Io Sono l’Amore (I Am Love)




Het was elf jaar geleden, tijdens de opnames van de
experimentele thriller ‘The Protagonists’, dat Luca Guadagnino en
Tilda Swinton de kiem plantten van wat ooit ‘Io Sono l’Amore’ zou
worden. De twee smeedden toen al het ambitieuze plan eens een
alomvattende film te maken, een monumentaal eerbetoon aan de
klassieke cinema. Het project werd niet uit nostalgie geboren: een
hedendaagse lofzang op het medium moest het zijn, een film
that – aldus Swinton – speaks the true language of
cinema
. Pas bij hun volgende samenwerking, in 2002, kreeg dat
vage voornemen concreter vorm. In de korte documentaire ‘Tilda
Swinton: The Love Factory’ ontleedde Guadagnino Swintons visie op
het leven en de liefde. De actrice bleek te geloven in de
subversieve kracht van die liefde en in allesverterende passie als
meest efficiënte verstoorder van de status quo. Die gedachte
gebruikte Guadagnino als grondslag voor het scenario van ‘Io Sono
l’Amore’, aka ‘Ik ben de Liefde’. Vooral door een gebrek
aan geldschieters duurde het nog eens zeven jaar voor hun
meesterstuk gerealiseerd zou worden. Geen erg: in die zeven jaar
kon de kwetsbare kiem van weleer uitgroeien tot een voldragen
Gesamtkunstwerk dat de kijker murw slaat met visuele
overdaad en snijdende emoties. Of deze film de taal van de cinema
spreekt? Als Brugman.

‘Io Sono l’Amore’ kondigt zich aan als een Italiaanse
familiesaga, genre ‘Il Gattopardo’: in een riante villa blazen de
Recchi’s verzamelen voor een somptueus banket. Zeker wanneer de
pater van de clan zijn imperium verdeelt onder zijn stugge
zoon Tancredi (Pippo Delbono) en zijn charismatische kleinzoon
Edoardo (Flavio Parenti), lijkt de film uit te draaien op een
zakelijk melodrama. Redelijk onverwacht komt na dat diner echter
Tancredi’s vrouw Emma (Swinton) centraal te staan. De spichtige
vrouw had zich altijd ten dienste van haar gezin gesteld en blijft
verweesd achter nu haar kinderen het nest hebben verlaten en haar
man zich meer dan ooit in zijn werk verliest. Eerst onzeker, maar
daarna toch vooral bevrijd gaat Emma op zoek naar een nieuw leven:
onstuimig geeft ze zich over aan tal van lichamelijke verlangens.
Zo valt ze ook voor de kookkunsten en de charmes van de jonge chef
Antonio (Edoardo Gabriellini), met wie ze een stomende affaire
begint. Ze slaagt er evenwel niet lang in die onblusbare hartstocht
af te stemmen op het burgerlijke fatsoen dat van haar verwacht
wordt, zodat een koortsige junctuur ontstaat die uiteindelijk met
een knal zal ontvlammen.

Het is duidelijk dat Swintons geloof in de dynamiek van de
passie aan de basis van ‘Io Sono l’Amore’ ligt. De film is immers
in de eerste plaats een lofzang op de heilzame werking van
lichamelijk genot: pas wanneer Emma zich overgeeft aan zintuiglijke
prikkels, zuigt haar personage de aandacht naar zich toe. De
beelden van de gretig genietende vrouw echoën de boodschap van
Baudelaires ‘Enivrez-vous!’, een liederlijk gedicht dat de mens
oproept zich onvoorwaardelijk over te geven aan het leven. Naarmate
het verhaal vordert, verscherpt Guadagnino dit naïeve ideaal door
ook de zelfkant van Emma’s ongeremde hartstocht te beschijnen: de
machtige liefde zal uiteindelijk een diepe krater in haar wankele
bestaan slaan. ‘Io Sono l’Amore’ portretteert die liefde dus niet
alleen als een weldadige noodzaak die in het leven besloten ligt,
maar tegelijk als een verwoestende oerkracht die elke zekerheid
meedogenloos dynamiteert. Die eeuwige paringsdans tussen Eros en
Thanatos maakt de elementaire katalysator uit van dit tragische
levensverhaal, dat zo opzwelt tot een nijpende historie die zonder
mededogen botte scherven in het hart van de kijker poot.

Hoewel ‘Io Sono l’Amore’ vooral door deze existentiële thematiek
zo aangrijpt, is het de bijzondere vormgeving die deze krachtige
inwerking mogelijk maakt. De film gebruikt een schizofrene
beeldvoering en een dito kleurenpalet om Emma’s laveren tussen
beregelde bourgeoisie en ongebonden wellust te visualiseren. Zo
hanteert cinematograaf Yorick Le Saux (‘Swimming Pool’) vooral
statische shots, trage zooms en strakke pans om
Emma scherp te kaderen in de beladen setting van haar majestueuze
villa. Wanneer ze zich verliest in haar teugelloze gevoelens,
worden die echter vervangen door zwierige camerabewegingen en
slordige frames. Op zulke momenten zegt ook de gretige
apparatuur foert tegen elke restrictie en lijkt ze gulzig
te delen in Emma’s hervonden joie de vivre. Bovendien
worden de vale grijs- en blauwtinten van de burgerlijke sequenties
daar opgewarmd door een gouden gloed en brengen helle accenten de
beelden nog meer tot leven. Op die manier weet ‘Io Sono l’Amore’
Emma’s tollende impressies, die zo essentieel zijn voor een
volledig begrip van het verhaal, rechtstreeks over te dragen op de
uitgetelde kijker.

Hoe kwintessentieel de aangesneden materie en hoe exuberant de
stilering, zo ingetogen is Swintons acteren. Zij alleen doet dienst
als noodzakelijk rustpunt voor het publiek, dat zich anders zou
verliezen in de visuele en emotionele draaikolk van ‘Io Sono
l’Amore’. Op haar eigen onnavolgbare wijze slaagt ze er in de
diepste gedachten van haar complexe personage te veruitwendigen in
enkele schichtige oogopslagen en subtiele glimlachjes. Praten doet
ze nauwelijks: het hele narratief wordt, behalve door stilistische
verschuivingen, gedragen door haar minimale gestiek. Ook de rest
van de cast zet overigens een opmerkelijke prestatie neer. Vooral
Alba Rohrwacher, die al vroeg bij het productieproces betrokken
werd, is outstanding als Emma’s lesbische dochter
Elisabetta. Aan het einde van de film wisselen de vrouwen een
alleszeggende blik waarin tegelijk begrip, goedkeuring en peilloos
verdriet besloten ligt. Het beklijvende beeld is tekenend voor de
intensiteit van heel ‘Io Sono l’Amore’: elke seconde van de film,
hoe triviaal ook, herbergt een metafysisch relaas.

Met ‘Io Sono l’Amore’ hebben Guadagnino en Swinton bovenal een
urgente film gemaakt: er lijkt een oerverhaal verteld te worden dat
na eeuwen van stilzwijgen eindelijk zijn weg naar buiten heeft
gevonden. Bovendien spreekt uit elk facet van de beeldtaal de
bezieling waarmee ze al die jaren aan dit project gewerkt hebben.
Ieder shot staat bijgevolg zodanig bol van liefde en respect voor
het medium, dat het welhaast onmogelijk wordt niet mee te gaan in
dat enthousiasme. Ik ben alvast liefde. En U?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in