Frits en Freddy




Dit jaar was er heel even een mini-hetze (zij het dan wel een
heel kleintje) in de Vlaamse filmwereld: ‘Frits en Freddy’, het
nieuwe filmproject van het team achter de succesvolle tv-reeks
‘Matroesjka’s’, kreeg geen subsidies van de overheid. Wat vreemd is
als je weet dat het hier over mensen gaat die net een serie hebben
gemaakt die aan 60 landen verkocht is. (En ja, commerciële
overwegingen zijn wel degelijk belangrijk voor het VAF, want ook
zij moeten de subsidies die ze weggeven financieel kunnen
verantwoorden – of waarom dacht u dat Jan Verheyen telkens opnieuw
gesteund wordt?) Hoe dan ook, in de praktijk betekende dit dat
Independent Films, van scenarist en producent Marc Punt, zelf
650.000 euro op tafel moest leggen en dat ‘Frits en Freddy’ maar
liefst 350.000 mensen op de been moet brengen om break
even
te draaien. Ter vergelijking: ‘Dossier K’ haalde er zo’n
400.000. Om heel eerlijk te zijn: ik wens Punt en co zodanig veel
succes daarmee, dat ik het nauwelijks over m’n hart kan krijgen om
iets negatiefs over de film te zeggen. Maar om nóg eerlijker te
zijn: zó goed is ‘Frits en Freddy’ niet.

Peter Van den Begin en Tom Van Dyck spelen Frits en Freddy, twee
mislukte oplichters die zich voordoen als Bijbelverkopers om bij de
mensen binnen te raken. Op een dag hebben ze echter een verkeerd
slachtoffer uitgekozen: Carlo Mus (Wim Opbrouck) is een kolèrige
gangster die de twee broers opzoekt en hen een koekje van eigen
deeg geeft. Frits wil het er achteraf bij laten, maar Freddy is in
zijn wiek geschoten. Hij overtuigt zijn broer om terug te keren
naar het huis van Mus en daar diens vrouw Gina (Tania Kloek) te
ontvoeren. Kolderieke fratsen volgen, dat spreekt voor zich.

Een aantal van de krachten van ‘Matroesjka’s’ zijn gelukkig ook
weer te vinden in ‘Frits en Freddy’. De dialogen zijn scherp, en
geschreven in een sappig Antwerps dat volstrekt overtuigend klinkt
(met uitzondering van Wim Opbrouck, die zich, zoals dat hoort,
bedient van zijn eigenste West-Vlaams – het doet om de één of
andere reden goed om een film te zien waarin dialecten nog bestaan
en niet noodzakelijk ondertiteld hoeven te worden). Buiten Tania
Kloek en een debuterende Erika Van Tielen, is vrijwel de gehele
cast afkomstig van ‘Matroesjka’s’ en bijgevolg perfect op elkaar
ingespeeld. Peter Van den Begin en Tom Van Dyck zijn eindeloos
energiek in de hoofdrollen – soms op het randje van het hysterische
af, maar dat past wel in de cartooneske toon van de prent. Lucas
van den Eijnden en Frank Aendenboom doen ook mee, en mogen doen wat
ze het beste kunnen. Van den Eijnden is één van de meesters van de
komische vernedering, en speelt hier dan ook de schlemiel die
altijd dringend naar de wc moet terwijl de anderen proberen om de
boel op te lossen; Aendenboom, op zijn beurt, is dan weer op een
leeftijd gekomen waarop hij haast automatisch wijzer lijkt dan alle
anderen in de kamer. Hij speelt zijn rimpels en indrukwekkende
bariton uit om een gevoel van voortdurende meewarigheid uit te
stralen – iemand die het allemaal al wel eens gezien heeft en de
onzin eigenlijk op voorhand al beu is.

Je zou kunnen zeggen dat al die acteurs eigenlijk getypecast
zijn, en dat ze weinig meer doen dan het herkauwen van typetjes die
ze op tv al hebben geperfectioneerd. In theorie heb je daarin
gelijk, maar ‘Frits en Freddy’ profileert zich dan ook duidelijk
als een film die in het verlengde ligt van dat tv-werk: de makers
mikken expliciet op het gevoel van vertrouwdheid bij de kijker. Je
kunt dat enigszins lui vinden, maar het is wel degelijk hun goed
recht. Tania Kloek heeft een sterke komische timing als de ietwat
platte gangstervrouw, terwijl Erika Van Tielen uiteraard een zeer
frisse verschijning is, maar met al dat niet echt in de wieg gelegd
lijkt om actrice te worden. Het helpt niet dat haast haar hele rol
bestaat uit reactieshots – spontane reacties zijn altijd moeilijk
te faken, zeker als je aan take negen of tien zit.

Dat alles heeft ‘Frits en Freddy’ dus wel – aan de stevige one
liners en het merendeel van de cast zal het niet gelegen hebben.
Het probleem is alleen dat het tempo veel lager ligt dan je zou
denken. ‘Frits en Freddy’ is in essentie een klucht waarvan het
verhaal langs geen kanten steek houdt – wat mag, daar dienen
kluchten voor, maar in dat geval heb je eigenlijk de verplichting
om je tempo verschroeiend hoog te leggen, zodat het publiek geen
tijd heeft om daar over na te denken. In dit geval zitten er te
veel dode momenten in het verhaal, waardoor de gaten er wat al te
duidelijk doorheen komen schemeren. Was het echt nodig om Frank
Focketijn op te voeren als een domme flik? Zijn scène draagt
absoluut niets bij aan het verhaal, maar levert wel een storend
“kijk daar, Guido van ‘Het Eiland'”-moment. Tom De Wispelaere duikt
op als de partner van Lucas van den Eijnde (op zich ook al een
in joke: in ‘Van Vlees en Bloed’ speelde hij diens zoon),
maar verdwijnt ergens halverwege gewoon, om verder in het verhaal
nooit meer terug te keren. Ook de nieuwsgierige buren van Frits en
Freddy (nochtans geinige personages) worden gewoon opzij geschoven
wanneer Marc Punt en regisseur Guy Goossens niet meer weten wat ze
ermee moeten doen. ‘Frits en Freddy’ bevat te veel van dit soort
losse eindjes om echt op stoomkracht te komen. Het einde van de
film is hier een goed voorbeeld van (spoiler!): de prent eindigt
niet zozeer, maar stopt gewoon – tijdens een epiloog moeten we dan
te weten komen wat er van de personages geworden is, maar die legt
nog niet uit hoe het komt dat Frits en Freddy nog op vrije voeten
zijn, of wat er geworden is van Carlo Mus.

Marc Punt is klaarblijkelijk goed in dialogen en het op poten
zetten van situaties, maar in dit geval had hij geen sterke
basisplot om alles omheen te bouwen. Het gevolg is dat de film
nooit zo grappig is als hij had kunnen zijn – er zitten maar twee
momenten in die echt hilarisch zijn: het armzalige lot van het
hondje van Tania Kloek én een opvallende cameo aan het einde van de
film (blijf zeker zitten tijdens de aftiteling). Voor het overige
is dit een onderhoudende, maar ook ietwat onbevredigende prent,
waarvan je continu de indruk krijgt dat er meer in had gezeten.
Uiteraard moet u gaan kijken, al was het maar uit principe: elke
film die de cojones heeft om ook zonder de steun van het
VAF gewoon zijn gangen te gaan, verdient automatisch respect.
Alleen hadden de makers ons voor dat respect best wel wat meer
mogen teruggeven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in