Het 2010 van An Willems

De beste albums:

1. The National:
High Violet

2010 was het jaar van The National, laat daar geen twijfel over
bestaan. Ik was al langer verknocht aan de bariton van Matt
Berninger en ‘Start A War’ heeft mij door de nodige porties
liefdesverdriet gesleurd, maar met ‘High Violet’ heb ik er een heel
album nieuwe heartbreak songs bij. Voor de overweldigende
schoonheid die van de nummers uitgaat, bestaan geen woorden. Of
toch, kippenvel!

2. Titus
Andronicus: The Monitor

De explosieve tweede van Titus Andronicus is niet alleen een
adrenalinebom om ADHD tegen te zeggen, maar ook een soort muzikale
Trivial Pursuit. Muziek voor betweters als ik, vol verwijzingen
naar historische speeches van Abraham Lincoln en Walt Whitman, naar
de enige echte Bruce Springsteen, maar evengoed naar de moderne
popcultuur van ‘The Dark Knight’. “This town deserves a better
class of criminals, well I’m gonna give it to them tonight!”

3. The Tallest
Man On Earth: The Wild Hunt

Zweed van het jaar is voor mij niet Robyn – al komt ze wel in
aanmerking als workaholic van 2010 – maar de stiekem niet zo lange
Kristian Matsson. The Tallest Man On Earth heeft aan een gitaar,
bliksemvlugge vingers en een stem die nog nasaler kinkt dan Dylan
genoeg om ons een heel album lang achterover te blazen. ‘King of
Spain’ barst van de levensvreugde en ‘Love Is All’ tovert dan weer
keer op keer tranen in onze ogen.

4. These New
Puritans – Hidden

Mijn eindejaarslijst pendelt opvallend heen en weer tussen rustige,
hartverscheurende platen en albums die je genoeg energie geven om
zelfs de meest donkere winter door te komen. ‘Hidden’ is er
duidelijk één van de tweede soort en hoewel These New Puritans op
Pukkelpop een beetje teleurstelden, voelt ‘Attack Music’ elke keer
weer aan als een uppercut waar Sugar Jackson jaloers op zou
zijn.

5. Arcade Fire:
The Suburbs

De release van ‘The Suburbs’ is deze zomer een beetje aan mij
voorbij gegaan, waarschijnlijk omdat ik toen in voorbereiding op
Pukkelpop een hele maand ‘High Violet’ grijsgedraaid heb. Maar
Arcade Fire mocht als mijn favoriete band van het voorbije
decennium niet in dit lijstje ontbreken, in volle kerststemming heb
ik ze dus nog een kans gegeven. ‘The Suburbs’ mist voor mij grote
kleppers als ‘No Cars Go’ of ‘Rebellion Lies’, maar alle nummers
zijn zo perfect op elkaar afgestemd dat de Canadezen me toch voor
de derde keer op rij wisten te overtuigen.

6. Grinderman –
Grinderman II

Alleen al voor de schitterende album art (die gladiatorpakjes!)
verdient deze brok testosteron een plekje in de annalen van 2010.
Op hun titelloze eerste lieten Cave en co. al eens de oerman in
zich los, maar daar bleef het vooral bij beheerste dreiging die in
‘Go Tell the Women That We’re Leaving’ haar hoogtepunt bereikte. De
explosie volgt hier op ‘Grinderman II’, waar Cave al zijn demonen
met zijn stembanden te lijf gaat. Proefondervindelijk bewezen:
meekwelen op ‘Heathen Child’ is dé oplossing voor elke pendelaar
die wil vermijden zijn NMBS-gerelateerde frustraties op zijn
medereizigers te botvieren.

7. Yeasayer – Odd
Blood

De lege batterij van mijn GSM zorgde er op Pukkelpop voor dat ik
het concert van Yeasayer moederziel alleen – in een enthousiast
rondspringende massa uiteraard – mocht aanschouwen, maar al gauw
trok ik me daar niets meer van aan en stond ik al even enthousiast
mee te springen. ‘Odd Blood’ is een energiek, eclectisch en
elektronisch stukje muziek dat je terugvoert naar de betere
momenten van de eighties. Eentje waarop het onmogelijk gebleken is
stil te zitten.

8. Vampire
Weekend – Contra

Nog zo ’n plaat waarop je gewoon als een kip zonder kop moet
rondspringen en alle ledematen een kans krijgen om de kamer te
verkennen. Vampire Weekend zet de traditie van Paul Simon aardig
verder, maar weet op zijn tweede album evengoed een gevoelige snaar
te raken. ‘I Think Ur A Contra’ is traag en dromerig, maar vooral
meeslepend als een tsunami.

9. Isobel
Campbell & Mark Lanegan – Hawk

Op een podium ontbreekt soms de chemie bij deze moderne Belle en
het Beest, maar op plaat druipt de magie tussen Campbell en Lanegan
er in bakken af. Wat daarom niet betekent dat Willy Mason hier een
ongewenste gast is, of dat Campbell zonder het schuurpapieren
geweld van Lanegan hopeloos verloren is. ‘Time of the Season’ is
overigens de perfecte soundtrack om – samen met de mopjes van de
obligate zatte nonkel – die vervelende familiefeesten op te
vrolijken.

10. Laura Marling
– I Speak Because I Can

Nog eens een rustpunt aan het einde van het jaar, een vrouw met
haar gitaar. Daar waar The Tallest Man On Earth wervelend
gitaarspel combineert met dito teksten, laat Laura Marling vooral
haar warme stem primeren. Niet dat de lyrics ervoor moeten
onderdoen, want ‘I Speak Because I Can’ getuigt van een
indrukwekkende levenswijsheid bij de nog steeds maar twintig jaar
oude Marling.

Plots herinner ik me weer waarom ik vorig jaar geen top 10 heb
ingestuurd. Niet alleen had ik het veel te druk met blokken , ik
kon het vooral niet over mijn hart krijgen een schitterend
muziekjaar tot 10 albums te reduceren. Dit keer heb ik van mijn
hart een steen gemaakt om de tien platen hierboven te kiezen, maar
daarnaast wenst de niet zo naamloze vennootschap An Willems een
aantal aparte awards uit te reiken. Voor bands die het nét niet
haalden, maar net zo goed voor die paar groepen die het verdienen
twee (of zelfs duusd) keer vermeld te worden.

2010 was alvast het jaar van zomerse indiepop. Daarvan is
Vampire Weekend in mijn top 10 al een eerste vaag teken, maar laten
we ook Avi Buffalo, Freelance Whales, Surfer Blood en The Drums
niet vergeten. Ook Caribou en Beach House maakten dromerige muziek
om elke sneeuwman te doen smelten, zij het net dat tikkeltje
complexer.

Daarnaast was dit ook een jaar waarin ik de fangirl in me
achterwege kon laten om objectief naar muziek te luisteren. Spoon,
Belle and Sebastian en Elvis Costello maakten stuk voor stuk
geweldige platen, maar toch haalden deze anciens uit mijn cd-speler
mijn uiteindelijke lijstje niet. Het ultieme bewijs dat 2010 gul
was met goede platen, toch?

Ook Eels kwam met nieuw werk op de proppen, maar valt net uit de
boot. Het geniale ‘Hombre Lobo’ dateert al van vorig jaar, ‘End
Times’ was me iets te depressief en ‘Tomorrow Morning’ was goed,
maar toch ook weer geen ‘Beautiful Freak’. Toch verdient mijn
favoriete ba(a)rd hier een vermelding voor de volledige trilogie,
want om op amper anderhalf jaar geschreven te zijn, schetst ze toch
verbazingwekkend treffend de evolutie van een meermaals door het
noodlot getroffen man. Chapeau!

The National en Titus Andronicus overheersen mijn volledige jaar en
bevechten elkaar op elk vlak om de eerste plaats. Die voor beste
album winnen Matt Berninger en de zijnen met mijlen voorsprong en
ook met de trofee voor beste concert van 2010 gaan ze nipt aan de
haal. Toch hebben ook Titus Andronicus mij – en daarnaast 3 man en
een paardenkop- compleet van mijn sokken weten blazen in de
Charlatan in mei, dus een presentje lijkt me wel gepast. Bij dezen
roep ik ‘A More Perfect Union’ dan ook officieel uit tot dé song –
alsook de djoef op u mulle – van 2010. Cause tramps like us,
baby we were born to die!’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in