Patrick Wolf :: 1 april 2011, Botanique

Al jaren wordt over Patrick Wolf beweerd dat hij een ster in wording is. Van een boywonder dat met elektronica stoeide, ontpopte hij zich tot een kleurrijk en getalenteerd popmuzikant, maar ook vier albums later laat de doorbraak op zich wachten. Album Vijf, dat binnenkort verschijnt, zou daar eindelijk verandering in moeten brengen. De songs heeft hij alvast, nu moet hij alleen nog leren om live ook alles te geven, zo bleek vrijdagavond in de Botanique.

Als Patrick Wolf verliefd is, dan mag de wereld dat weten. Dan mogen toeters en bellen uit de kast en knettert zijn muziek alle kanten uit. Denk maar aan de kermisdolle kleurenregen die The Magic Position uit 2007 was. Onlangs bereikte ons het nieuws dat Wolf van plan is om met vriendje William Charles Pollock een samenlevingscontract af te sluiten. U kunt er dus van op aan dat het eind mei te verschijnen Lupercalia een vrolijke affaire zal worden.

Dat blijkt toch nauwelijks een intro ver in een Rotonde, die volgepakt is met jonge opgetutte meisjes als betrof het een Justin Bieber-concert. “Time Of My Life” luidt de titel (geen cover van de klassieker van Bill Medley en Jennifer Warnes overigens), en zo klinkt het ook: zwierige strijkers, drums die er niet naast — en aanvankelijk te luid — meppen, en vooral een vrolijk toeterende sax die de avond af en toe zal blijven beheersen, een ritme dat langzamerhand dat van een discotheekstamper wordt. Al blijkt het dan toch nog even een afscheid van een vorige liefde, een dankwoord zelfs: ” Our love goodbye/Thanks for, the time/Time of my life”.

Maar daar is de nieuwe liefde al. “Wave goodbye to living alone, I think we’ve found our home (…) I see us growing old”, klinkt het in “House” en het vrolijk tuimelend ABBA-pianootje belooft feest; samenwonen is een grote stap en het mag gevierd worden. De discobeat die even later ook “Who Will” komt begeleiden, doet vermoeden dat die geruchten dat Lupercalia — genoemd naar een Romeins feest van de liefde — nogal invloeden van disco en Motown meekreeg, wel eens enige grond zouden kunnen hebben.

Het zou het recept kunnen zijn voor een knetterend concert, maar dat is het vreemd genoeg niet. Hoe euforisch de muziek, hoe dolgelukkig de teksten, Wolf zelf — vanavond vestimentair voor zijn doen dressed down in een rood kostuumpje — lijkt het allemaal niet echt te voelen. Als een goed opgeleide baliebediende bij uw bank is hij voorkomend en vriendelijk, bedankt hij zijn publiek meer dan genoeg, maar lijkt hij niet te min geen fractie emotie te geven; “Libertine” — een huisfavoriet hier — krijgt zelfs een ronduit afgehaspelde versie. Het geeft een halfslachtig gevoel. Het logische gevolg is dat ook het publiek, ondanks alle devotie, niet echt meegaat in zoveel uitbundigheid. Het vraagt al oudje “To The Lighthouse”, uit de tijd dat Wolf nog met elektronica dolde, om wat echt enthousiasme uit te lokken, en uiteindelijk de daverende “hitjes” “Accidents & Emergency” en “The Magic Position”, dat voor de gelegenheid een wat trage, nieuwe intro meekrijgt.

Tussendoor worden nog wat onbekende nummers van dat Lupercalia gestrooid. “Godrevy Point” bloeit mooi en elegisch open onder begeleiding van strijkers en klarinet, maar de grootste verrassing is misschien wel een erg poppy “Bermondsey Street”, waarin Wolf de verhalende zang van Bruce Springsteen benadert. Een andere Patrick Wolf krijgen we ook in “Together”, dat op een donkere, jakkerende baslijn drijft, maar toch opnieuw eindigt in een relatiebevestigend herhalen van de titel.

Eén bisnummertje slechts; huidig single “The City”. Alweer zo’n overgelukkig nummer, dat de inspiratie uit een paar poten jaren tachtig haalt. Hell, het nummer krijgt zelfs een saxsolo mee zoals die compleet in fashion waren in het lelijke yuppendecennium. En het maakt niet eens uit; het is popmuziek die minstens het ter ziele gegane Top Of The Pops zou moeten hebben gehaald, en waarom niet meteen onze Ultratop? Fans blijven schreeuwen om meer,maar er komt echt geen Patrick Wolf meer en dus is het tijd voor wat slotwoorden. Een citaatje van de man zelf: “If you’ve never lost/how you’re gonna know that you’ve won?” (uit “Accidents & Emergency”), bijvoorbeeld. Dat vraagt een investering en de durf om op je bek te gaan. Live had hij die vanavond niet. De songs staan als een huis, maar als je ze maar lauwtjes brengt, gaan ze niet de impact hebben die ze verdienen. Als Wolf de ster wil worden die hij in zijn hoofd al lang is, moet de handrem dringend af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in