I Am Number Four




En hopla, de eerste zelfbewuste poging van dit jaar om een
zoveelste tienerfranchise op te starten is ook weer
gearriveerd. ‘I Am Number Four’ is een derivatieve, flauwe
fantasyfilm, die niet zozeer het resultaat is van enige inspiratie,
als wel het eindproduct van een cynisch toegepaste formule. Je zou
bijna denken dat regisseur D.J. Caruso geen script in handen had,
maar louter een checklist met plotelementen, situaties en
zelfs shots die succesvol zijn gebleken in andere, gelijkaardige
films. In werkelijkheid had hij een roman als bronmateriaal, die
volgens de cover geschreven was door Pittacus Lore, een (en ik
citeer, dat u niet denkt dat ik aan de dope zit) “Lorien elder,
who was entrusted with the story of the Lorien nine. His
whereabouts are unknown.” Yup,
we hebben hier te maken met een
boek dat als het ware in character werd geschreven, alsof
je op de cover van ‘Lord of the Rings’ niet J.R.R. Tolkien, maar
wel Frodo Baggins zou zetten. En als u dit net hebt kunt lezen
zonder met uw ogen te rollen en iets te denken in de trant van
“Jezus toch, kàn het nog kinderachtiger?”, dan behoort u
waarschijnlijk tot het doelpubliek van de film.

Voor wie het interesseert, het boek ‘I Am Number Four’ werd
eigenlijk geschreven door twee auteurs, waaronder James Frey, de
man die in 2005 aanvankelijk veel lof kreeg voor zijn
autobiografische roman ‘A Million Little Pieces’, waarin hij
vertelde over zijn drugsverslaving. Hij werd voor dat boek
geïnterviewd door Oprah, maar viel uit de gratie toen bleek dat hij
het grootste deel van zijn memoires uit zijn duim had gezogen. Het
spreekt voor zich dat hij het aan Oprah kon gaan uitleggen en dat
ze niet goed gezind op hem was. Die achtergrond heeft niet
rechtstreeks te maken met ‘I Am Number Four’ als roman of film,
maar is gewoon veel interessanter dan die twee. Toch maar
voortmaken en u vertellen waarom u beter kunt thuisblijven? Oké
dan.

Het verhaal begint met een back story waar Tom Cruise
ogenblikkelijk een religie aan zou willen ophangen: de planeet
Lorien wordt vrijwel totaal vernietigd door een vijandige
beschaving, de Mogadorians. (Waarom die Mogadorians dat doen, wordt
nooit verduidelijkt in de film, maar ze zien er gemeen uit en
hebben scherpe tanden, dus ik veronderstel dat ze gewoon mean
motherfuckers
zijn.) De Loriens kunnen nog net negen kinderen
naar de aarde sturen, samen met een beschermer. Zij zijn de enigen
die nog overblijven, hoewel we ook weer het raden hebben naar wat
er precies van die negen verwacht wordt. Dat ze ooit zullen
terugkomen om de Mogadorians te verslaan? En wat daarna? De rest
van de Loriens zijn dan nog steeds dood.

Anyway, die negen kinderen zijn genummerd en leiden
anonieme levens, ergens ter wereld. De Mogadorians jagen hen op,
maar ze kunnen hen alleen maar op volgorde doden. (Je kunt je
afvragen of het niet een beetje overkill is om op zoek te
gaan naar de laatste negen overlevenden nadat je net een hele
samenleving hebt uitgeroeid, maar dat is blijkbaar niet de
bedoeling. Net zoals je ook niet hoort te vragen waarop de
nummering van de Loriens gebaseerd is, waarom net deze negen
kinderen werden uitgekozen of waarom ze enkel op volgorde vermoord
kunnen worden. ‘I Am Number Four’ staat eerder onverschillig
tegenover logica of het uitleggen van zijn eigen mythologie.)

Anyway, John Smith (Alex Pettyfer) is nummer vier.
Nadat nummer drie het loodje heeft gelegd, krijgt hij een
waarschuwing in de vorm van een litteken. Hij weet dat de
Mogadorians nu achter hem aan zullen komen en dat is bad
timing,
want hij stond net op het punt om Sarah (Dianna Agron)
binnen te doen, een niet onaantrekkelijke blonde freule. En zo zijn
we dan vertrokken voor anderhalf uur potsierlijk heen- en weer
geren, sporadisch onderbroken voor pareltjes van dialogen als
“Rennen!”, “Kijk uit!” en “Pas op, een kale weirdo met
vlijmscherpe tanden is blauwe bliksemschichten aan het
afvuren.”
Altijd irritant, wanneer dat gebeurt.

De plot van ‘I Am Number Four’ is een gemakzuchtig samenraapsel
van ‘Superman’, ‘Twilight’, ‘X-Men’ en ga zo maar door. Met een
beetje goede wil zou je nog kunnen geloven dat de talloze plotgaten
die de revue passeren nog zullen worden gedicht in de
onvermijdelijke vervolgen – zowel boek als film kondigen zich aan
als het eerste deel in een serie die schaamteloos probeert te
incasseren op het succes van zijn voorgangers (voornamelijk
‘Twilight’). Wat echter helemaal niet goed te praten valt, is de
onhandige manier waarop dat verhaal verteld wordt. Tijdens de
eerste tien minuten krijgen we een voice over die ons
simpelweg de hele achterliggende geschiedenis van a tot z uitlegt –
elegant kan je dat bepaald niet noemen. En ook daarna hebben D.J.
Caruso en zijn scenaristen de irritante neiging om alle informatie
over de plot simpelweg in de dialogen te laden. Niet dat er nog
veel plot overblijft eens John verliefd is geworden op Sarah.
Daarna is het eigenlijk grotendeels een kwestie van “de goeien
moeten gaan lopen voor de slechten en op ’t einde vechten ze”. De
personages zijn, zal het u verbazen te horen, dan ook louter
stereotypes: de getroebleerde held, de knappe blonde heldin, de
(min of meer) komische sidekick en natuurlijk de schurken met hun
scherpe tanden. Daarom ook dat ik aarzel om te klagen over de
acteurs: geen van hen verraadt hier ook maar het minste talent,
buiten misschien het talent om er altijd zo lekker mogelijk uit te
zien, maar geen van hen krijgt dan ook de kans om het minste talent
te tonen. Timothy Olyphant (de schurk uit ‘Die Hard 4’) duikt op in
een bijrol en is daarmee wel zo ongeveer de grootste naam op de
affiche, maar is miscast en staat zich duidelijk te vervelen.

D.J. Caruso is een regisseur wiens werk op zijn best middelmatig
is (‘Disturbia’), en op zijn slechtst niet om aan te zien (‘Taking
Lives’). In dit geval vermoed ik dat hij gewoon een hired
hand
was voor producent Michael “de Antichrist van de cinema”
Bay. Visueel weet hij niet bepaald potten te breken. De actiescènes
zijn een wanordelijk zootje close-ups waarin we dan moeten proberen
enige orde te zoeken. Al de rest wordt routineus in beeld gebracht,
onder het motto “je krijgt een shot en een tegenshot en daar mag je
al blij mee zijn”. De openingssequens is nochtans veebelovend op
dat gebied, maar helaas, eens die gepasseerd is, hebt u het beste
wel gehad.

‘I Am Number Four’ is een zielloos, leeg en cynisch product,
zonder spankracht of suspense, zonder personages of inhoud.
Doorspoelen, die handel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in