Ghostpoet :: Peanut Butter Blues & Melancholy Jam

Nu Mike Skinner met pensioen gaat, moet het Verenigd Koninkrijk op zoek naar een nieuw klankbord van zijn straatleven. Vanuit de Londense buitenwijken doet nieuwkomer Ghostpoet een gooi naar die openstaande vacature. Peanut Butter Blues & Melancholy Jam is alvast een ijzersterk debuut, recht uit de onderbuik van de maatschappij.

Onder het pseudoniem Ghostpoet sleutelde de Nigeriaans-Dominicaanse inwijkeling Obaro Ejimiwe geruime tijd aan een aantal lo-fi hiphopnummers, die hij vorig jaar bundelde op de EP The Sound of Strangers. Hiermee wekte hij niet alleen de interesse op van de Londense piratenzenders, maar ook van Gilles Peterson — de John Peel van de soul, urban music en elektronica –, die Ghostpoet prompt een contract aanbood bij zijn eigen label Brownswood Records. Op zijn debuut Peanut Butter Blues & Melancholy Jam behoudt Ghostpoet de do it yourself-aanpak van vroegere creaties, al beperkt de rapper zich niet meer tot louter hiphop, maar tast hij nu ook de grenzen af met dub, funk, elektronica, soul en rock.

Hierbij is het Ghostpoets grootste troef dat hij ook zijn eigen producer is, net zoals Mike Skinner dat was. De producties roepen herinneringen op aan die van Amerikaanse collega’s als wijlen J Dilla (opener “Onetwos”) en MF Doom, maar toch is dit debuut ontegensprekelijk Brits. Zo deelt Ghostpoet de lome flow met zijn landgenoot Roots Manuva. Mompelend doolt Ejimiwe door de nummers heen, waarbij koele klanken worden gekoppeld aan frisse ideeën. In het hypnotiserende “Us Against Whatever Ever” bezint Ghostpoet zich over duistere, haast bodemloze beats: “Round and round we go/ Where is it gonna stop?”. “I Just Don’t Know” is uptempo electro-hop, dansbaar en aanstekelijk. Het nummer luidt het tweede deel van de plaat in, dat zo mogelijk nog efficiënter en krachtiger is dan het eerste.

“Gaaasp”, met extra galm op de vocalen — denk aan Gonjasufi –, is een onheilspellende, bevreemdende vertelling die als voorbode geldt voor het ultieme hoogtepunt van het album, het excellente “Cash And Carry me Home”. Hierop spint Ghostpoet zijn verhaal in volleerd spoken word-stijl over diepe, vertraagde dancehallbeats. Het geheel heeft iets verwaarloosds, maar het werkt wel. Net als de donkere bassen van “Garden Path”, waarover een walgelijke waas hangt die ratten en huichelaars doet dansen. Op afsluiter “Liiines” gooit Ghostpoet het over een andere boeg en rapt hij over een rock-instrumentaaltje dat je eerder van TV On The Radio verwacht.

Ghostpoet schrijft over de gewone man, die zich zowel in de straat waarin hij woont als in de nummers die hij schrijft, thuis voelt. Over het opstaan met een kater (“Cash And Carry me Home”), maar evengoed over de zoektocht naar erkenning en de frustratie die daar mee gepaard gaat: “I keep on writing, writing / But them folk ain’t biting, biting”. Centraal staat het reilen en zeilen van een segment van de bevolking dat onzichtbaar is in de media, maar enkel in de romans van Irvine Welsh zijn opwachting maakt.

Peanut Butter Blues & Melancholy Jam is een klasseplaat. Een album met puike grootstadsrap dat er staat als een huis, zonder dat iemand het zag aankomen. De laatste keer dat wij zo ondersteboven waren van een Brits debuut, won Speech Debelle er enkele maanden later de Mercury Prize Award mee. Uitkijken hoe het Ghostpoet zal vergaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in