Mike Reed’s Loose Assembly feat. Roscoe Mitchell :: Empathetic Parts

Drummende duizendpoot Mike Reed behoort tot de hardst werkende muzikanten van Chicago. Maar meer nog dan dat is hij ook een artiest die z’n ondernemerschapsvaardigheden ook blijft toepassen op z’n muzikale uitspattingen, met uitdagende resultaten tot gevolg. Na Stories And Negotiations van z’n project People, Places & Things, dat eerder dit jaar verscheen, laat Empathetic Parts opnieuw iets moois horen.

Hoewel er overlappingen zijn tussen beide bands, zowel stilistisch als qua personeel (altsaxofonist Greg Ward is bijvoorbeeld lid van beide), gaat het toch over twee duidelijk verschillende projecten. Met People, Places & Things maakte Reed een divers drieluik, schipperend tussen experiment en traditie, dat telkens een ander aspect van de rijke avantjazz van the Windy City belichtte. Met zijn Loose Assembly werkt hij los van zo’n project, maar is hij haast even sterk verankerd in de verwezenlijkingen van zijn voorgangers. Op Empathetic Parts raakt de cirkel rond door de samenwerking met een legende van Chicago’s moderne jazzcultuur.

Reed wilde iets nieuws uitproberen, een werk componeren dat zou overtuigen via het concept van “collective arranging”, een systeem waarbij een hele band zou kunnen worden ingeschakeld om een werk te creëren en arrangeren, en dat meer bepaald door structuur en harmonie als collectief te benaderen. Vol vrijheid, maar zonder de regelloze wanorde van veel freejazz. Hij besefte al snel dat zijn ervaringen en connectie met z’n kwintet eigenlijk al was dat hij nodig had. De compositie was echter ontworpen in een versie voor zes stemmen, dus een extra gast uitnodigen leek voor de hand liggend. Ab Baars en George Lewis waren ideeën, maar toeval zorgde ervoor dat het uiteindelijk Roscoe Mitchell werd.

Binnen de spelregels werd aan elke muzikant een concept (zoals ‘swing’, ‘stilte’ of ‘pointillisme’) toegewezen. Die specifieke muzikant werd dan verantwoordelijk voor de cohesie en interactie binnen zo’n stuk en kon steeds een zesde muzikant als joker inzetten of een op voorhand aangewezen collega de overgang naar een nieuw stuk laten inzetten. Bij het hele spel werd tenslotte gewerkt met kleurcodes (wat de hoes verklaart). Het is een aanpak die zowel speels als cerebraal is en resultaten oplevert die navenant zijn. Gelukkig wordt Reed omringd door een jonge, hongerige band die het boeltje fris houdt, met naast Ward nog cellist Tomeka Reid, vibrafonist Jason Adasiewicz en bassist Joshua Abrams.

Empathetic Parts staat verder verwijderd van de jazztraditie dan het vrij klassiek opgevatte Stories And Negotiations, maar die avant-natuur wordt hier uitgewerkt met een mooie flow die het sleutelstuk van bijna 34 minuten door een sterke stilistische verscheidenheid voert, met sobere duo- en trio-interacties die neigen naar de moderne klassiek, frenetische ketelmuziek waarin een sleutelrol is weggelegd voor de zeurende en jankende sopraansax van Mitchell, bedwelmende brokken pseudofilmmuziek vol droomsequensvibrafoon en, natuurlijk, ook opgejutte stukken turbojazz, flirtend met jachtige freebop, waarbij de interactie van het sextet voor een resem verrassingen zorgt.

Zowat alle muzikanten krijgen voldoende solomomenten, maar uiteindelijk is dit toch de plaat van Reed en, bijna even sterk, Mitchell. Die laatste omdat hij zich tussen deze gretige musici weert als een duivel in een wijwatervat en Reed omdat hij zich nogmaals laat horen als een indrukwekkend anker voor een band, met een benijdenswaardig gevoel voor ritme en nuance, gekoppeld aan een gulheid die hem bovendien geleerd heeft om de collega’s soms een mooie vrijgeleide te geven. Het was allemaal misschien wat makkelijker verteerbaar geweest als bij de liner notes ook een schema van de vooropgestelde basisstructuur gezeten had, maar het weglaten was een bewuste (en begrijpelijke) keuze. Nu is het immers aan de luisteraar om een weg te vinden in de schijnbaar labyrintische structuur en de heimelijke overgangen van het ene stuk naar het andere.

Als uitsmijter is er tenslotte nog een versie van “I’ll Be Right Here Waiting”, oorspronkelijk van de hand van wijlen drummer Steve McCall, een andere legende uit de Chicagotraditie. Het stuk bezit niet de grilligheid van zijn ambitieuze voorganger, maar laat een al even rijke sound horen en biedt opnieuw een mooi eerbetoon. Reed, die intussen benoemd werd tot vicevoorzitter van het legendarische AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians, een instituut dat muziek op allerhande manieren wil ondersteunen), wordt op die manier een van de beste officieuze geschiedschrijvers die de stad en de scene zich kunnen wensen. Er is dan ook geen enkele reden om te vrezen dat er de komende jaren/decennia geen belangrijke rol weggelegd zal zijn voor Reed: als organisator, bandleider én muzikant/componist.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in