The Drums




Op weg naar de AB moest menig pendelaar een ware
sneeuwstorm trotseren en misschien zaten de stevig onderkoelde
voetjes er wel voor iets tussen, maar er werd gisterenavond in de
Brusselse concertzaal aardig wat rondgehost. Het publiek was
gekomen om zich te warmen aan de zomerse deuntjes van The Drums,
maar zelfs het dubbele voorprogramma kreeg de aarzelend
toestromende meute in beweging.

Zo zagen drie man, een paardenkop en ondergetekende het Deense duo
Champagne Riot een heuse eighties revival
starten. Muzikaal zat het met bitterzoete melodieën wel snor, maar
aan de podiumprésence mag nog wat gewerkt worden. Of we zouden
bijna gaan geloven dat het muzikale brein doodleuk patience aan het
spelen was op zijn laptop. Hoewel hij over ‘Stage Fright’ zingt,
was daar bij de tweede act van de avond weinig van te merken.
Patrick Cleandenim kwam het podium opgeschreden
als een incarnatie van de dood uit Bergmans ‘Seventh Seal’, maar
dan met cowboyhoed. Ook hier één en al eighties wat de
klok sloeg, al was dat decennium plots nog een pak donkerder
getint. Wij onthouden vooral het dramatische ‘Little Baby Party’ –
elk nummer waarin Béla Lugosi opduikt, heeft bij ons namelijk een
streepje voor.

Qua over the top performance kan echter niemand tippen aan Jonathan
Pierce. De frontman van The Drums leek in zijn
trainingsvestje vervaarlijk op cultheld Pico en deed ons met zijn
absurde danspasjes en algehele overgave nog het meest denken aan
Billy Elliott op speed. Een toevallige passant zou bijna vermoeden
op de audities voor ‘So You Think You Can Dance’ verzeild te zijn,
want ook gitarist Jacob Graham fladderde als een bezetene over het
podium. Het oog wil ook wat en kreeg dat zeker met de capriolen van
de stichtende leden van The Drums, maar uiteindelijk moest er toch
vooral muziek gemaakt worden.

En daar wrong af en toe het schoentje, want het concert ontaardde
al snel in chaos. Openingstrio ‘Best Friend’, ‘Submarine’ en ‘Book
of Stories’ was moeilijk van elkaar te onderscheiden en op ‘Make
You Mine’ verzonk de stem van Pierce bijna volledig in de kakofonie
van de andere muzikanten. Al schreeuwde die laatste zich nog zo de
ziel uit het lijf en was het ons niet helemaal duidelijk of en hoe
gitarist Graham er in godsnaam in slaagde zijn getrippel ook
effectief met getokkel te combineren. Zomerhitje ‘Let’s Go Surfing’
– één van de twee nummers die de overstap van EP naar album
overleefd hebben – zorgde een eerste keer voor ambiance en tijdens
‘I Need Fun In Ly Life’ dook Pierce halvelings het publiek
in.

Tijdens ‘Don’t Be A Jerk, Johnny’ moest even van die bokkensprongen
bekomen worden. Het nummer werd ingehouden en beheerst gebracht –
voor zover dat met het repertoire van The Drums te rijmen valt – en
zorgde daardoor voor het eerste echte hoogtepunt. ‘Forever and Ever
Amen’ werd dan weer energiek en overtuigend gebracht, en opgedragen
aan het nog steeds enthousiast rondspringende publiek. Afsluiten
deden The Drums met het melancholische ‘We Tried’, waarvan de
tekst – “Where will we go when we get old?” – ons vooral deed
afvragen of Pierce en co. binnen pakweg 10 jaar nog altijd zulke
spring-in-‘t-velds zullen zijn.

Ons niet gelaten, mens sana in corpore sano weet u wel.
Alleen mogen we hopen dat ze tegelijk een beetje aan het samenspel
binnen de groep werken, zodat hun nummers live ook even zomers
klinken als op plaat. Tijdens bisnummer ‘Down By the Water’
vergastte Graham ons zelfs op een staaltje interpretative
dance
om U tegen te zeggen, maar het is een teken aan de wand
dat het vooral die danspasjes zijn die ons nog wel even zullen
bijblijven. Wat de muziek betreft niet meteen een passage voor de
geschiedenisboeken.

Meer afbeeldingen:
HIER

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in