The Nu Band, 3 februari, Hnita-Jazz Club

Met een gemiddelde leeftijd van 63 jaar kan je in het geval van The Nu Band bezwaarlijk spreken over jonge revolutionairen. Geblinddoekt zou de band je echter alles kunnen wijsmaken, want er werd gezorgd voor een kleurrijk en bruisend concert dat free jazz op z’n onweerstaanbaarst liet horen.

Bassist Joe Fonda, rietblazer Mark Whitecage, drummer Lou Grassi en trompettist Roy Campbell Jr. kunnen een gezamenlijk cv voorleggen waarbij de ademhaling gaat stokken. Terwijl die eerste twee o.a. aan de zijde van avant-garde-icoon Braxton werkten en Grassi ook aan de kost kwam als dixiedrummer, is Campbell waarschijnlijk de enige muzikant ter wereld die speelde met indierockband Yo La Tengo én improvisatiekanon Peter Brötzmann. Het is een kwartet dat van vele markten thuis is, wat slechts een van de redenen is die hen onderscheidt van vele andere bands in de free jazz-hoek: door het spelen en creatief omspringen met al die invloeden en invalshoeken creëren de vier free jazz die altijd een band met het verleden onderhoudt en toegankelijk blijft.

Het is doorgaans dan ook niet de clichématige improvisatie van de we-zien-wel-waar-we-eindigen-soort, maar een in melodie en kloeke ritmes gewortelde freebop. Catchy thema’s, onderhuidse swing, de blues, schoonheid, coherente solo’s: het is er allemaal, maar dan in een context die ook ruimschoots avontuur en de sprong in het onbekende in de aanbieding heeft. De gretigheid die de band daarbij aan de dag legde, was mooi om te zien. Fonda, de spreekbuis van de band, is een opdondertje met een moddervet New Yorks accent die ook een carrière als stand-up comedian of publieksmenner had kunnen najagen. Z’n eeuwige grijns en openheid zijn een enorme troef voor een kwartet, dat nergens terechtkomt in het kille intellectualistische vaarwater dat de muziek vaak van z’n buikgevoel berooft.

Fonda’s spel — vaak erg potig, zwierig en heel melodieus — is al even opmerkelijk en was soms ook verrassend geraffineerd, zoals in het tweeluik “In A Whitecage”/”The Path”. Grassi zat er aanvankelijk bij als een droogstoppel, maar dan wel eentje die zich gaandeweg zou bewijzen als een erg veelzijdige en gedreven drummer die het concert zelfs in z’n meest vrije passages richting wist te geven. Zonder woeste chaos, maar met een ijzeren discipline vermomd als ritmische vrijgevigheid hield hij het boeltje bij elkaar. Daartegenover stond dan weer dat zijn composities (“Seventh Heaven” en “Parallel Realities”, midden in de tweede set) zorgden voor de donkerste en meest abstracte momenten van de avond.

De eerste set was nochtans samen te vatten als een vreugdevol festijn waarbij sterke thema’s en erg dynamische solo’s (vooral in opener “Connecticut Solution” en Campbells “Lower East Side Blues”) meteen zorgden voor een glimlach op alle gezichten. Whitecage, de ouderdomsdeken, speelde energiek en inventief, zowel op altsax als op klarinet, en werd perfect in balans gehouden door de steeds boeiende improvisaties en markante timing van Campbell, die trompet, pockettrompet en bugel speelde (en zelfs even dwarsfluit). Als geen ander weet hij om te gaan met het nalatenschap van de generatie trompettisten van Lee Morgan, Booker Little en Freddie Hubbard, terwijl hij op de kleine trompet ook herhaaldelijk (en onvermijdelijk) doet denken aan de andere grootmeester, Don Cherry.

Door die specifieke bezetting is het verleidelijk om de band te vergelijken met het legendarische kwartet van Ornette Coleman, maar je zat soms vaak nog dichter bij dat van William Parker, iets dat het sterkst tot uiting kwam tijdens de afsluiter, Campbells “Camel Caravan”. Dat begon wat merkwaardig, met een dwarsfluitsolo die even ter plaatse bleef trappelen, maar ging al snel over in een stuk bezwerende free jazz, muziek die danste en verleidde (en door z’n vaag exotische melodieën zelfs naar Masada neigde), uitdaagde en toegaf. Het was een prachtig sluitstuk voor een concert dat nog eens bevestigde waarom je eigenlijk naar dat soort dingen luistert: het had de uitdaging, de band met het verleden (regelmatig staken flarden klassiekers de kop op), een complexloze sfeer en bakken soul. Klasse met de vingers in de neus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 19 =