fab Four een ontstellend ingetogen
nummer is, klinkt de gelijknamige song en dan vooral die
saxofoonintro hier zo onbeschaamd charmant over the
top
.

Het hele album is overigens een pak gladder dan we van Das Pop
gewend zijn en ook de groep zelf beschrijft ‘The Game’ als
“schaamteloze powerpop met een geraffineerd kantje”. Beste
voorbeeld daarvan is ‘Gold’: het hele jaren tachtig sfeertje is
bijna even fout als Van Looys snorretje, maar werkt tegelijk zo
ontwapenend dat je er gewoon als een blok voor moet vallen.
Hetzelfde geldt voor ‘Fair Weather Friends’, met zijn zwevende,
maar tegelijk snedige melodie en tijdloos universele lyrics wat ons
betreft het hoogtepunt van de plaat.

‘The Game’ is Das Pop zoals Das Pop altijd heeft willen klinken:
elektropop met een discogeurtje en vooral genadeloos veel
enthousiasme. Net als de hoes – met de ondertussen welbekende Black
Juggler – is het niet altijd even esthetisch verantwoord, maar het
blijft wel verdomd lang op je net- en trommelvlies gebrand.

http://www.daspop.com/
http://www.myspace.com/daspop

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in