Les Barons




Er zijn heel wat redenen waarom we filmjaar 2010 zullen
onthouden – niet in het minst het naakte lesbo onderwaterballet uit
‘Piranha 3D’ – maar één daarvan is ongetwijfeld de netjes
communautair opgedeelde producties over het leven van moslims in
België. Aan de Vlaamse kant maakte Kadir Belci het mooie, maar
uiteindelijk narratief te magere drama ‘Turquaze’. De Walen (of, om
het correcter te zeggen: de Franssprekende Brusselaars) pakten het
met veel meer humor aan in ‘Les Barons’, een komische milieuschets
van Nabil Ben Yadir. En hoewel je altijd moet oppassen wanneer
Franstaligen jolig beginnen te doen (herinneringen aan een wild
gesticulerende Louis de Funès zijn nooit ver weg), moeten we
toegeven dat Yadir met zijn lach meer rake observaties over
multicultureel België weet te scoren, dan Belci met zijn
weemoedigheid. Eén-nul voor de francophones, dus. Niet dat ‘Les
Barons’ helemaal geslaagd is – daarvoor blijft de film te vaak
steken in sitcom-situaties en is ook het einde niet bevredigend
genoeg – maar Yadir weet wel een energieke blik te bieden op zijn
eigen gemeenschap, voorzien van een ontwapenende portie
zelfspot.

In casu hebben we het over de Marokkaanse gemeenschap in
Molenbeek. Hassan, Mounir en Aziz zijn drie jonge twintigers die
zichzelf “de baronnen” noemen. Hun filosofie is simpel: elk mens
heeft een bepaald aantal stappen dat hij in zijn leven zal kunnen
zetten. Bijgevolg moet je proberen om daar zo lang mogelijk mee toe
te komen, door geen klap uit te voeren. Hun dagen bestaan
voornamelijk uit tripjes naar het stempelbureau en rondlummelen bij
het groenten- en fruitwinkeltje van Lucien (Jan Decleir). Maar de
rust van de baronnen dreigt verstoord te worden: Hassan heeft
ambitie om een stand up-comedian te worden – zeer tegen de wens van
zijn vader in – en ook Aziz begint stilaan na te denken over zijn
toekomst. Vooral Mounir voelt zich bedreigd in zijn comfortabele
leventje.

Via die drie personages weet Yadir een beeld te scheppen van een
conservatieve bevolkingsgroep, waar de sociale controle erg groot
is en mensen die afwijken van de norm met een argwanend oog worden
bekeken. De personages hebben in de meeste gevallen le
quartier
nog nooit verlaten, en zien ook geen enkele reden om
dat te doen. De vader van Hassan verwacht van zijn zoon dat hij, in
navolging van zijn ouweheer, een buschauffeur wordt, trouwt en
kindjes krijgt – een leven van bescheiden verwachtingen, van
ambities die vooral niet te hoog mogen reiken. Mounir, op zijn
beurt, is er van overtuigd dat iedereen die iets creatiefs doet,
zoals theater of comedy, per definitie homo is. Enfin: de baronnen
uit de titel zijn eigenlijk de adel van een extreem klein landje,
waar je maar beter niet uit de pas loopt.

Voor een gedeelte zal dat thema ongetwijfeld wel autobiografisch
zijn: Nabil Ben Yadir komt zelf uit Molenbeek, studeerde
elektrotechniek maar koos er uiteindelijk toch voor om de creatieve
toer op te gaan. Maar zover zijn eigen strubbelingen met zijn
familie en omgeving terug te vinden zijn in ‘Les Barons’, valt er
geen spoortje verbittering te bespeuren in de film. De regisseur
kijkt met een mild gevoel voor humor terug op een jeugd die ook wel
min of meer de zijne zal zijn geweest, in komische vignetten die
soms zeer grappig zijn, maar soms ook wat al te vertrouwd
overkomen.

Yadir mikt op een lichtsurrealistische toon, waarin het perfect
mogelijk is dat één van de sets plots verandert in een
toneelpodium, waarop Hassan dan zijn verhaal doet aan een publiek.
Of waarin hij opeens een bezoekje brengt aan zichzelf als kind van
tien jaar. Die ingrepen werken soms (een bordje met het woord
“flashback” tegen de muur van een decor hangen is een leuke,
subtiele vondst), maar zijn eigenlijk lang niet zo origineel als
Yadir ons wil doen geloven. De scène waarin Hassan fysiek
terugkeert naar het vijfde studiejaar, om daar met zijn eigen
jongere zelf te praten, is regelrecht gepikt uit Woody Allens
‘Annie Hall’. En Woody Allen deed het grappiger. Anderzijds krijgen
we wel een hilarische sequens waarin wordt uitgelegd hoe Marokkanen
er in slagen om allemaal met zo’n dikke BMW te rijden, en leren we
hoe je aan de kost kan komen als “voorrangjager”. Op zijn beste
momenten levert ‘Les Barons’ dus rake, soms zeer geestige
observaties, maar wanneer de regisseur de boel gaat forceren om het
allemaal op te leuken, valt hij ook wel eens plat op zijn bek.

Naar het einde van de film toe, ziet de regisseur zich bovendien
verplicht om de dramatiek van zijn scenario op te vijzelen. Een
begrijpelijke reflex – je wilt dan wel een komedie maken, maar hij
mag ook niet té vederlicht worden, want je wilt de mensen toch iets
geven om over na te denken terwijl ze naar huis gaan in hun met
zeven gedeelde BMW. Alleen resulteert dat in de praktijk in een
weinig geloofwaardige confrontatie tussen Hassan en Mounir, die
bovendien het tempo gevoelig naar beneden trekt.

Visueel is ‘Les Barons’ meer dan in orde, met camerawerk van de
Vlaamse cinematograaf Danny Elsen, die onder andere voor Erik Van
Looy ‘De Zaak Alzheimer’ en ‘Loft’ draaide. Yadir en Elsen leggen
de nadruk op groene en gele tinten, en geven ons een funky, zij het
gelukkig niet al te opzichtige cameravoering – er zit beweging en
fut in, maar je krijgt nergens de indruk dat de makers het er te
dik opleggen. De cast levert prima werk, waarin ze toch een zekere
kwetsbaarheid weten te suggereren onder het obligate
haantjesgedrag. Wat wel opvalt, is dat de vrouwenrollen over het
algemeen veel oppervlakkiger zijn uitgeschreven dan die van de
mannen. Yadir maakt er een punt van om ons een sterke,
onafhankelijke moslima te geven in de vorm van Malika,
nieuwslezeres en al sinds de lagere school het voorwerp van Hassans
niet-zo-geheime liefde. Maar hoe vrijgevochten ze als personage ook
is, in de film bestaat ze voornamelijk als love interest,
als de te-veroveren-vrouw, in plaats van een individu op zich.

Een beetje een mixed bag dus, deze ‘Barons’, maar alle
reserves terzijde, is en blijft dit wel een eminent genietbare
film, die vlotjes voorbij zoeft en altijd enorm sympathiek blijft.
Als Yadir nu ook nog een bekwaam elektrotechnicus blijkt te zijn,
is hij helemaal een uomo universalis. En nee, dat heeft
niets met homo’s te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in