Band of Horses





Mike
Noga
kwam het podium van de AB opgeslenterd met zijn
Gentlemen of Fortune, een verse kater na een
nachtje Amsterdam en meteen ook het perfecte medicijn om die weg te
spoelen: een frisse Belgische pint én een fles whisky. Dat leverde
hem vanuit het publiek het bizarre compliment op dat hij dronk als
Eddie Vedder
– “I wish I had his money!” – maar ondanks dat excentrieke gedrag
en songtitels als ‘All My Friends Are Alcoholics’ hield dit
Australische viertal zich op muzikaal vlak eerder gedeisd. Hun
mengeling van blues, pop en rock en dan zeker afsluiter ‘Down Like
JFK’ – waar ze werden bijgestaan door Band of Horses’ toetsenist
Ryan Monroe – wist aardig wat hoofden, handen en voeten in beweging
te zetten, maar liet nooit een écht verpletterende indruk na.

Erg braafjes begonnen ook Band of Horses aan hun
set en daarbij putten ze gelukkig niet enkel uit het laatste album
‘Inifinite Arms’, waarop naar onze bescheiden mening veel te weinig
buiten de lijntjes gekleurd werd. Opener ‘Evening Kitchen’ werd
verrassend gebracht; enkel Tyler Ramsey begeleidde de
melancholische stem van Ben Bridwell op gitaar, wat voor een eerste
ontwapenende chemie op het podium zorgde. Daarna leek het er echter
al snel op dat het grootste euvel van die laatste plaat meteen ook
een beetje de domper op het concert zou vormen. Op hun meest
recente worp leunt Band of Horses namelijk te dicht aan bij de
mainstream en zodoende nam titelnummer ‘Infinite Arms’ een
aangenaam zweverige start, maar begon met te lange, weinig
meeslepende gitaarinterventies al snel te vervelen.

Het weidse ‘Factory’ wist enigszins te charmeren, maar toch werden
we pas echt wakker van ‘Cigarettes, Wedding Bands’ – niet toevallig
van hun tweede langspeler ‘Cease to Begin‘.
Helaas gingen de emoties in Bridwells stem een beetje verloren in
het gitaargeweld en spatte het spelplezier dat de band duidelijk in
overvloed beleefde nog niet helemaal op het publiek over. Daarvoor
was het wachten op ‘The Great Salt Lake’, dat rockt, zweeft en
ontroert tegelijkertijd en bovendien een geweldig gevoel voor
timing vereist – getuige daarvan de overenthousiaste fan die het
refrein een tikkeltje te vroeg inzette. Kippenvel kwam er meteen
daarop met ‘Is There a Ghost’ en ook ‘Islands on the Coast’ klonk
snedig en uitgelaten – alleen spijtig dat Bridwell de hoge noten in
het refrein niet altijd even feilloos aansloeg.

Vooral in de tweede helft van het concert werd gretig naar ouder
materiaal teruggegrepen, wat voor een reeks opeenvolgende
hoogtepunten zorgde. Tijdens ‘The General Specific’ waanden we ons
even aan een kampvuur en konden we het niet laten simultaan met
Bridwells tamboerijn ook onze handpalmen te verenigen en het
sowieso al intens mooie ‘Part One’ kreeg een bloedstollend
uitgesponnen finale. Ballade ‘No One’s Gonna Love You’ deed ons
even geloven dat Band of Horses – ondanks het wandelend kleurboek
dat Bridwell wel lijkt te zijn – vooral niet te hard moet proberen
te rocken, maar meteen daarop was er het stomende duo ‘Ode to LRC’
en ‘Wicked Gil’ om ons van ons ongelijk te bewijzen.

Klassieker in wording ‘The Funeral’ kondigde Bridwell aan als “our
fake last song” en na een wel erg lange pauze werd eerst nog de
jarige roadie door de hele AB in de bloemetjes gezet, waarop
eersteling ‘Everything All the Time’ alleen verantwoordelijk was
voor bisnummers ‘The First Song’ en het herhaaldelijk aangevraagde
‘Monsters’ – “Stop calling us that, it’s not polite” grapte
Bridwell nog. Tekenend wel dat Band of Horses nieuwer materiaal
ontweek in de finale van het concert, alsof het kwintet uit Seattle
ook zelf besefte dat de bravere nummers uit hun laatste plaat er
uiteindelijk voor zorgden dat deze passage in de AB als meer dan
degelijk, maar verre van altijd overdonderend geboekstaafd zal
staan.

Meer Band of Horses
HIER

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in