Anna Calvi :: 9 februari 2011, Botanique

Haar zien duurde een uur, maar de gedachte blijft voor altijd. Op haar best is Calvi zo bloed bevriezend mooi dat bacteriën, mineralen en zouten een Elfstedentocht in uw lijf kunnen schaatsen. 2011 kent zijn revelatie al.

Bon, wat gaan we doen? Voor de zoveelste keer schrijven over een triomftocht van een — horresco referens — “straffe madam”? Voor de zoveelste keer een debutant onder een lawine van namedropping bedelven, om te zeggen “Ga dat zien! Ga dat zien!”, liefst eindigend met een clichématige oproep aan pakweg Chokri? Geen zin in jongens. Geen zin in superlatieven, die zijn over een paar maanden al zo vergeeld als gazettenpapier. En dan maar spijt hebben over die lap tekst die achteraf belachelijk overkomt. “Toen hebt ge toch overdreven hé Nuyts?” Ja mompelen en de volgende keer weer prijs. Meegesleept in het moment meneer. U niet, soms, of mag muziek alleen maar een pose zijn voor u? Ach ja. Tijdens dit concert een paar woorden als “ontroerd” en “ontredderd” neergekrabbeld, brandende ogen gevoeld tijdens bepaalde songs, tijdens het herbeluisteren van de plaat in de auto achteraf.

Maar bon, er moet gerecenseerd worden. Waarom dus? Zelfs al schijnt de muziekpolitie met haar felste lamp in m’n gezicht, no idea. Wat maakt die Calvi zo speciaal? Ze heeft een verschroeiend mooi, maar (nog) geen memorabel debuut uit, waar op goddeau weliswaar eerder al een liefdesbrief aan werd gericht. Beantwoord wordt die allicht niet — “Pech jong, ze is lesbisch” sms’te (mvs) immers vlak nadat hij een interview met haar had gehad. Maar alle gekheid op een stokje: daar gaat het heus niet om. Calvi heeft haar eigen, met rode gordijnen behangen, universum gecreëerd, musique noire, waarin ze als een met de benen gekruiste femme fatale de meest muzikaal uiteenlopende referenties in samenbrengt maar er zo’n eigen touch aan geeft dat ze borg moet kunnen staan voor een paar decennia eigen muzikale relevantie.

En eigenlijk, is Calvi een verlegen schaapje dat tijdens de bissen het podium weer op stapt alsof ze de kudde even uit het oog verloren was. Aandoenlijk bedeesd, tot ze na de eerste akkoorden van elke song op haar gitaar plots vervelt tot de bezwerende Calvi die over een heel andere stem, blik en attitude beschikt. Die haar mond wagenwijd openspert, in vergelijking waarmee de Madoutunnel een put in de grond is. Steeds in datzelfde vuurrode hemd, op hoge hakken waar haar hielen lijkbleek van hoogtevrees in worden, maar deze keer de blonde krullen eens niet in een strak dotje, maar gewoon los. Best zo.

Haar debuut danst op het graf van de middelmaat door uitstekende arrangementen, maar die worden op het podium noch overgenomen noch gemist. Anna Calvi is immers een groep. Daniel Maiden-Wood (drums) en multi-instrumentaliste Mally Harpaz — het waren eigenlijk zij die Calvi de studio in duwden — volstaan om de wereld van Calvi zo mogelijk nog intrigerender te maken. Live komen de extremen van haar songs nog veel beter uit de verf: van subtiel naar bombastisch is slechts een hinkstapsprong van drie drumslagen. Tijdens het op plaat orchestrale “Love Won’t Be Leaving” bouwen Maiden-Wood en Harpaz de song met percussie zachtjesaan op, Calvi’s gitaar kronkelt er rond als een slang, tot het uitmondt in een verschroeiend erotische solo. Van bedeesd naar beduusd.

De scherpe randjes en de meest ingetogen momenten van Calvi’s debuut snijden nog dieper tijdens een doorgaans rauwe set. Wanneer Calvi “Oh My Love” zucht in “No More Words”, durft niemand in de Rotonde nog uit te ademen. Een uur lang is de Rotonde zodoende de plaats met de minste CO2-uitstoot ter wereld. Calvi bespeelt haar gitaar vaak als een harp, klanken klateren, maar kunnen evenzeer klauwen wanneer ze met een moorddadige blik Maiden-Wood en Harpaz aanvuurt. “First We Kiss” zweemt met weelderige arrangementen naar Piaf, maar nu volstaat de stem van Calvi om de koepel van de Rotonde goud te kleuren, de glitterbol naar beneden te laten zakken, tot de band die in splinters speelt met een ruwe uitbarsting.

In de drie bisrondes speelt Calvi een paar verrassende covers, eens te meer met dank aan de collectie van de papa: “Joan Of Arc” van Leonard Cohen, solo, wordt onherkenbaar in haar universum, net als “Surrender” van Presley. Onwaarschijnlijk hoe Calvi louter in bepaalde, pakkende zanglijnen, live nog meer dan op plaat, van dreiging iets sensueels maakt, van passie iets moorddadigs. En van dat alles vooral iets verslavends: Calvi mag drie keer bedremmeld het podium opnieuw op lopen, meer dan een “Thank You So Much” krijgt ze niet uitgebracht. Waarna ze de Piaf-cover “Jezebel” demonisch de zaal in bliksemt. Ze moet een blijvertje zijn.

Off the record: na dat uur gebeld naar vrouwlief, gezegd dat dit een van de meest intense concerten in zes jaar schrijven voor goddeau was, een paar keer meer geslikt op weg naar huis. Waarom? Geen idee. On the record: een uur lange triomftocht van een “straffe madam” die PJ Harvey combineert met Edith Piaf en tientallen anderen, maar in haar eigen melange elke vergelijking overbodig maakt. Ga dat zien! Laat die Club of Marquee maar vollopen Chokri!
Hoe ellendig oppervlakkig kan recenseren soms zijn, man.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in